nieuws

Verzwijgingsartikel onder grote druk

Archief

In het voorjaar van 1981 moest het Verbond van Verzekeraars zich diepgaand beraden op de draagwijdte van Artikel 251 van het Wetboek van Koophandel (WvK), beter bekend als het ‘verzwijgingsartikel’. Twee vaste commissies van het Verbond werden met een onderzoek belast: de Commissie Acceptatiebeleid en de Commissie Schaderegelingsbeleid. Aanleiding vormde de opstelling van de rechterlijke macht in enkele recente procedures.

Een Rotterdamse kantonrechter had een beroep van een verzekeraar op art. 251 WvK ondubbelzinnig van de hand gewezen. De betrokken verzekeringnemer had bij de standaardvraag in het aanvraagformulier: “Zijn er overigens nog omstandigheden die van belang kunnen zijn bij het beoordelen van deze aanvraag?”, niet aangegeven dat hij herhaaldelijk strafrechtelijk was veroordeeld wegens vermogensdelicten. De kantonrechter had als oordeel uitgesproken, “dat een dergelijke algemene en vage vraagstelling niet meer past in deze tijd”.
Tv-programma’s
In het najaar van 1981 werd het verzwijgingsartikel door twee consumentenprogramma’s op de televisie aan de orde gesteld: bij de roemruchte Ombudsman Frits Bom (Vara) en bij het al even gevreesde Kieskeurig van Wim Bosboom (Tros). In beide tv-rubrieken werd verzekerden aangeraden om alsnog eventuele niet door hen op een aanvraagformulier vermelde veroordelingen bij de betrokken verzekeraars te melden. Dit om te voorkomen dat ze later bij een claim eventueel met een beroep op het verzwijgingsartikel geconfronteerd zouden kunnen worden. Zeker enkele honderden kijkers wendden zich tot hun schadeverzekeraar om het een en ander op te biechten.
Reacties
Bij Delta Lloyd kwamen ongeveer vijftig reacties binnen. “Geen enkele zaak was zo ernstig dat wij maatregelen hebben overwogen”, verklaarde Jan Langman, directeur Schade. Namens Nationale-Nederlanden reageerde juridisch adviseur Theo Kremer: “Bij ons kwamen brieven binnen van mensen die verkeersovertredingen meldden en vroegen of dat nare gevolgen kon hebben voor hun inboedelverzekering”. Bij NN kwamen ruim dertig meldingen binnen. “Enkele reacties waren van dien aard dat een nader onderzoek gerechtvaardigd lijkt”, aldus Kremer.
Ferdinand Renger, adjunct-directeur Brand van Amev, vond het vooral een slechte zaak dat mensen in gewetensnood waren gebracht. “Het is bij veel reacties duidelijk te merken dat het de mensen moeite heeft gekost om te schrijven.” Hij schatte dat Amev toch ook in enkele van de bijna veertig gevallen stappen zou ondernemen.
Aanbevelingen
In november 1981 stelde het bestuur van het Verbond van Verzekeraars zich op het standpunt dat de vaagheid rond het verzwijgingsartikel zo snel mogelijk de wereld uit moest. Er ging een brief met aanbevelingen naar alle leden. Verbondsvoorzitter Rein Wijkstra verklaarde op televisie: “Wij zijn tot de conclusie gekomen dat wij bij de aanvraag voor een verzekering heel duidelijk op dat artikel 251 moeten wijzen. Deze zaak is inderdaad duister en onbekend voor de mensen”.
In de aanvraagformulieren zou volgens het Verbondsbestuur duidelijk moeten worden gemaakt, dat verzekeraars geïnformeerd willen worden over strafrechtelijke veroordelingen wegens een vermogens- of een geweldsmisdrijf tijdens de laatste tien jaar. Dat zou concreet als voorbeeld moeten worden genoemd in een toelichting op art. 251. WvK. Datzelfde ging gelden voor “opzegging door een verzekeraar gedurende de laatste jaren”.
1981
– Kamer wil bewijs dat provisiesysteem tot overkreditering leidt- Driekwart inboedels is onderverzekerd- Hernieuwd beraad bij verzekeraars over 251 WvK- Verbond start campagne ter verbetering imago van verzekeringsbedrijf- Regels voor advertenties over consumptief krediet- Leventarief voor vrouw aangepast- Fiscus attent bij overdracht koopsompolis- Autoverzekeringsmarkt lijkt ratjetoe te worden- Proef Wehkamp in verzekeringen- Expertisebureaus Bergweg en Michels fuseren

Reageer op dit artikel