nieuws

Verzekeraars bloeden voor failliete kantoren

Archief

Verzekeraars hebben de afgelopen jaren fors moeten bloeden voor riante financieringen van assurantiekantoren die zijn geëindigd in een faillissement. Vorig jaar veroorzaakten 55 omgevallen intermediairbedrijven een schade van e 37,4 mln. De helft daarvan komt voor rekening van verzekeringsmaatschappijen. Verder verloren bijna 1.200 werknemers hun baan: meer dan het dubbele ten opzichte van 2001.

Het jaar 2002 heeft meer faillissementsschade opgeleverd dan het jaar 2001, toen de totale schuldenlast van 49 failliete assurantiebemiddelingsbedrijven uitkwam op e 32,6 mln. De oninbare rekeningen bij verzekeraars vielen dat jaar echter aanzienlijk hoger uit: e 25,5 mln tegen e 18,7 mln in de laatste jaargang. Het jaar 2000 was in alle opzichten rustiger aan het faillissementsfront: dertig faillissementen met een totale schuld van e 22,8 mln, waarvan e 16,2 mln voor rekening van verzekeraars. Het aantal ontslagen werknemers als gevolg van een faillissement bedroeg in 2000 en 2001 respectievelijk 505 en 577.
Deze cijfers zijn ontleend aan faillissementsverslagen van de curatoren. Kanttekening is dat genoemde cijfers niet in alle verslagen zijn vermeld en dat diverse faillissementen nog niet zijn afgesloten, waardoor een definitieve lijst met crediteuren ontbreekt, evenals een definitieve lijst van boedelopbrengsten. De schuldcijfers kunnen dus nog wijzigen. Vooral bij de oninbare vorderingen van verzekeraars zal deze bijstelling vrijwel zeker een opwaarts effect hebben.
Provisie
De belangrijkste oorzaak voor de verliezen die verzekeraars hebben geleden door omvallende tussenpersonen zijn de soms rijkelijk verstrekte financieringen. Een vorm waarin die financieringen worden gegoten, is het doen van voorschotbetalingen op nog te ontvangen provisie. Daarmee is direct een tweede oorzaak voor de oninbare vorderingen van verzekeraars gegeven: de post terugboekingsprovisie. Door een hoog polisverval moet het intermediairbedrijf provisie terugbetalen en de daarvoor benodigde gelden ontbreken veelal.
De grootste faillissementen van het vorig jaar zijn die van Walewein/Fred (Nijmegen), Pensioen Partners (Barneveld), Ferwerda & Partners (Almere) en FPO (Rotterdam). Bij de laatste staat momenteel een schuldenlast van e 3,0 mln open, waarvan e 800.000 voor rekening is van ING Bank, e 340.000 voor Amev en e 136.000 voor Hooge Huys. Bij Ferwerda & Partners bedraagt de totale schuldenlast inmiddels e 2,6 mln, waarvan e 0,8 mln voor rekening is van financier Falcon. Bij Pensioen Partners is de schade van e 4,0 mln vrijwel volledig voor rekening van minderheidsaandeelhouder Delta Lloyd; ook Aegon heeft hier een veertje moeten laten. Bij Walewein/Fred beloopt de gezamenlijke schade zo’n e 4,5 mln, waarvan 80% voor rekening is van de financiers Falcon, Delta Lloyd, SNS Reaal en ING Bank.
Slechte locatie
De faillissementen uit 2002 vallen in het niet bij de uitschieters uit de voorgaande twee jaren. Zo liet in augustus 2000 de Financiële Raadgevers Associatie (Bunnik) voor e 7 mln aan onbetaalde rekeningen achter; verzekeraar Avéro ging hier zwaar het schip in. Later dat jaar bleef bij Bouwman Consultancy (Westerbork) e -5,5 mln onder de streep staan, met Aegon als één van de grote verliezers. In maart 2001 liet Heijloo & Molkenboer een schuldbedrag van e 5,9 mln noteren; Delta Lloyd legde er flink op toe.
In oktober spande een assurantiekantoor in Almere de kroon: bij Noorderkroon resteerde een schuld van e 16 mln. Dankzij de verzekeraars Delta Lloyd, Avéro en Aegon, die hun schulden kwijtscholden, kregen alle crediteuren in dit faillissement nog een substantiële slotuitkering. De drie verzekeraars schoten er gezamenlijk voor e 17,4 mln bij in.
Met Delta Lloyd, Avéro en Aegon zijn drie maatschappijen genoemd die de afgelopen drie jaar veelvuldig bij faillissementen zijn opgedoken. Aegon spant wat dat betreft de kroon, terwijl Avéro vorig jaar juist gevrijwaard bleef van failliete intermediairrelaties. Wat dat betreft was het jaar 2002 niet goed voor SNS Reaal, Delta Lloyd, Aegon én Falcon. Opmerkelijk is verder dat ’s lands grootste verzekeraar Nationale-Nederlanden in drie jaar tijd slechts vijf keer opduikt als één van de verzekeraars waarmee zaken werd gedaan.
Verder valt de plaatsnaam Almere op. Vorig jaar zetelden 8 van de 55 omgevallen kantoren in Almere. In de twee jaar daarvoor was dat telkens maar één keer het geval. Daartoe behoort wel de record-schuldenmaker Noorderkroon. (Zie voor een reportage over de faillissementsverkoop van Aristo Raad: pag. 28 en 29.)

Reageer op dit artikel