nieuws

Weggebruiker bepaalt zelf keuze voor bergingsbedrijf

Archief

Automobilisten hoeven na een aanrijding op de snelweg geen gebruik te maken van een bergingsbedrijf dat samenwerkt met de Stichting Incident Management Nederland (SIMN). Zij mogen kiezen voor de diensten van elk bedrijf dat zich aanbiedt. Dat heeft de Hoge Raad geoordeeld in een zaak die de stichting had aangespannen tegen een niet-aangesloten bergingsbedrijf. De uitspraak heeft naar verwachting in de praktijk weinig gevolgen.

Het bergen van auto’s na een ongeluk wordt sinds 1999 geregeld via een aanbestedingsprocedure. Het gaat dan om de eerste berging (het vrijmaken van de weg) op het hoofdwegennet. Het Verbond van Verzekeraars, het ministerie van Verkeer en Waterstaat en de SIMN hebben daarover een convenant gesloten. In de SIMN zijn acht alarmcentrales verenigd, waaronder de Verzekeraarshulpdienst (VHD), SOS International en Mondial Assistance.
Periodiek worden de bergingsactiviteiten per rayon op basis van ‘gunningscriteria’ aanbesteed aan één bergingsbedrijf. Het centrale meldpunt van de SIMN stuurt bij een ongeval vervolgens een bergingsbedrijf op pad. Een aantal bergers die geen rayon toegewezen hadden gekregen, voelden zich buitengesloten. Zo ook een berger uit de omgeving van Nijmegen die met behulp van een politiescanner ongevallen traceerde en vervolgens in een aantal gevallen als eerste ter plaatse was om auto’s weg te slepen.
De SIMN daagde het bedrijf voor de rechter, omdat de gemaakte afspraken over het bergen van wrakken werden geschonden. De Hoge Raad heeft nu geoordeeld dat de activiteiten van het bergingsbedrijf de onderlinge afspraken tussen Verbond, SIMN en de overheid niet in de weg staan. Bovendien staat het een automobilist vrij om zelf te kiezen voor een ander dan het in dat rayon aangewezen bergingsbedrijf.
Geen wild-west
De vraag rijst nu of er op het vaderlandse snelwegennet geen wild-westtaferelen gaan ontstaan, waarbij bergers in een race verwikkeld raken om als eerste gestrande auto’s weg te kunnen slepen. Volgens Bert Huffener, secretaris van de Nederlandse Vereniging van Bergingsspecialisten (VBS), zal de uitspraak van de Hoge Raad weinig gevolgen hebben. “De toewijzingsregeling zoals die door de SIMN wordt uitgevoerd, geldt alleen voor het hoofdwegennet, waar maar 10% van alle ongevallen plaatsvindt. Op de secundaire wegen moeten alarmcentrales bergingsopdrachten individueel aan bedrijven gunnen, dus daar kan het voorkomen dat in één rayon drie bergers actief zijn. Trouwens, binnenkort wordt een nieuw communicatiesysteem in gebruik genomen waardoor het afluisteren van de politiescanners niet meer mogelijk is. Dat probleem lost zichzelf dus op”.
In ons land zijn zo’n 175 bergingsbedrijven actief. Daarvan zijn er ongeveer 25 buiten de boot gevallen bij de vorige aanbestedingsronde in 1999. “Zij hebben zich toen collectief aangemeld en daarmee de concurrentie beperkt. Daardoor hebben zij zichzelf buitenspel gezet. In de nu lopende gunning hebben de meeste van hen echter weer een eigen rayon gekregen”, zegt Huffener.
Klacht NMa
Tegen de huidige bergingspraktijk hebben de Vereniging Bergers Belangen Amersfoort en bergingscentrale Koppes uit Bergen bezwaar gemaakt bij de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa). Volgens de klagers wordt door het samenwerkingsverband van de SIMN alle concurrentie uitgesloten. Bovendien zouden verzekeraars via de alarmcentrales gemeentes en provincies dreigen de kosten van de eerste berging niet te betalen als deze wordt gedaan door een niet bij de SIMN aangesloten bedrijf.
De klacht van de bergers werd in september afgewezen; tegen deze beslissing is vervolgens bezwaar aangetekend. Dat bezwaar is door de NMa echter niet-ontvankelijk verklaard, omdat de gronden van het bezwaar niet tijdig zijn ingediend.

Reageer op dit artikel