nieuws

Van Ommeren roept om vakkennis

Archief

door Richard Vroom

De Rotterdamse assurantiemakelaar Gerard van Ommeren (53) heeft een uitgesproken mening over het toezicht op en de zelfregulering binnen de branche. Van Ommeren is sinds 1996 directeur-eigenaar van Schouten Insurance International. Deze assurantiemakelaardij is onder meer bekend als de tegenvoeter van de Bavam, want ook bij Schouten hebben duizenden intermediairs hun beroepsaansprakelijkheidsverzekering gesloten.
Het gaat ronduit slecht met de resultaten in de beroepsaansprakelijkheidsverzekering voor assurantietussenpersonen en onroerend-goedbemiddelaars. Van Ommeren: “De intermediairs staan onder grote druk. Bijna geen maatschappij is nog in staat om snel en goed werk af te leveren. Er zijn forse achterstanden: polissen die drie, vier keer terug moeten omdat ze niet goed zijn. Als ik kijk naar ons eigen pensioencontract: mannetjes zijn plotseling vrouwtjes geworden en er zijn voorletters en data aan geplakt. Waar het vandaan komt, weet ik niet, maar het is gewoon schrikbarend. Er is een toenemend gebrek aan vakkennis op de werkvloer bij de verzekeraars. De kennis zit op dit moment veel meer bij het intermediair dan bij de risicodragers.”
Maar ook over het kennisniveau bij het intermediair maakt Van Ommeren zich zorgen. “De ontwikkelingen gaan zo snel en zijn zo divers, dat ze door de modale man of vrouw op de werkvloer amper of niet zijn bij te houden. Dus moet je als assurantieadviseur heel duidelijk weten: dit kan ik aan, dit kan ik niet aan. Als je het niet meer kunt overzien, dan zul je òf je kennis moeten vergroten òf je zult er een materiedeskundige bij moeten halen. Maar ga niet klakkeloos adviseren.”
Verder vindt Van Ommeren dat de consumenten ook al niet erg ‘meewerken’. “Het is tegenwoordig al heel snel zo, dat men zegt ‘de adviseur heeft het fout gedaan’, terwijl eigenlijk de fout bij de consument ligt. Maar dat is dan vaak niet hard te maken. Wat dit betreft, ben ik heel blij met de woorden van Docters van Leeuwen van de Autoriteit Financiële Markten (AFM), dat consumenten de plicht hebben om goed na te kijken wat ze kopen en de adviseur goed te informeren over hun persoonlijke situatie. Dat neemt niet weg dat de zorgplicht van het assurantie-intermediair veel dossiervorming vereist. Dossiervorming is nog niet voor iedereen in de branche gesneden koek. Wij gaan daar heel veel aandacht aan schenken, want het zal voor veel kantoren, vooral de kleinere, een enorme belasting betekenen. Het vraagt immers heel wat van de organisatie op het kantoor.”
“Veel schade komt toch nog steeds voort uit meer beloven dan er waargemaakt kan worden. En bijvoorbeeld ook het niet goed luisteren aan de telefoon. Als een bepaalde klant altijd een WA-verzekering wilde bij een gebruikte auto, dan moet je niet bij zijn melding van een nieuwe tweedehands auto zomaar denken: hij zal wel weer WA willen. Als assurantieadviseurs heel goede telefoonnotities maken, dan kun je er nog iets mee doen.”
Premiedifferentiatie?
Zoals gezegd, gaat het slecht met de ontwikkeling van het financiële resultaat in de beroepsaansprakelijkheidsverzekering. Van Ommeren: “Samen met Nassau, de risicodrager van onze beroepsaansprakelijkheidsverzekering, zijn we heel nauwgezet aan het kijken hoe we onze verzekerden met meer advies kunnen bijstaan, met als oogmerk die tekening weer positief te krijgen. De voorwaarden worden steeds weer tegen het licht gehouden en de premies nemen sterk toe.”
Bij collega-concurrent Bavam wordt hardop nagedacht over een eventuele premiedifferentiatie in de beroepsaansprakelijkheidsverzekering voor het assurantie-intermediair. Tijdens enkele lezingen onderscheidde Erna Dijkers van de Bavam drie typen ondernemers: de gebonden tussenpersoon, de tussenpersoon die met een beperkt aantal maatschappijen zaken doet en de categorie van de echt onafhankelijke adviseurs. Die laatste categorie zou, in het licht van de komende wetgeving, het grootste risico vormen. Van Ommeren: “Ik ben het daar helemaal niet mee eens. Het zijn juist de onafhankelijke assurantie-adviseurs die het echte intermediairschap uitoefenen. Zij vormen over het algemeen een beter en duidelijker risico dan de andere. Daarom voelen wij niets voor een dergelijke premiedifferentiatie”.
