nieuws

Verzekeraars zitten mis met staffel voor bijsparen

Archief

Na het wegvallen van de fiscaal aantrekkelijke markten voor uitgestelde lijfrenten en voor kapitaalverzekeringen hebben levensverzekeraars de fiscale ondersteuning voor het vrijwillig bijsparen naast de aanvullende pensioenregeling ontdekt. Volgens Paul van der Heide, directeur van VH Software, maken een aantal maatschappijen daarbij een pijnlijke fout in hun verkoopondersteunende softwarepakketten.

“Diverse verzekeraars hebben de laatste maanden producten in de markt gezet voor de verzekering van het ‘bijspaarpensioen’. Sommigen hebben daarvoor eenvoudige software ontwikkeld, die ogenschijnlijk een juist beeld geeft van de bijspaarruimte die werknemers kunnen benutten. Als uitgangspunt wordt hierbij de door het ministerie van Financiën gepubliceerde ‘minfin-staffel’ gehanteerd.
Deze ‘minfin-staffel’ geldt in de praktijk zo’n beetje als de premiestaffel die voor alle beschikbare premieregelingen kan worden gebruikt. De staffels zijn door het ministerie van Financiën gepubliceerd op 4 november 2000. Ze zijn opgesteld aan de hand van een middelloonregeling, met een minimale AOW-franchise, een zogenaamd Witteveen-carrièremodel en een opbouwpercentage van 2,25%. Er zijn staffels aangegeven die bij verschillende pensioenrichtleeftijden kunnen worden gebruikt.
Loonbelasting
In artikel 18a van de Wet op de Loonbelasting (wet LB) is evenwel neergelegd, dat de opbouw in een beschikbare premieregeling maximaal gelijk mag zijn aan de opbouw van een 2%-eindloonregeling. De opbouw mag ook worden getoetst aan een 2,25%-middelloon, hetgeen leidt tot een iets lagere staffel. Voor een basisregeling leidt een berekening op basis van 2%-eindloon dus tot een hogere premiestaffel. Vandaar dat het ministerie in het besluit van november 2000 heeft aangegeven, dat zonder nadere motivatie van deze gepubliceerde staffels kan worden uitgegaan.
Wordt een hogere staffel aan werknemers toegezegd, dan moet worden aangetoond dat de opbouw het in de wet LB neergelegde maximum (op basis van 2%-eindloon) niet overschrijdt. Bij het spiegelen van de staffel aan 2%-eindloon, leidt de berekening tot een hogere staffel dan die in het besluit is aangegeven. Daar de meeste beschikbare premieregelingen worden toegezegd aan werknemers (niet zijnde directeur-grootaandeelhouders), is er in de praktijk weinig behoefte om de grenzen van het fiscale maximum op te zoeken en kan ook naar mijn mening best worden uitgegaan van de ‘minfin-staffels’.
Bijsparen
Voor bijspaarpensioen ligt dit echter anders. Toch koppelen veel verzekeraars hun bijspaarregelingen aan deze ‘minfin-staffel’. Dit leidt tot fiscale bovenmatigheid, waardoor voor werkgevers en werknemers nogal wat fiscale problemen zullen ontstaan.
In de ‘minfin-staffel’ wordt rekening gehouden met 2,25% per dienstjaar. Het probleem schuilt in de salarisverhogingen. Deze carrièregroei leidt niet tot backservice in de berekeningswijze van de ‘minfin-staffel’, daar het immers op een middelloonregeling is afgestemd. Is de basisregeling echter een (gematigde) eindloonregeling, en dat is veelal het geval, dan krijgt de werknemer in de loop der tijd wel backservice over zijn salarisstijgingen.
Deze backservice leidt ertoe, dat bij het volgen van het Witteveen-carrièremodel een hoger pensioen wordt opgebouwd dan wanneer het middelloonsysteem wordt gevolgd. Het totale pensioen, inclusief de bijspaarruimte, komt uiteindelijk door deze backservice hoger uit dan op basis van de van middelloon afgeleide ‘minfin-staffel’. Dit houdt in dat een lagere premiestaffel dan de ‘minfin-staffel’ voor de bijspaarregeling moet worden gehanteerd, om het totaal binnen de grenzen te houden.
Aansprakelijk
In het besluit betreffende de inhaal en inkoop van pensioen door middel van beschikbare premies (d.d. 11 december 2002) wordt niet direct ingegaan op bovenstaande problematiek. Enige parallellen met de hier aan de orde zijnde problematiek zijn echter wel te trekken. In het besluit zijn een aantal herrekenmethoden neergelegd voor de inhaalruimte. Dit leidt naar mijn mening tot de conclusie, dat voor bijspaarpensioen eveneens een herrekening van de premiestaffel moet plaatsvinden.
Zo’n besluit zal naar verwachting nog lang op zich laten wachten. Hierop wachten is voor verzekeraars gaan optie, aangezien de markt voor bijspaarpensioen in de komende twee à drie jaar moet worden veroverd. Verzekeraars en adviseurs die nu berekeningen maken op basis van de ‘minfin-staffels’ lopen een groot risico zodra deze problematiek bij Financiën wordt onderkend. Immers, de adviseur of verzekeraar zal door de werkgever aansprakelijk worden gesteld voor de schade die hierdoor ontstaat. Zeker wanneer verzekeraars eigen software ontwikkelen die van onjuiste staffels uitgaat, lopen zij naar mijn mening een groot risico.

Reageer op dit artikel