nieuws

Verzekeringsmarkt rekent na 25 jaar met grote getallen

Archief

Verzekeringsmarkt rekent na 25 jaar met grote getallen

Tussen 1979 en 2003 is veel, maar lang niet alles veranderd in de verzekeringsbranche. De omvang van de markt is verveelvoudigd op diverse deelgebieden, waaronder vooral de omzet en het aantal aanbieders. Ook in de distributie van verzekeringen hebben zich opmerkelijke verschuivingen voorgedaan, vaak ten koste van het intermediair. Wet- en regelgeving heeft de deskundigheid van marktpartijen vergroot. Wat onder meer is gebleven, is de discussie over de toegevoegde waarde en beloning van het intermediair.
Het verschil in 25 jaar verzekeringswereld zit primair in de veel grotere getallen. Met name in het levenbedrijf hebben verzekeraars een spectaculaire vooruitgang geboekt. De levenbranche stond in 1979 nog in de kinderschoenen getuige de ‘schamele’ premieomzet van minder dan # 3,0 mld. Begin 2003 was dat premievolume, mede door omvangrijke fiscale begunstiging en toenemende behoefte aan pensioenen en hypotheken, bijna verachtvoudigd naar # 23,6 mld. De koopsomproductie won daarbij terrein ten opzichte van de premiebetalende verzekeringen: in 1979 bestond de nieuwe productie voor minder dan éénderde van het premievolume uit koopsommen, maar in 2003 was dat bijna 46%. In absolute cijfers vertienvoudigde de koopsomproductie naar # 10,8 (0,9) mld tegen # 13,1 (2,0) mld aan premiebetalende polissen.
Mede door de liberalisering van de verzekeringsmarkt als gevolg van Europese wetgeving, nam het aantal levensverzekeraars toe tot 260, van wie de overgrote meerderheid vanuit het eigen land op de Nederlandse markt actief is. Het aantal binnenlandse maatschappijen steeg de afgelopen 25 jaar van 53 naar 89. Het aantal buitenlandse maatschappijen met vestiging in Nederland daalde in die tijd van twaalf naar twee.
Schadebedrijf
In het schadebedrijf boekten verzekeraars de afgelopen kwart eeuw aanzienlijk lagere groeicijfers. Het premie-inkomen verviervoudigde sinds 1979 naar # 20,0 (4,6) mld. Bijna de helft hiervan komt voor rekening van de branche Ongevallen en ziekte. Dat is bijna een vervijfvoudiging van het premievolume van 1979, toen nog goed voor een marktaandeel van bijna 37%.
Een verdrievoudiging in premieomzet boekte de op één na grootste branche, Motorrijtuigen, naar # 4,2 (1,4) mld. Daarentegen slonk het marktaandeel van bijna 30% in 1979 tot bijna 21% begin vorig jaar. Van Transport en Brand liep het marktaandeel eveneens terug tot 2,8% (4,5%) en 14,9% (17,1%). Terrein won de Overige variaverzekering, waarvan de premieomzet vervijfvoudigde naar # 2,8 (0,5) mld, hetgeen goed is voor een groei in marktaandeel naar 13,7% (11,8%).
Het aantal schadeverzekeraars bleef al die jaren vrijwel stabiel: 972 (980). De verhouding binnenlandse en buitenlandse maatschappijen onderging echter grote wijziging: waren in 1979 ‘slechts’ 148 buitenlandse maatschappijen actief in ons land, 25 jaar later zijn er 555 buitenlanders die vrijwel allemaal vanuit hun eigen land de Nederlandse markt bewerken. Het aantal Nederlandse maatschappijen is in die periode geslonken van 378 naar 251 en het aantal vrijgestelde onderlingen daalde van 454 naar 166.
Intermediair
