nieuws

Toezichthouder pleit voor opvangregeling natura-uitvaart

Archief

De Pensioen- en Verzekeringskamer (PVK) wil dat er een opvangregeling komt voor natura-uitvaartverzekeraars die in staat van faillissement geraken. Analoog aan de wettelijke vangnetregeling voor levensverzekeraars moeten collega-verzekeraars dan met een financiële bijdrage de rechten voor de polishouders waarborgen.

Demissionair minister van Financiën Hans Hoogervorst heeft nog zijn twijfels bij de wenselijkheid van dit voorstel en wil dit onderdeel apart bekijken in de voorgenomen herziening van de financiële toezichtswetgeving. “Belangrijke overweging hierbij is dat de maximale schade bij natura-uitvaartverzekeringen relatief beperkt is in verhouding tot de maximale schade die consumenten kunnen lijden bij een failliete levensverzekeraar”, zo drukt de minister zijn weerstand tegen de opvangregeling voor natura-uitvaartverzekeraars uit.
Het voorstel van de PVK maakt onderdeel uit van een evaluatie van de sinds 1996 geldende Wet Toezicht Natura-uitvaartverzekeringsbedrijf (WTN). Volgens de toezichthouder functioneert de wet goed en draagt deze bij aan het vertrouwen van polishouders in (natura-uitvaart)verzekeraars. Op dit moment staan 46 maatschappij onder WTN-toezicht.
Afwijzing
De toezichthouder noemt in de positieve evaluatie nog wel enkele aandachtspunten, waarop minister Hoogervorst overigens goeddeels afwijzend reageert. Zo wil de PVK onder meer een register instellen voor uitvaartverenigingen met minder dan drieduizend (meerderjarige) verzekerden. Daarvan zijn er naar schatting vijfhonderd; zij staan nu niet onder toezicht.
“Sinds 1996 heeft zich geen vereniging gemeld die de grens van drieduizend verzekerden is gepasseerd, maar onduidelijk is of dat dergelijke gevallen zich niet hebben voorgedaan buiten medeweten van de PVK om”, zo rechtvaardigt de toezichthouder zijn pleidooi voor een register. “Een registratieplicht ligt niet de rede”, zegt Hoogervorst in een begeleidend schrijven aan de Tweede Kamer, daarbij verwijzend naar de wensen om overkill aan regelgeving en administratieve lasten te voorkomen.
Er wordt verder een onderzoek aangekondigd naar de wijze en de schaal waarop fondsen worden aangeboden, die moeten voorzien in de kosten van uitvaartverzorging. De PVK richt zich met name op die fondsen die uitkeringen afhankelijk stellen van beleggingsresultaten en/of oprenting, maar nauwelijks nog het overlijdensrisico als onzekere factor meetellen. Deze fondsen zijn momenteel niet onderworpen aan toezicht.
Fiscale problemen
De PVK wijst, ogenschijnlijk los van de eigenlijke WTN-evaluatie, op de fiscale problemen die verzekeraars hebben met de omvang van hun technische voorzieningen. Bekendste voorbeeld is Dela, dat al twee jaar vecht tegen een fiscale claim van zeker e 150 mln, omdat zij er in de ogen van de fiscus te hoge voorzieningen op nahoudt en dus te weinig winstbelasting heeft betaald.
De verzekeraars moeten op last van de toezichthouder bij hun reservevorming rekening houden met de verwachte waardestijging van het specifiek verzekerde pakket. “Die waardestijging kan zich anders ontwikkelen dan de gemiddelde inflatie”, aldus de PVK, die constateert dat de ‘Wet Inkomstenbelasting 2001’ die ruimte niet biedt en het ‘Besluit winstbepaling en reserves verzekeraars 2001’ juist wel. Overleg tussen de fiscus en de verzekeraars is nog altijd gaande. “Voor de rechtszekerheid van natura-uitvaartverzekeraars is het belangrijk dat dit verschil van inzicht wordt opgelost.”
De PVK wil een register voor uitvaartverenigingen met minder dan drieduizend verzekerden.

Reageer op dit artikel