nieuws

Vertrouwen Interpolis is groot

Archief

Het handelen van verzekeraar Interpolis is ingegeven door vier V’s: vrijheid, vertrouwen, verantwoordelijkheid en verbondenheid. Op die basis kunnen de bijna zesduizend medewerkers hun werk doen en kunnen verzekerden hun claims indienen. Verder heeft Interpolis veel vertrouwen in zichzelf: zonder blikken of blozen claimt de Rabobank-dochter op weg te zijn naar de koppositie in verzekeringsland. De nieuwe aanvoerder Kick van der Pol is ambitieus en niet bepaald naïef.

Door Henri Drost
Van der Pol draagt de aanvoerdersband binnen de directie van Interpolis inmiddels een half jaar. Hij wandelde pas twee jaar geleden de verzekeringswereld binnen, na een carrière in de agrarische wereld en later in die van de uitvoeringsinstellingen en pensioenuitvoerders (GUO en Relan). Eigenlijk verrast het hemzelf, een plek aan de top van de machtige Nederlandse verzekeringswereld. “Ik heb een leidinggevende functie in elk geval nooit bewust geambieerd.”
Kick van der Pol werd in 1949 geboren in Alphen aan den Rijn. Op 17-jarige leeftijd ging hij op kamers wonen in Amsterdam om te beginnen aan een studie Economie aan de Vrije Universiteit. “Als jongen uit een gereformeerd nest was dat voorbestemd. Katholieken gingen naar Tilburg of Nijmegen.” Waarde hecht Van der Pol niet meer aan dit religieuze onderscheid. “Het gereformeerde geloof werd bij elkaar gehouden door schuldgevoelens. Ik weet zeker dat ik het niet weet”, zegt hij daarover. Hij was allang blij dat-ie überhaupt naar de universiteit kon. “Eind jaren zestig gingen voor het eerst kinderen van ‘den kleinen luiden’ studeren.”
Van der Pols vroege zelfstandigheid hangt samen met het overlijden van zijn vader, toen hij pas vijftien jaar was. “Bij Interpolis gaan we heel open met elkaar om, ook over ons verleden en onze roots. Het valt mij op dat veel managers getekend zijn door een gebeurtenis vroeg in hun leven en dat veelal hun vader daarbij een prominente rol speelt. Laatst heb ik in een interview met het blad van VNO/NCW gezegd dat daar de verklaring ligt voor mijn huidige managementfunctie. Ik moest vroeg volwassen zijn en kon daar blijkbaar goed mee omgaan. Ik heb daar heel veel instemmende reacties op gehad van collega-topmanagers. Wat opviel, is dat diversen zeiden hier eigenlijk nooit zo bij te hebben stilgestaan. Het is een thema waar niet veel over wordt gepraat, maar er is toch niets mis mee?”
Verbondenheid
Openheid en de daarmee gepaard gaande warmte zijn kenmerkend voor Interpolis; het hoofdkantoor staat niet toevallig in het Brabantse land. Laatst repte Roel Wijmenga er nog over bij zijn overstap van de directie van Fortis ASR naar die van Interpolis. Wijmenga was onder meer getroffen door het ontbreken van een cassière in het bedrijfsrestaurant. Het is een voorbeeld van het vertrouwen dat Interpolis stelt in zijn werknemers. Zo kent Interpolis ook geen tijdregistratiesysteem en mogen medewerkers zelf hun vakantiedagen bijhouden.
Telewerken wordt nadrukkelijk gestimuleerd. Op dat vlak loopt Interpolis, net als met de inrichting van het hoofdkantoor zonder vaste werkplekken, voorop. Inmiddels maken duizend van de 5.900 medewerkers er gebruik van en naar verwachting zijn dat er binnen enkele jaren drieduizend Van der Pol: “Maar dat vertrouwen en die vrijheid zijn onlosmakelijk verbonden met verantwoordelijkheid en verbondenheid. Wij geven onze mensen verantwoordelijkheid, en vertrouwen erop dat ze samen met de klant voor een goede oplossing kiezen. Managers moeten zo’n beslissing dan ook niet meer overrulen. Verder willen we niet dat mensen vijf dagen per week thuis werken. Telewerken kan hooguit twee tot drie dagen in de week, anders verlies je de verbondenheid met het bedrijf.”