In deze snel veranderende verzekeringsmarkt van de grote(re) getallen heeft het intermediair in toenemende mate marktaandeel moeten inleveren ten gunste van onder meer direct-writers en banken. Konden de rechtstreeks werkende verzekeraars in 1979 nog maar bogen op een marktaandeel van niet meer dan 5% in de particuliere markt voor schadeverzekeringen, nu is dat percentage al gestegen tot boven de 20%. “Uw positie is veel sterker dan ik voor mogelijk had gehouden”, moest Otto Hehne, directeur Particulieren van Centraal Beheer, in 1979 aan de leden van de assurantieclub Zeeland opbiechten, maar vandaag de dag zou dat niet meer nodig zijn.
Debet aan de verslechterde concurrentiepositie is onder meer de forse terugloop in aantal assurantietussenpersonen. De laatste 25 jaar is hun bestand met eenderde afgenomen tot ruim 21.000 (32.000). Opvallend is dat in die lange periode het aantal A-inschrijvingen met 5% is afgenomen en het B-register in omvang met 11% is toegenomen. Het C- en D-register zijn echter afgeschaft. In het Handelsregister stonden in 1979 bijna 14.000 tussenpersonen ingeschreven, van wie ruim 8.600 met assurantiebemiddeling als hoofdactiviteit.
Sinds 1979 is het aantal gevolmachtigden met 38% gestegen tot 408. Gezamenlijk hebben zij ruim tweeduizend volmachten, bijna 26% meer dan 25 jaar geleden. Het georganiseerde intermediair van NVA en NBVA zag het aantal aangesloten assurantiekantoren teruglopen tot 1.552 (1.639). De organisatie van beursmakelaars en beursverzekeraars VNAB telde 25 jaar geleden nog 141 leden, van wie 48 gevolmachtigden die in totaal 95 verzekeraars vertegenwoordigden. Thans is het ledental geslonken tot 87 bedrijven, uitsluitend verzekeraars en makelaars. De volmachtbedrijven zijn op enkele bedrijven na verdwenen.
Toegevoegde waarde
Wat is gebleven, is de jarenlange discussie over de toegevoegde waarde en de beloning van de tussenpersoon. Al in februari 1979 toonde toenmalig directeur Ton Kool van Ennia (door fusie met AGO opgegaan in Aegon) dat er wat dat betreft niets nieuws onder zon is. In een lezing voor de assurantieclubs Upac en Het Gooi e.o. wierp hij de vraag op of de tussenpersoon moet worden beloond met provisie, uitgedrukt in een percentage van de premie, dat door de verzekeraar wordt betaald. “Moet dit beloningssysteem niet worden omgebouwd tot een systeem waarbij de tussenpersoon een honorarium ontvangt van de cliënt op basis van het gegeven advies en de tijd en moeite die eraan zijn besteed, zelfs als er geen verzekering tot stand komt?”, vroeg Kool zich toen al hardop af. Ook over de toegevoegde waarde van het intermediair was Kool zijn tijd al ver vooruit, getuige zijn waarschuwing: “De tussenpersoon zal zijn adviesfunctie, dus eigenlijk zichzelf, meer en meer moeten verkopen. Dat is zijn toegevoegde waarde. De tussenpersoon moet de vertrouwensman zijn van de klant.”
Dat dit geen loze kreet was, bleek uit de geringe toegevoegde waarde van het intermediair voor de particuliere klant. Volgens Kool verdiende het intermediair de provisie wel heel erg gemakkelijk gezien de extreem lage contactfrequentie. “Gemiddeld bezoekt de tussenpersoon zijn particuliere klant één keer in de acht jaar”, aldus Kool destijds. En dat het met de efficiency een stuk beter kon, bleek wel uit het feit dat elke particuliere klant gemiddeld door drie tussenpersonen werd bezocht. “Het intermediair denkt nog te veel in postjes en te weinig in klanten”, was het oordeel van Kool.
Wel is het intermediair zich meer bewust geworden van de aansprakelijkheidsgevolgen van zijn verkoopadvies aan de klant. De pool voor aansprakelijkheidsrisico’s Bavam zag sinds 1979 het aantal verzekerde tussenpersonen meer dan verdubbelen tot 6.413 (2.923), van wie 5.548 (2.183) niet zijn aangesloten bij een standsorganisatie. Zij waren vorig jaar goed voor een brutopremie van ruim # 11 mln tegen ongeveer # 1,4 mln in 1979.
