nieuws

Wet Financiële Dienstverlening conflicteert met richtlijn

Archief

De Wet Financiële Dienstverlening (WFD) heeft alleen betrekking op financiële diensten voor consumenten. Dat leert nauwgezette lezing van de wet én navraag bij het ministerie van Financiën. Een opmerkelijke beperking van de reikwijdte, waarmee de Nederlandse wetgever afbreuk doet aan de kersverse Europese Richtlijn voor Verzekeringsbemiddeling.

Helder is de concepttekst niet van de Wet Financiële Dienstverlening, de opvolger van de Wet op het Assurantiebemiddelingsbedrijf (Wabb) en de Wet op het Consumptief Krediet (WCK). De tekst stelt dat “de wet niet van toepassing is op financiële diensten die niet worden verricht in de uitoefening van een beroep of bedrijf”. Zodra een financiële dienst dus beroepsmatig wordt verricht, is de wet van toepassing. Verder worden effectenbedrijven, vermogensbeheerders en effectenbemiddelaars vooralsnog buiten de wet gelaten; zij komen in een later stadium onder dit wettelijk regime te vallen.
Voor de bemiddeling in verzekeringen gelden enkele specifieke uitsluitingen. De wet is niet van toepassing als een verzekering:
– slechts kennis vraagt van de dekking die wordt geboden;- geen overlijdens- of aansprakelijkheidsrisico dekt;- niet langer dan vijf jaar loopt (incl. eventuele verlengingen) en de premie niet hoger is dan e 500 per jaar;- wordt gesloten door een bemiddelaar die een andere hoofdberoepswerkzaamheid heeft;- een aanvulling is op een dienst of levering van een zaak (zoals garantieverzekeringen, fietsverzekeringen en reisverzekeringen).Tussen de vijf punten staat in de wet het woordje “en”. De achterliggende Europese richtlijn maakt duidelijk wat daarmee wordt bedoeld: de wet is – net als de richtlijn – alleen niet van toepassing als aan alle vijf voorwaarden is voldaan. Reguliere schadeverzekeringen vallen dus wel degelijk onder het WFD-regime.
Consumenten
Uit bovenstaande wordt geenszins duidelijk dat de wet alleen geldt voor financiële diensten aan consumenten. Die conclusie dringt zich alleen op, omdat de conceptwettekst bij voortduring blijft praten over ‘de consument’ en nadrukkelijk niet over ‘de klant’. Onder het kopje ‘Definities’ is de consument omschreven als “de (potentiële koper) die niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf”.
Het ministerie van Financiën bevestigt de (tussen de regels door te vinden) conclusie dat de WFD alleen van toepassing is op consumenten. Dat betekent onder meer, dat diensten aan een directeur-grootaandeelhouder zijn uitgesloten en dat pensioenverzekeringen hiermee buiten de reikwijdte van de wet vallen. De inperking van de regelgeving tot consumenten is nadrukkelijk niet terug te vinden in de Europese richtlijn. Die richtlijn meldt wel dat “een lidstaat strengere bepalingen mag handhaven of aannemen”. In dit geval is juist sprake van een minder streng regime.
Geen commentaar
NVA-directeur Niels Mourits noemt de beperking van de reikwijdte van de wet tot consumenten “zeer opvallend”. Een inhoudelijk oordeel wil hij er niet over geven. “Ik weet niet wat de bedoeling van de wetgever hiermee is. Het is een aandachtspunt dat we aan de orde zullen stellen in ons overleg met het ministerie. De Europese richtlijn slaat zowel op bemiddeling voor consumenten als voor bedrijven. Het lijkt me dat deze wet daarmee in samenspraak zou moeten zijn.”
De NBVA wil inhoudelijk nog niet reageren. Volgens secretaris Martin Thies is samen met het Verbond van Verzekeraars en de NVA afgesproken te zijner tijd gezamenlijk met een weloverwogen reactie naar buiten te treden, “omdat de wet zo cruciaal is voor zowel het intermediair als de verzekeraars”.
Het ministerie van Financiën is op haar website (www.minfin.nl/wfd) inmiddels een publieke consultatie gestart. Geïnteresseerden kunnen daar hun opmerkingen over de concepttekst kwijt. Los van deze consultatie zullen marktpartijen (waaronder NVA, NBVA en Verbond) periodiek overleg hebben met ambtenaren van het ministerie, alvorens een definitief wetsvoorstel zal worden opgesteld.

Reageer op dit artikel