nieuws

Verzekeraars krijgen toch zorgplicht voor tussenpersoon

Archief

Verzekeringsmaatschappijen krijgen toch een zorgplicht voor het werk van assurantietussenpersonen. Dat lijkt althans de strekking van de concepttekst van de Wet Financiële Dienstverlening (WFD).

Intermediair en verzekeraars zijn fel tegenstander van een zorgplicht. Tussenpersonen willen geen al te grote bemoeienis van verzekeraars met hun bedrijfsvoering en verzekeraars zitten niet te wachten op een uitbreiding van hun aansprakelijkheid. Het ministerie van Financiën lijkt vooralsnog niet gevoelig voor die argumenten. “We zullen daarover nadrukkelijk met ze gaan praten”, kondigt NVA-directeur Niels Mourits aan. “Zowel verzekeraars als het intermediair zitten daarop niet te wachten. Een vermenging van onafhankelijk intermediair met aanbieders is onwenselijk.”
Letterlijk stelt de wettekst onder het kopje ‘Zorgplicht’: “Indien een financiële dienstverlener (aanbieders inbegrepen, red.) werkzaamheden uitbesteedt aan een derde, draagt hij er zorg voor dat deze derde bij de uitvoering van die werkzaamheden de regels die zijn gesteld naleeft.” In de Memorie van Toelichting volgt een verdere uitleg: “Een financiële dienstverlener die een derde inschakelt, bijvoorbeeld om een deel van de werving van klanten te verrichten, is er ook verantwoordelijk voor dat deze derde daarbij de regels van het wetsvoorstel naleeft (…) De financiële dienstverlener moet bij de selectie van degene aan wie hij bepaalde werkzaamheden uitbesteedt, de nodige zorgvuldigheid in acht nemen.”
De teksten zijn in elk geval van toepassing op de uitbesteding van werkzaamheden van een tussenpersoon aan een subagent (“een onderbemiddelaar”, volgens de wettekst). Volgens de huidige formulering zijn ze evenwel ook van toepassing op verzekeraars die de verkoop van hun producten en andere werkzaamheden uitbesteden aan tussenpersonen.
Zorgplicht
De algemene zorgplicht wordt in artikel 3.2.1 van de WFD als volgt verwoord. “Een financiële dienstverlener onthoudt zich van handelingen die het ordelijk functioneren van de financiële markten of het vertrouwen van de consument daarin kunnen schaden. Tevens neemt hij in zijn handelen de nodige zorgvuldigheid in acht, waarbij hij naar beste vermogen met de belangen van de consument rekening houdt.”
De Memorie van Toelichting voegt daar aan toe: “Op financiële dienstverleners rust een algemene zorgplicht jegens de consument vanwege de bijzondere risico’s die voor een consument aan financiële producten kleven, de specifieke deskundigheid van financiële dienstverleners over deze risico’s in verhouding tot de kennis van de consument en de bijzondere vertrouwensrelatie die vaak tussen financiële dienstverlener en consumenten bestaat. Het ‘handelen’ van een financiële dienstverlener kan zowel doen als nalaten omvatten.” De regelgever merkt overigens wel op dat de consument een eigen verantwoordelijkheid heeft bij het maken van een keuze voor een financieel product.
Meer concreet betekent de zorgplicht dat financiële dienstverleners moeten voldoen aan de nodige informatieverplichtingen. Die staan opgesomd in de artikelen 3.2.2 en 3.2.3. Opvallend is, dat er geen expliciete eis wordt genoemd om aandelenbelangen van verzekeraars in assurantiekantoren kenbaar te maken aan de klant. Volgens de toelichting heeft de consument er echter belang bij te weten of er sprake is van een financiële binding van bemiddelaars aan aanbieders. Aannemelijk is dus dat de eis uit de Europese richtlijn (participaties van meer dan 10% openbaar maken) van kracht wordt.
Bemiddelen of adviseren
De Wet Financiële Dienstverlening (WFD) maakt onderscheid tussen adviseren, bemiddelen en aanbieden. Het laatste werkwoord is van toepassing op financiële instellingen als banken en verzekeraars. Onder adviseren wordt verstaan “alle werkzaamheden gericht op het inwinnen van informatie over de individuele behoefte van de consument en het op basis daarvan aanbevelen van één of meer specifiek financiële producten”. Bemiddelen is daarentegen dat werk dat is “gericht op het als tussenpersoon tot stand brengen van overeenkomsten inzake financiële producten tussen consumenten en aanbieders, of dat bestaat uit het assisteren bij het beheer en de uitvoering van dergelijke overeenkomsten”.
In de Memorie van Toelichting komt het verschil nogmaals aan de orde. “Adviseren verschilt van bemiddelen in die zin dat adviseren zich beperkt tot het leggen van contact tussen de consument en de aanbieder, terwijl bemiddelen is gericht op de totstandkoming van een overeenkomst tussen consument en aanbieder inzake een specifiek financieel product. Bij advies zal de consument zelf meer initiatief moeten ondernemen.”

Reageer op dit artikel