nieuws

Wellink voorspelt natuurlijke selectie onder intermediair

Archief

Wellink voorspelt natuurlijke selectie onder intermediair

Tijdens het seminar dat Hooge Huys vorige week in Aalsmeer had georganiseerd voor het intermediair, voorspelde Nout Wellink, president van De Nederlandsche Bank (DNB), een naderende ‘natuurlijke selectie’ onder tussenpersonen als gevolg van de nieuwe toezichtstructuur voor de financiële wereld die volgend jaar in werking treedt.
Wellink benadrukte tegenover het intermediair nog eens dat een substantieel aantal tussenpersonen zal gaan verdwijnen. Deels wordt dat veroorzaakt door de economische neergang. “Te voorzien valt dat de vraag naar financiële producten en diensten de komende tijd beperkt zal zijn, terwijl aanbieders kritischer kijken naar de kosten van hun distributieapparaat. Marges komen onder druk, de concurrentie neemt toe en dan keert de marktdynamiek zich tegen de individuele tussenpersoon. In dit licht lijkt een zekere sanering in de bedrijfstak onvermijdelijk.” Wellink voorziet een ‘survival of the fittest’.
De DNB-president schetste aan het begin van zijn betoog de intermediaire beroepsgroep als een exotische diersoort. “Ik wil niet meteen naar de Galapagos-eilanden verwijzen, maar u bent een buitengewoon interessant fenomeen”. Daarop volgde een vergelijking met broodbeleg: “U zit ingeklemd tussen verzekeraar en klant. U lijkt een sandwichvulling, maar bent het niet”.
Risico’s
Wellink gaf een overzicht van de wijzigingen in de toezichtstructuur, die begin volgend jaar afgerond worden. De Autoriteit Financiële Markten (AFM) zal toezien op de gedragsregels binnen de branche, DNB (waarin de Pensioen- en Verzekeringskamer opgaat) zal toezien op de financiële stabiliteit van verzekeraars en banken. DNB zal echter indirect ook betrokken zijn bij het toezicht op tussenpersonen: “Intermediairs bemiddelen voor aanbieders die onder prudentieel toezicht staan van de Bank. Zij brengen de klant aan, maar ook diens risico’s. Zo zijn er aanwijzingen dat risicovolle hypotheken vaker worden gesloten via een intermediair dan direct door een geldverstrekker. De intermediairs zijn dus een belangrijke factor die de omzet in de retailmarkt, de financiële resultaten en de soliditeit van de aanbieders mede bepalen. Bovendien is het prudentiële toezicht erop gericht het vertrouwen in de financiële sector in Nederland te bewaren. Als een intermediair op enigerlei wijze faalt, of in elk geval zijn klant niet naar behoren bedient, ziet die de tussenpersoon als de vertegenwoordiger van een sector die zijn vertrouwen heeft geschaad.”
Wellink waarschuwde de tussenpersonen ervoor dat zij door banken makkelijk aan de dijk kunnen worden gezet. “Voor banken is het heel duur om u in te schakelen. U moet daar wel goede waar voor leveren, anders geeft dat de banken een extra impuls om rechtstreeks de markt op te gaan. U moet zich daarvan bewust zijn.”
Ondoorzichtig
De bedrijfstak is erg ondoorzichtig, aldus Wellink. “De verhoudingen tussen de aanbieder en de intermediair zijn niet voldoende transparant en de belangen van de consument zijn niet altijd voldoende gewaarborgd. De logische conclusie is dat er corrigerende maatregelen nodig zijn.”
Die maatregelen kunnen niet aan de branche zelf worden overgelaten, vindt Wellink. “In het wetsvoorstel wordt nadrukkelijk ruimte gelaten voor zelfregulering. Er zijn echter grenzen. Het commerciële belang blijkt immers soms zwaarder te wegen dan het abstracte consumentenbelang.” De nieuwe toezichtstructuur waarborgt volgens de DNB-president een level playing field.
De twee-eenheid DNB/AFM gaat streng optreden om die gelijkwaardige concurrentie in stand te houden. “Malafide tussenpersonen zullen van de markt worden geweerd. Ook de Bank is in dit opzicht al langer actief. In de afgelopen jaren zijn we diverse malen opgetreden tegen tussenpersonen die bemiddelden met bancaire activiteiten voor onbekende, niet onder toezicht staande partijen”, aldus Wellink.
Nout Wellink tegenover het intermediair: “U bent een buitengewoon interessant fenomeen”. [kader]
Doorlopende provisie
Fiscalist Hans Regter (KPMG Meijburg & Co) gaf tijdens het Hooge Huys-seminar een kritische beschouwing op de gewijzigde fiscale behandeling van doorlopende provisie. “De mededeling van staatssecretaris Van Eijck (Financiën) dat doorlopende provisie voortaan fiscaal als afsluitprovisie zal worden behandeld, is ongenuanceerd en ongemotiveerd”, aldus Regter. “Belastingheffing is niet gebaseerd op mededelingen, maar op wettelijke bepalingen en jurisprudentie.”
De latere tegemoetkoming van Van Eijck, die inhield dat doorlopende provisie zal worden toegerekend aan het jaar van ontvangst, mits er een aantoonbare relatie is met de in dat jaar geleverde diensten, is helemaal geen tegemoetkoming, vindt Regter. “Het geeft slechts aan wanneer provisie op basis van goed koopmansgebruik in de belastingheffing moet worden getrokken.”
Volgens hem moet voorkomen worden dat doorlopende provisie kan worden gekwalificeerd als nog te ontvangen ‘in stukjes gehakte’ afsluitprovisie. “Hieruit volgt dat het intermediair meer activiteiten als accountmanager moet ontplooien; in hun provisieregelingen moeten verzekeraars aangeven dat het intermediair voor die activiteiten een doorlopende provisie ontvangt. Verder mogen provisieregelingen er niet toe leiden dat doorlopende provisie feitelijk afsluitprovisie is. Het is niet acceptabel dat afsluitprovisie in delen wordt uitbetaald.”

Reageer op dit artikel