Sparen/lenen
Grote getallen zijn ook te zien in de markt voor sparen en lenen. Consumenten en bedrijven spaarden in 1979 voor een bedrag van # 24,4 mld bij elkaar, iets meer dan een kwart van de totale spaarstroom van vorig jaar: # 91,3 mld. Daarmee bedroegen de spaarstortingen bijna het dubbele van het spaartegoed dat de Nederlandse markt in 1979 aan de banken had toevertrouwd. Begin vorig jaar bedroeg het uitstaande spaarsaldo meer dan drievoudige van 1979: # 167,8 mld.
Lenen is zowel consumenten als bedrijven eveneens beter afgegaan in de laatste 25 jaar. In 1979 werd voor # 29,3 mld aan nieuwe hypotheken gesloten, waarvan # 20 mld op huizen. In 2003 was de nieuwe productie opgelopen tot ruim # 124 mld, waarvan bijna # 88 mld aan woninghypotheken. Dat is een verviervoudiging ten opzichte van 1979. De uitstaande hypotheekportefeuille verdrievoudigde de laatste kwart eeuw van ruim # 118 mld naar # 350 mld.
De consumptieve bestedingen verdubbelden ruimschoots: van # 3,9 mld in 1979 naar ruim # 10,3 mld vorig jaar. Het aflopend krediet moest daarbij terrein prijsgeven aan het doorlopend krediet: het marktaandeel van de laatste kredietsoort steeg in de afgelopen 25 jaar van bijna 42% naar 64%. De uitstaande portefeuille consumptief krediet verdrievoudigde naar # 16,4 (5,4) mld.
Kwart eeuw financiële diensten 1979 begin 2003 Schadeverzekeringen
(in mln euro’s) Brutopremie 4.591 20.065 w.v. ziekte en ongevallen 1.690 9.564 motorrijtuigen 1.364 4.179 transport 206 561 brand 787 2.993 overige varia 544 2.755 Technisch resultaat 1,2 218,7 w.v. ziekte en ongevallen -2,5 276,1 motorrijtuigen 2,9 -60,2 transport -0,5 4,9 brand -0,2 -27,3 overige varia 1,5 25,3 Nettowinst 311 213,6 Aantal maatschappijen 980 972 w.v. uit binnenland 378 251 w.v. uit buitenland 148 555 niet onder toezicht 454 166 Levensverzekeringen (in mln euro’s) Brutopremie 2.990 23.604 w.v. koopsommen 948 10.814 periodieke premies 2.042 13.146 Nettowinst (*excl. buitenlandse maatschappijen) 500* 240 Aantal maatschappijen 65 260 w.v. in binnenland 53 89 w.v. uit buitenland 12 2 Hypotheken (in mln euro’s) Nieuwe productie 29.343 124.357 w.v. woonhuizen 20.035 87.653 Uitstaande portefeuille 118.596 350.000 Consumptief krediet (in mln euro’s) Verstrekte portefeuille 3.940 10.319 w.v. doorlopend krediet 1.645 6.593 Uitstaande portefeuille 5.413 16.437 Spaargelden (in mln euro’s) Spaarstortingen 24.409 91.283 Uitstaand spaarsaldo 47.622 167.766 Klachten Verzekeringsbedrijf Schadebedrijf Behandeld 1.117 2.976 w.v. gegrond 149 919 ongegrond 761 1.165 opgelost na bemiddeling 92 83 Levenbedrijf Behandeld 394 1.427 w.v. opgelost 103 1.212 Intermediair Totaal SER-inschrijvingen 32.335 21.590 w.v. in A-register 3.993 3.806 B-register 16.023 17.784 C-register 10.713 – D-register 1.445 – Gevolmachtigden 296 408 Aantal volmachten 1.597 2.009 Leden NVA 869 664 Leden NBVA 770 888 Leden VNAB 141 87 Beroepsaansprakelijkheid (Bavam) Premie 1.410 11.009 Dekking (min.-max.) 113.445-1.134.450 500.000-5.000.000 Aantal tussenpersonen 2.923 6.413 w.v. niet-georganiseerd 2.183 5.548 Waarborgfonds Motorverkeer (in euro’s) Schadeclaims 23.000 64.500 Uitkeringen (in mln) 13,5 63,8 Bijdragen (in mln) – 62,5 Bijdrage gekentekend 3,40 9,40 Bijdrage niet-gekentekend 0,50 1,35 Reclamebestedingen (in mln euro’s) Totaal bestedingen 39,8 77,2 w.v. vaktijdschriften 1,6 5,7 AssurantieMagazine Redactie, incl. secretariaat 3 10 Oplage 25.000 32.000 Aantal pagina’s 688 1.496

Reageer op dit artikel