“Die verbondenheid is heel erg belangrijk. Kijk maar naar onze samenleving. Vrijheid zonder verantwoordelijkheid ontaardt in vrijblijvendheid. En we zijn doorgeschoten in vrijheid zonder verbondenheid, waardoor het individualisme hoogtij viert zonder sociale controle en cohesie. Dat zorgt voor grote problemen.”
Naïef
De benadering van de eigen werknemers is volgens Van der Pol noodzakelijk om tot de gewenste benadering van klanten te komen. “Wij willen naar onze klanten toe vertrouwen uitstralen. Een klant die net een schade heeft gehad, zit vol emotie en die moet je vertrouwen geven. Vandaar onze kreet ‘Bonnetjes zijn niet nodig, we geloven u zo ook wel’.
Hoe moeilijk is het zo’n houding vol te houden als die meermalen wordt misbruikt?
Van der Pol: “Maar wij zijn niet naïef, hoor. Volgens ons is niets zo gemakkelijk als frauderen met schadeformulieren en bonnetjes. Onze klanten vullen geen formulier in maar worden allemaal persoonlijk benaderd. Ze weten niet wat er wordt gevraagd en het is aan onze medewerkers om de echtheid van een verhaal te doorzien. En verder houden we steekproeven naar claims. Want het is natuurlijk mede onze opdracht om fraudeurs niet te subsidiëren, waardoor premies onnodig hoog zijn. Als we fraude constateren, dan zijn we bikkelhard. Dat geldt voor klanten, maar ook bij misbruik van de vier V’s door onze medewerkers.”
Schademeldingen kunnen tegenwoordig ook via internet (www.interpolis.nl) worden gedaan. De polishouder wordt de volgende dag wel teruggebeld door Interpolis. “We geven hier nog niet veel ruchtbaarheid aan, omdat we het langzaam willen opbouwen. We willen eerst onderzoeken of het schadepatroon van claims via internet afwijkt van het normale patroon.”
Marktleider
Eerder dit jaar sprak Rabobank-topman Bert Heemskerk in het Financieele Dagblad de ambitie uit om marktleider te worden in verzekeringen. Een marktaandeel van 25% had hij daarbij in zijn hoofd. Het lijkt een schier onhaalbare doelstelling, maar wederom benadrukt Van der Pol niet naïef te zijn. “Laat ik voorop stellen dat wij ontzettend blij zijn met die uitspraak van Heemskerk. Het betekent dat we volledig gesteund worden in onze groeiambities. Rabobank heeft gezegd in alle markten waarin het actief is, te streven naar marktleiderschap. In diverse segmenten is zij dat al en Rabobank gaat zich nu concentreren op markten waar ze nog geen marktleider is. Verzekeringen is zo’n markt, maar ook de grote bedrijven en de rijke particulieren heeft hij genoemd.”
Momenteel is ING marktleider in verzekeringen met een marktaandeel (in brutopremieomzet) van zo’n 17%, tegen 8% voor nummer vijf Interpolis. Van der Pol ziet drie gronden voor de opmars. “Ten eerste verwachten we nog een hele forse groei te bereiken via het Rabobank-kanaal. Ten tweede is de beslissing genomen dat Interpolis overgaat tot multidistributie en dus veel nadrukkelijker dan nu met assurantietussenpersonen gaat werken. En verder moeten fusies en overnames een bijdrage leveren.”
Zorgverzekeringen
De eerste winst moet komen uit zorgverzekeringen. “We willen een grote speler worden in ziektekosten. Daar hebben we nu een marktaandeel van 0%. Samen met VGZ willen we drie miljoen verzekerden gaan bedienen. VGZ heeft er nu 2,7 miljoen en we zien de joint-venture die we vorig jaar zijn gestart met VGZ als een eerste stap naar een veel hechtere samenwerking. Een fusie is niet uitgesloten.”
