nieuws

Vermogens pensioenfondsen slinken vijf tot zeven procent

Archief

Drie grote pensioenfondsen hebben hun negatieve beleggingsrendementen over het jaar 2002 bekendgemaakt. De dekkingsgraad bevindt zich bij alledrie nog maar net boven de 100%.

De grote pensioenreuzen ABP (overheid en onderwijs), PGGM (zorg en welzijn) en PME (metalektro) noteerden beleggingsresultaten van respectievelijk -7,2%, -6,9% en -5,0%. In 2001 hadden alle Nederlandse pensioenfondsen gemiddeld al een negatief rendement van -2,8% behaald.
Het vermogen van het ABP (2,4 miljoen pensioenverzekerden) slonk van e 147,3 mld naar e 135,5 mld. De aandelenportefeuille kreeg vorig jaar een dreun van -30,7% te verwerken en slonk, ondanks tussentijdse aankopen, tot e 39,3 (55,9) mld, oftewel 29% (38%) van de beleggingsportefeuille. Aangezien de pensioenverplichtingen met 9% toenamen, kelderde de dekkingsgraad van het ABP in een jaar tijd van 122% naar 103%. Het ABP heeft de diverse pensioenpremies (ouderdom, nabestaanden en pré) verhoogd, waardoor inmiddels 12,5% (10,9%) van het salaris bestemd is voor pensioen. De lopende uitkeringen zijn met 3,8% geïndexeerd.
PGGM werd geconfronteerd met een beleggingsrendement van -6,9%, waardoor het vermogen afnam tot e 45,3 (49,1) mld. De aandelen, ruim 45% van alle beleggingen, gingen 22,8% in de min. De dekkingsgraad is, exclusief de indexatie van de pensioenen (4,87%), gedaald van 124% naar 106%. De pensioenpremie is gestegen van 7,6% naar 10,3%.
PGGM wijst er nog op dat het tienjarige beleggingsrendement 8,7% positief is; bij het ABP is dit tienjaarsrendement overigens +7,1%.
Het pensioenfonds voor de grootmetaal PME (e 12 mld vermogen) zag de dekkingsgraad inkrimpen tot 101% (113%), doordat het beleggingsrendement vorig jaar uitkwam op -5,0%. Aandelen gingen hier 24,9% in de min. De pensioenpremie voor de 650.000 deelnemers van PME is met twee procentpunten verhoogd. De indexatie van de lopende pensioenen werd met eenvijfde gekort tot 2,7%.
Ruzie met PVK
De pensioenfondsen bekvechten inmiddels stevig met de toezichthouder. De Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK) heeft namelijk van de fondsen geëist dat de dekkingsgraden binnen een jaar tijd op minimaal 105% zijn gebracht en dat zij binnen acht jaar op 135% zitten. Dat vinden de fondsen te veel van het goede: “Dit leidt tot overprudentie, oftewel te grote voorzichtigheid”. Kwalijke consequentie daarvan is volgens de fondsen dat “de kans op indexeringen van pensioenuitkeringen fors afneemt als het belang in zakelijke waarden (aandelen en onroerend goed) moet worden teruggebracht”.
De pensioenorganisaties hebben pensioenhoogleraar Erik Lutjens en onderzoeksbureau Ortec in de hand genomen om de PVK – en desnoods de politiek – op een andere koers te krijgen. Volgens Ortec moeten de premies in vijf jaar tijd met 70% worden verhoogd om aan de PVK-eisen te kunnen voldoen. “De gevolgen voor de Nederlandse economie zijn enorm”, zo luidt de onheilstijding van Ortec, dat onder meer een verlies van 138.000 banen voorspelt.
Lutjens pakt de zaken juridisch aan en richt z’n pijlen vooral op drie punten: de verplichte indexatie, de kostendekkende premie en maatwerk per fonds. Volgens de hoogleraar kan de PVK de eerste twee zaken op basis van haar bevoegdheden en de Pensioen- en Spaarfondsenwet niet afdwingen. En “maatwerk is geen gunst, maar juridisch afdwingbaar”, aldus Lutjens.

Reageer op dit artikel