nieuws

Verzekeringsbranche kansloos in toezichtsdebat

Archief

Minister Gerrit Zalm van Financiën loodst het nieuwe model voor toezicht op de financiële wereld fluitend door de Tweede Kamer. Die conclusie lijkt gerechtvaardigd na een rondetafelgesprek met belanghebbenden en toezichthouders én na een debat met de Vaste Kamercommissie voor financiën.

De uitkomst van het Kamerdebat met minister Zalm tekende zich tijdens het rondetafelgesprek, een week eerder, al af. Toen vielen de protesten van verzekeraars en tussenpersonen in het niet bij de adhesiebetuigingen van de Nederlandse Vereniging van Banken, de Consumentenbond en de drie toezichthouders zelf.
In het overleg tussen Kamerleden en minister Zalm werd duidelijk dat zeker de PvdA en vrijwel zeker de VVD en GroenLinks het wetsvoorstel gaan steunen, terwijl naar verwachting D66 haar bezwaren niet omzet in tegenstemmen. Zalm zal nog een wetsontwerp opstellen met een memorie van toelichting, waarna een slotdebat en stemming in de Tweede Kamer kunnen volgen.
In het jongste Kameroverleg strooide Zalm nog wat extra zout in de wonden van de verzekeraars door te stellen dat “eigenlijk alleen de directeur van het Verbond van Verzekeraars nog kritiek heeft op het plan”. Zalm maakte daarmee handig gebruik van uitspraken van ING-topman en vice-voorzitter van het Verbond van Verzekeraars Ewald Kist, een dag eerder in Het Financieele Dagblad. Kist zei daarin dat het goed is dat het toezicht op banken en verzekeraars naar elkaar toegroeit en dat hij kan leven met het voorstel van Zalm.
De opmerking van Zalm is door het Verbond van Verzekeraars niet erg gewaardeerd. “We hebben een boze brief naar Zalm gestuurd, waarin we de suggestie wegnemen als zou er licht zitten tussen het standpunt van ons bestuur en onze directie”, zo zegt woordvoerder Gert Kloosterboer. “Bij het rondetafelgesprek zat voorzitter Paul van de Geijn nota bene naast directeur Eric Fischer.”
Rondetafel
Het rondetafelgesprek, een week eerder, had de verzekeraars al weinig reden tot tevredenheid gegeven. Zo begonnen de verzekeraars en de pensioenfondsen hun gezamenlijke pleidooi met een klaagzang over het gebrek aan overleg en raadpleging bij het ministerie van Financiën. De klaagzang is hoogstens in de notulen opgenomen. Verder lijkt niemand in Den Haag zich er iets van te hebben aangetrokken.
Verder stoelde Verbondsdirecteur Eric Fischer de bezwaren van de verzekeraars onder meer op de internationale vervreemding. Volgens Fischer zijn er in Europa maar twee toezichtsmodellen en wijkt het nu voorgestelde Nederlandse model daarvan af. Komt bij dat door de Europese harmonisatie Nederland binnenkort weer om zal moeten, om zich te schikken in dat Europese model, zo voorziet Fischer. Verbondsvoorzitter Van de Geijn deed er nog een schepje bovenop. “Nederland moet niet in een toezichtsenclave terechtkomen. Europese concurrenten als AXA en Allianz zullen straks sneller op de markt kunnen reageren”, waarschuwde de Aegon-topman.
Tot ieders verbazing werd de assuradeurendelegatie even later openlijk afgevallen door de Nederlandse Vereniging van Banken (NVB). Volgens NVB-bestuurder Wim van den Goorbergh bestaan er in Europa wel vier of vijf toezichtsmodellen en is een Europese integratie op dit vlak nog lang niet aan de orde. “Het Verbond schetst geen juiste voorstelling van zaken”, durfde Van den Goorbergh er nog ten overvloede aan toe te voegen.
Consumentenbond
De vier aanwezige Kamerleden bij het rondetafelgesprek – Tineke Witteveen (PvdA), Hella Voûte, Kees Vendrik en Henk de Haan (CDA) – hadden opvallend veel aandacht voor de standpunten van de Consumentenbond, vertegenwoordigd door Wibo Koole en Rob Goedhart. Koole drukte de politici op het hart dat de aanwezige belangenvertegenwoordigers toch vooral “hun eigen deelgebied willen beschermen”. Volgens hem moet de consument het leidende perspectief zijn, bijvoorbeeld bij toezicht op assurantietussenpersonen. “Een gedragstoezichthouder moet zorgen dat de consument aan zijn trekken komt en dat de tucht van de markt zijn werk kan doen. Wellicht dat sommige mensen dan pijn moeten lijden, maar dat is dan maar zo.”
Volgens Koole, groot voorstander van het nieuwe toezichtsmodel, moet de nieuwe Autoriteit Financiële Markten zich met gedragstoezicht niet beperken tot informatieverstrekking. “Het gaat ook om eerlijk zakendoen. Vandaar ook onze roep om toezicht op tussenpersonen.”
Toezichthouders
Het nieuwe toezichtsmodel biedt ruimte aan enkele onduidelijkheden. Zo is niet helemaal duidelijk welke toezichthouder (DNB, PVK of AFM/STE) welke vergunningen gaat verstrekken. Heikeler is de kwestie van een beslissende stem bij één van de drie toezichthouders. Wat namelijk te doen bij onaanvaardbaar marktgedrag, wetende dat verbieden van die activiteiten een faillissement tot gevolg zal hebben? Welke toezichthouder mag dan zijn zin doordrijven?
Arthur Docters van Leeuwen, STE-man en voorzitter van de overkoepelende Raad van Financiële Toezichthouders, had er tijdens het rondetafelgesprek nog geen antwoord op. “Daar komen we makkelijk uit”, zo trachtte hij – tevergeefs – de toehoorders gerust te stellen.
Ten slotte gaven alledrie de toezichthouders aan dat zij heel bewust voor dit model hebben gekozen. PVK-voorzitter Dirk Witteveen deed dat middels een duidelijk oordeel over de eigen organisatie. “De Pensioen- en Verzekeringskamer is echt goed in prudentieel toezicht. Consumentenbescherming ligt ons minder. Het is een pragmatische keuze dit over te laten aan de STE.” Wederom woorden die de zaak van het Verbond, de NVA en de NBVA – die toezicht op tussenpersonen het liefst in Apeldoorn zien – bepaald geen goed deden.
Volmachtagent is geen loondienstagent
Arie van den Ende, voorzitter van de Nederlandse Vereniging van Gevolmachtigde Assurantie-agenten (NVGA), moest tijdens het rondetafelgesprek een geheel eigen strijd voeren. CDA-kamerlid Henk de Haan typeerde de volmachtbedrijven namelijk, vergezeld van een licht denigrerende toon, als “adepten van verzekeraars”. Van den Ende voelde de behoefte dat woord te nuanceren. “Voor alle duidelijkheid, een gevolmachtigd agent is geen loondienstagent. De NVGA telt tweehonderd leden en die hebben gemiddeld van zes verzekeraars een volmacht. Het zijn dus geheel zelfstandige bedrijven.”

Reageer op dit artikel