Van der Pol wil zich niet uitspreken over Achmea. “Collega’s hier zeggen altijd: we hebben drie keer met Achmea gepraat en drie keer is scheepsrecht. Ik weet niet precies wat dat gezegde betekent, maar het klinkt me telkens weer krachtig in de oren.” Een toevoeging van Univé lijkt meer waarschijnlijk, al is Van der Pol terughoudend. Interpolis toonde twee jaar geleden al eens serieuze interesse in Univé, dat overigens vorig jaar weer op het punt stond te gaan fuseren met VGZ. Van der Pol: “Univé is wel afgetast, maar er zijn geen echte fusiebesprekingen geweest. Het ontbreekt bij de onderlingen aan de vereiste meerderheid. Ik vind dat erg jammer, want qua visie op onderlinge waarborgmaatschappijen passen we erg bij elkaar.”
Misschien dat het economische tij u een handje helpt en Univé gedwongen wordt weer met u aan tafel te gaan zitten?
“Maar daar hou ik niet van. Je moet samengaan vanwege een goede visie en niet uit economische noodzaak.”
Toekomstplanner
Een ander terrein waar Interpolis zich met zevenmijlslaarzen in wil gaan bewegen, is de pensioenmarkt. “Ik ben er van overtuigd dat we in de tweede en derde pijler van het pensioengebouw een marktaandeel van 20% kunnen behalen, binnen vijf jaar. We bouwen nu aan een pensioenfabriek, waar vijf pensioenuitvoerders worden samengevoegd: Detam, GUO, Beon, Van Spaendonck en Interpolis.”
Het individuele levenbedrijf liep vorig jaar omzetklappen op door de ingezakte markt voor lijfrentekoopsommen. “Enerzijds door de fiscale wijzigingen, anderzijds omdat wij ons niet hebben bezondigd aan onverantwoorde tarieven”, stelt Van der Pol. In het lopende jaar lijkt herstel te volgen. “We zijn niet in paniek geraakt en maken nu een forse inhaalslag. We hebben nu al een belangrijk deel van de begrote omzet Leven binnen, al moet ik wel zeggen dat hier een onverwacht grote overloop uit 2002 bijzit.”
Een nieuwe impuls gaat níet komen uit de ‘Alles-in-één-Polis Leven’, een idee dat Leven-directeur Joop Kanen kort na de eeuwwisseling lanceerde. “Dat was een goed idee, maar het blijkt dat de klant dit niet belangrijk vindt. Die klant verlangt van ons inzicht in zijn financiële situatie nu en in de toekomst, wil weten waar de klippen zitten en wil zelf kunnen navigeren. We denken daar met de Toekomstplanner een oplossing voor te hebben gevonden. In een klein halfjaar tijd zijn er al 25.000 analyses gemaakt. In overleg met Rabobank willen we er de elementen sparen en beleggen aan toevoegen. Hier hebben we hoge verwachtingen van.”
Ziekteverzuim
Interpolis is naast verzekeraar een volwaardig aanbieder van arbo- en reïntegratiediensten, onder de overkoepelende naam Commit. “We gaan niet alleen verzekeren, want dat lost het probleem niet op. Een verzekering is het sluitstuk, als reïntegratie niet meer lukt.”
Van der Pol voorziet een verdere terugtrekking van de overheid uit dit onderdeel van de sociale zekerheid. “Het eerste ziektejaar is al privaat en het tweede ziektejaar binnenkort ook. Het verbaast mij niet als daar straks het derde, vierde en misschien wel vijfde jaar op volgt. Interpolis richt zich primair op de agrarische wereld en het midden- en kleinbedrijf en die ondernemers gaan we geïntegreerde pakketten bieden. Ondernemers hebben nu alleen maar last van die sociale zekerheid en die last gaan wij ze uit handen nemen. Met arbodiensten, preventie en reïntegratie, met één elektronisch loket voor aanmelding van nieuwe werknemers en ziektegevallen.”