Parttimers
Bij Schouten is de premie gebaseerd op het aantal personeelsleden van een assurantiekantoor. Op het eerste gezicht lijkt het vreemd, dat het aantal medewerkers wordt omgerekend naar voltijdwerknemers. Immers hoe meer mensen er bij de dagelijkse activiteiten betrokken zijn, hoe groter het risico is, zou je kunnen veronderstellen. Bijvoorbeeld het risico op fouten die te maken hebben met niet accurate overdracht van werkzaamheden.
Maar ook deze gedachte wordt door Van Ommeren gepareerd. “Er wordt inderdaad op steeds grotere schaal parttime gewerkt. Maar daar hebben wij, bijvoorbeeld hier in eigen huis, heel goede ervaringen mee. Vooral herintredende vrouwen werken over het algemeen zeer gedegen. Die hebben nog het oude arbeidsethos, beschikken over algemene kennis en ‘koppelen’ goed naar de volgende die op de stoel gaat zitten. En automatisering is een belangrijk aspect hierbij. Verzekeraars hebben op het terrein van aansprakelijkheidsverzekeringen vaak angst voor parttimers en voor mensen die het vak parttime uitoefenen. Die angst is tot dusver ongegrond gebleken.”
Onroerend goed
Van oudsher heeft Schouten een groot marktaandeel in de beroepsaansprakelijkheidsverzekering van onroerend-goedbemiddelaars. Van Ommeren draait er niet omheen: “Deze tekening is zeer zorgwekkend. Gelukkig hebben wij een goede verstandhouding met de standsorganisaties NVM, VBO en LMV, want de afgelopen twee jaar hebben we de voorwaarden moeten aanscherpen en tevens de premies en de eigen-risicobedragen moeten verhogen.”
Behalve de algemene risicofactor in de beroepsaansprakelijkheidsverzekering (werkdruk) zijn er ook specifieke problemen in de wereld van de onroerende zaken. “Er stonden tot voor kort bij te koop staande woningen vaak genoeg drie mensen te dringen voor een pand. Als dan de ene makelaar van een bedrijf ’s morgens een optie op zo’n pand verleent aan klant A en ’s middags doet een collega dat bij klant B, dan zit je met een probleem. Ik denk dat dit met de huidige stand van de automatisering niet meer nodig is. Je kunt toch zó een e-mailtje of een SMS-je sturen dat je een optie hebt afgegeven!”
De dekkingscapaciteit is zeer sterk geslonken, zowel in binnen- als buitenland. En Schouten kan dit vrij goed volgen, omdat haar beroepsaansprakelijkheidsverzekering ook een exportproduct is geworden. Zo ontwikkelde het bedrijf in 1990, samen met Bloemers Nassau, een polis voor de Ierse intermediairorganisatie NIIBA. Nog steeds is Schouten actief op de Ierse markt. “Wij hebben er een marktaandeel van zo’n 15%, maar nu met andere risicodragers. Ook in voormalige Oostbloklanden is door ons een beroepsaansprakelijkheidspolis voor tussenpersonen geïntroduceerd, zoals jaren geleden in Hongarije. Maar in de meeste gevallen staat er op een gegeven moment een lokale maatschappij op, die dan dit product gaat voeren.”
Dat Schouten eertijds (1978) met een eigen beroepsaansprakelijkheidsverzekering voor collega-intermediairs op de proppen is gekomen, heeft een vrij eenvoudige verklaring. “Je had toen eigenlijk alleen de Bavam-pool, maar die bood geen dekking voor bemiddelingsactiviteiten in het buitenland en ze hadden ook problemen met gecombineerde bemiddelings- en volmachtbedrijven. Toen zijn we voor onszelf naar de Britse markt gegaan en vervolgens hebben we besloten om het zelf op te zetten”, aldus Van Ommeren. Na de assurantietussenpersonen en makelaars onroerend goed volgden als doelgroepen administratiekantoren en reisagenten. Behalve private label-producten voor genoemde groepen is Schouten als makelaar actief voor vrije beroepers zoals advocaten, notarissen en architecten.
Scheepvaart
Als in Rotterdam de naam Van Ommeren valt, gaan de gedachten direct in de richting van de scheepvaart. En zo dacht tandartszoon Gerard van Ommeren er in de jaren zeventig ook over. Hij wilde graag bij dat bekende concern gaan werken, maar bij de sollicitatie werd hij snel ontnuchterd. Om niet geheel duidelijke reden bepaalden de statuten dat er geen enkele ‘Van Ommeren’ meer bij het concern in dienst kon komen.
Hij belandde vervolgens in de expeditiewereld. “Dat was dag en nacht werken voor weinig geld. Je leert er heel veel, maar daar zat voor mij geen toekomst in.” Mede omdat Van Ommeren nogal wat kennissen in de verzekeringswereld had, volgde hij de cursus voor het diploma Assurantie B.
Op zekere dag stapte hij het arbeidsbureau binnen. “De bemiddelaar trok een dossierkast op wieltjes naar zich toe. Er waren vijf vacatures die een beetje bij mij pasten. Vier ervan waren vacatures bij verzekeringsbedrijven: de assurantiemakelaars Jaap Schouten en Mees & Zoonen en de maatschappijen Nationale-Nederlanden en Stad Rotterdam, die beide een aankomend leven-inspecteur zochten. De vijfde vacature was bij Van Gelder Papier die iemand zocht voor uitzending naar Zuid-Afrika.”
Van Ommeren kon eigenlijk bij allemaal terecht. Met Mees was het eerste sollicitatiegesprek. “Ik kon er komen werken, maar ik vond het geboden maandsalaris honderd gulden te laag. Kort daarna belde op een ochtend Jaap Schouten om het rond te maken. Wij kwamen snel tot overeenstemming. Enkele uren later belde Van Gelder op. Die wilde mij wel uitzenden naar Zuid-Afrika… Dat was voor mij de favoriete baan. Maar mijn vader had mij altijd voorgehouden ‘een man een man, een woord een woord’ en dus moest ik voor dat aanlokkelijke aanbod bedanken.”
SOS Air Ambulance
In 1975 ging Van Ommeren aan de slag bij Jaap Schouten. Hij moest ondersteuning bieden bij de behartiging van de verzekeringsbelangen van de internationale relaties die Schouten had. Binnen enkele jaren kwam er een grote wending. “Een Nederlandse verzekeringsrelatie was in Turkije van een berg gerold met zijn auto en hij kon niet over de weg vervoerd worden. De grote vraag was: hoe krijgen we die man snel terug naar Nederland?” Van Ommeren belde op aanraden van een kennis met de hulpverleningsorganisatie International SOS Assistance in Genève. “Binnen 24 uur was die man vanuit Turkije in Nederland. Ik ben daarom de andere dag in mijn autootje gestapt om naar Genève te gaan. Het gevolg was dat wij – onder de naam SOS Air Ambulance – het alleenvertegenwoordigingsrecht voor Nederland, België, Scandinavië en Engeland verwierven. Op een gegeven ogenblik hadden wij drie miljoen verzekerden in de boeken staan. Wij gaven repatriëringsdekking af. Wij hadden 60% van de Britse markt.”
In 1996 kon Van Ommeren een minderheidsbelang krijgen in Schouten Insurance International en in SOS Air Ambulance. Nadat het Geneefse bedrijf International SOS Assistance in 1998 was verkocht aan Asean Emergency Assistance (AEA), heeft Schouten het bedrijf SOS Air Ambulance eveneens verkocht aan AEA. Inmiddels is Van Ommeren eigenaar-directeur van Schouten Insurance International, dat 35 medewerkers telt.
Klikfunctie
Van Ommeren heeft uitgesproken opvattingen over bepaalde ontwikkelingen ten aanzien van de verzekeringsbranche. Zo is hij fel gekant tegen de wens van de AFM dat verzekeringsmaatschappijen bij deze toezichthouder slechte assurantieadviseurs gaan melden, opdat de AFM actie tegen zulke adviseurs kan ondernemen. “Ik vind dat een heel slecht plan. Ze moeten die adviseurs niet melden bij AFM, maar bij de betrokken standsorganisatie. En als het gaat om ongeorganiseerden, dan zou dat kunnen bij de Stichting Klachteninstituut Verzekeringen of bij de Stichting Gidi. Ik vind het uit den boze dat maatschappijen op subjectieve gronden vrije ondernemers bij de overheid gaan aangeven. De medewerkers van maatschappijen zijn mensen in loondienst en die mogen nooit en te nimmer ‘zeggenschap’ krijgen over vrije ondernemers.”