Volgens de Interpolis-voorman moet de aandacht zich richten op beïnvloedbare arbeidsongeschiktheid. “Voortvloeiend dus uit conflicten op de werkvloer, problemen in de thuissituatie, overbelasting, enzovoorts. We moeten arbeidsongeschiktheid niet louter vanuit de medische hoek bekijken. We reorganiseren Commit momenteel tot een organisatie die deskundig is in wat mensen nog wel kunnen. De artsen kunnen zich concentreren op de zwaardere, medische gevallen. Dit klinkt eenvoudig, maar is heel complex. Het komt erop neer dat we ons primair richten op de oplossing voor werkgever en werknemer. We moeten de beïnvloedbare arbeidsongeschiktheid terugbrengen. Voor niet te vermijden arbeidsongeschiktheid is de inkomensverzekering het sluitstuk.”
Intermediair
Onderdeel van de groeistrategie is de keuze tot multidistributie en dus tot verkoop van verzekeringen via het intermediair op grote schaal. Op termijn moeten tussenpersonen voor 30% van de omzet gaan zorgen. Interpolis verwacht als dochter van een grote bank, toch een voorname concurrent van het assurantie-intermediair, niet veel weerstand te ondervinden.
“Omdat we dezelfde producten via alle kanalen tegen dezelfde condities en dezelfde prijs aanbieden. En wij zeggen dat niet alleen, wij doen het ook. Een voorbeeld: Interpolis heeft de Bedrijven Compact Polis en Hagelunie had een vergelijkbare, maar niet gelijke verzekering. Dat hebben we allemaal overgezet op de Bedrijven Compact Polis, zodat er geen onderscheid meer is tussen de Rabobanken en de Hagelunie-tussenpersonen. Dat geldt straks ook voor het directe kanaal Sterpolis, vanuit Arnhem. Alle verzekeringen worden straks overgezet naar de ‘Alles-in-één-Polis’ en krijgen het label Interpolis.”
Volgens Van der Pol komt momenteel bij de traditionele Interpolis-producten 85% van de omzet binnen via de Rabobanken. “Daar willen we toe naar een groter aandeel van tussenpersonen. Er lopen momenteel een aantal pilots op dit gebied, onder meer bij Meeùs.”
Bij nieuwe producten als employee-benefits, pensioenen en arbodienstverlening ligt het omzetaandeel van de Rabobanken echter op slechts 10%. “Rabobank kan hier groeien door afspraken te maken met brancheorganisaties in het mkb-segment. Nu verloopt nog veel via grote tussenpersonen. Wij doen op dit gebied bijvoorbeeld zaken met Meeùs en Schouten Zekerheid.”
Zijn jullie nog geïnteresseerd in een aandelenbelang in Meeùs? Huidig aandeelhouder Aegon heeft altijd gezegd andere participanten toe te juichen.
“Interpolis heeft twee jaar geleden gezegd participaties in tussenpersonen bespreekbaar te vinden. We sluiten het dus niet uit. Maar wat betreft Meeùs is er met mij nooit concreet over gesproken. Maar goed, nou is er zowel bij Meeùs als bij ons sprake geweest van een wisseling van de wacht.”
Kick van der Pol (53) studeerde in 1974 af aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Na zijn studie Economie bleef hij werkzaam voor de VU en promoveerde er in 1982 op ‘Klassieke theorieën over de inkomensverdeling’. In 1983 werd hij secretaris bij het Landbouwschap (Sociale Zaken), in 1987 algemeen directeur van de Agrarische Sociale Fondsen en in 1991 algemeen directeur van de Bedrijfsvereniging voor Tabaksverwerkende en Agrarische Industrie. Tussen 1992 en 2001 stond hij aan het hoofd van de uitvoeringsinstellingen en pensioenuitvoerders GUO, Stigas GUO en Relan. Hij nam in 2001 zitting in de hoofddirectie van Interpolis en volgde december vorig jaar Piet van Schijndel op als voorzitter.
Kick van der Pol: “We zijn niet naïef: als we fraude constateren, dan zijn we bikkelhard”.

Reageer op dit artikel