Co-assurantie
Een andere bron van zorg is de co-assurantie. “Ik durf te stellen, dat er bijna geen co-assurantiemarkt meer is. Vroeger zeiden ze in de brandmarkt ‘Wie is de bovenaanstaande verzekeraar? Oh, is dat die en die, dan teken ik voor zoveel procent mee. Maar nu heb je een hele slip volgetekend en dan zegt nummer zes: ‘Daar ben ik het niet mee eens’ en dan moet je weer opnieuw beginnen. Of je moet met iedereen aparte contracten opstellen en er daarna weer één contract van maken. Daar zijn natuurlijk wel allerlei automatiseringstechnische ‘trucs’ voor tegenwoordig, maar dat is niet de zuivere co-assurantie zoals we die vroeger kenden. Ik vind dat een groot probleem.”
En opnieuw komt het gebrek aan vakkennis aan de orde. “Vroeger als je op de beurs bij een acceptant kwam, moest je van goeden huize komen om met hem in discussie te kunnen gaan. En wat zie je nu vaak: ze nemen de post aan en ze nemen hem mee. Toch lijkt het me van groot belang dat wij als verzekeraars en makelaars de co-assurantiemarkt vitaal proberen te houden.”
Van Ommeren zit het ook dwars dat er steeds minder verzekeraars overblijven, met name op de beurs. “Er zijn voor bepaalde risico’s gewoon geen markten meer. Ik heb anderzijds alle begrip voor verzekeraars. Die hebben jarenlang met veel te lage premies en veel te ruime voorwaarden geleefd, overigens onder druk van hun eigen onderlinge concurrentie. Maar er was in de afgelopen jaren, in tegenstelling tot vroeger, geen sprake van een bodem in de markt. Die bodem was er wèl voordat de NMa-situatie ging spelen. Als het in een branche slecht ging, werden verzekeraars door de NVA voor overleg bij elkaar gehaald. Nu mag dat niet meer en nu gebeurt dat ook niet meer. Maar de klanten snappen er niets van.”
“Ik ben tegen te sterke regelgeving. Ik denk dat er vóór de komst van de Europese mededingingsregels een veel betere marktwerking en een veel betere zelfregulering was dan er op dit moment is. En daar is de consument nooit slechter van geworden. Ik denk dat onder de huidige omstandigheden de consument er wél slechter van kan worden en zeker niet beter.” Maar Van Ommeren heeft de overtuiging dat er bij de overheden in Brussel veel te weinig kennis zit over de wetmatigheden in het assurantievak. “En dat geldt niet alleen voor ‘Brussel’, want je ziet het ook in de rechtspraak in Nederland. Men kent de materie niet.”
Leveringsvoorwaarden
Vorig jaar gaf Schouten Insurance opdracht aan het advocatenkantoor Stadermann Luiten om onderzoek te doen naar de haalbaarheid van het door assurantiebemiddelaars hanteren van leveringsvoorwaarden. Van Ommeren: “Er is inmiddels een advies uitgebracht en wij zijn nu bezig met nader onderzoek. Ik weet dat het onderwerp ook heel erg leeft bij de standsorganisaties. Die laten wij ons onderzoek meebeleven. Wij hebben het idee trouwens ook voorgelegd aan een gespecialiseerde mededingingsadvocaat. Daarover moeten wij nog een rapportage krijgen. Gezien de wetgeving en de zelfregulering kan het in elk geval alleen van toepassing zijn bij zakelijke relaties. Het is heel belangrijk te beseffen, dat wij als assurantieadviseurs feitelijk geen partij zijn in de overeenkomst tussen de verzekeringnemer en verzekeraar. Dan is het wel raadzaam om onze rechtspositie ten aanzien van zakelijke relaties vast te leggen. Het is noodzakelijk de claims die wij krijgen te limiteren en daardoor de verzekerbaarheid te kunnen handhaven.”
Gerard van Ommeren (53) is een geboren Rotterdammer. Hij volgde na de middelbare school een paar jaar de Hogere Economische School, maar maakte die niet af; de studie ging hem veel te lang duren. In 1975 trad hij in dienst bij Schouten. Hij woont in dezelfde straat als zijn voormalige baas Jaap Schouten (78). Ze zien elkaar zeer regelmatig en hebben elke dag telefonisch contact.
Als nevenfunctie is Van Ommeren bestuurslid van de Sectie Registermakelaars ter Beurze van de NVA en sinds kort ook lid van het bestuur van de Vereniging Nederlandse Assurantie Beurs. In zijn vrije tijd is Van Ommeren een verwoed watersporter. Als zeezeiler nam hij deel aan de eerste editie van AssurMada, maar dat zeilen is er niet meer bij. “Tegenwoordig doe ik het op de motor.”

Reageer op dit artikel