nieuws

Toegankelijkheid financiële diensten kan verbeteren

Archief

De toegankelijkheid van financiële diensten is op enkele punten nog voor verbetering vatbaar. Dit rapporteert Stichting Economisch Onderzoek (SEO) van de Universiteit van Amsterdam aan het Ministerie van Financiën.

Het grootschalige onderzoek, in opdracht van Financiën, had tot doel een objectief inzicht te krijgen in welke branches, en zo ja in welke mate, groepen consumenten hinder ondervinden van het acceptatiebeleid van de financiële instellingen, waaronder verzekeraars. Tevens werd gekeken naar de rechtvaardiging van een (verscherpt) acceptatiebeleid en hoe drempels kunnen worden weggenomen.
Uit het onderzoek blijkt dat de omvang van de problematiek gering is. Veel problemen zijn opgelost door wetgeving, convenanten of door zelfregulering. Kanttekening is dat het onderzoek niet kwantitatief van aard is, aldus de minister. “Gedetailleerde cijfers zijn nauwelijks beschikbaar, noch eenvoudig op te stellen, zodat precieze uitspraken over de omvang van de problematiek niet mogelijk zijn. De conclusie betekent nadrukkelijk niet dat de toegankelijkheid van financiële diensten voor iedereen vanzelfsprekend is.”
Het onderzoeksrapport is met een brief met aanbevelingen van de ministers van Financiën en van Volksgezondheid, Welzijn en Sport alsmede van de staatssecretaris van Sociale Zaken & Werkgelegenheid naar de Tweede Kamer gestuurd.
Transparantie
Het grootste knelpunt dat voor verbetering vatbaar is, is de transparantie van verzekeringsproducten, aldus de onderzoekers. Consumenten met een verhoogd gezondheidsrisico weten niet hoe de verzekeraar een premieopslag vaststelt. In dit verband heeft het Verbond van Verzekeraars een onderzoek ingesteld naar het omgaan door medische adviseurs met informatie van aspirant-verzekerden, aldus de SEO. “De bepaling dat verzekeraars naar bepaalde informatie niet mogen vragen, is bedoeld om individuen niet te ontmoedigen een erfelijkheidsonderzoek te laten doen.”
Hoewel de Financiële Bijsluiter een stap in de goede richting wordt genoemd, vindt de SEO dat de transparantie verder kan worden vergroot als verzekeraars inzichtelijk maken hoe het vragenformulier (“welke antwoorden leiden tot een hogere premie?”) en de uitslagen van medische testen het premieniveau beïnvloeden en op basis van welke statistieken de opslag is vastgesteld. “Het is de vraag in hoeverre verzekeraars bereid zijn om inzicht te geven in de wijze waarop zij hun premie vaststellen. Dit is doorgaans concurrentiegevoelige informatie”, aldus de SEO.
Erfelijkheidsonderzoek
Het gebrek aan transparantie in medische gegevens is ook de reden waarom consumenten angst hebben voor een erfelijkheidsonderzoek of HIV-test. “Zij zijn bang dat de uitkomst ervan gevolgen kan hebben voor de acceptatie door een verzekeraar. De Wet op de Medische Keuringen (WMK) zou deze angst weg moeten nemen. Vanwege onduidelijkheden in deze wet gebeurt dit slechts ten dele”, stelt de SEO.
Hoewel verzekeraars bij een verzekerd bedrag onder de grens van e 150.000 niet mogen vragen naar onbehandelbare erfelijke ziekten die nog niet manifest zijn, moet alle onduidelijkheid hierover in de WMK worden weggenomen, vindt de SEO. “Wat zijn onbehandelbare ziekten? En wanneer is een ziekte manifest aanwezig?” De onderzoekers zouden graag in navolging van België kiezen voor een verbod op het vragen naar erfelijke (genetische) informatie. Met betrekking tot HIV-positieven hebben verzekeraars een werkgroep gevormd die gaat onderzoeken of een oplossing kan worden gevonden, aldus de SEO.
De minister wijst erop dat bij de vaststelling van de WMK bewust gekozen is ruimte te laten voor zelfregulering. Wel merkt hij op dat het Verbond van Verzekeraars, de Koninklijke Nederlandse maatschappij tot bevordering der Geneeskunst (KNMG) en het Breed Platform Verzekerden en Werk (BPVW) gezamenlijk een verdere uitwerking van de WMK op zich hebben genomen. Daarbij wordt ook gekeken naar de rechten en plichten van verzekeraars en van aspirant-verzekerden bij medisch onderzoek, aldus de minister.
Hij vertrouwt verder op de werking van het Protocol Verzekeringskeuringen dat betrokken partijen hebben gesloten. “Het Protocol zal over twee jaar worden geëvalueerd waarbij eventueel aanpassingen kunnen worden gedaan. Vervolgens zal in 2006 bij de algehele evaluatie van de WMK eveneens gekeken worden of de zelfregulering in voldoende mate effect sorteert. Mocht dit knelpunt onvoldoende weggenomen zijn, dan kan regelgeving een alternatief vormen, net als dat gebeurd is bij aanstellingskeuringen.”
Onverzekerden
Het bestaan van (her)verzekeraars De Hoop (leven) en Rialto (schade) ten spijt, zijn er volgens de onderzoekers nog groepen consumenten (onder meer ouderen, chronische zieken, gehandicapten, hoge risicoberoepen) die geen verzekering kunnen sluiten. Dit probleem wordt groter naarmate er meer en betere statistieken beschikbaar komen die de mogelijkheid van risicodifferentiatie vergroten. “Dit proces is wel begrensd vanwege de kosten die aan risicodifferentiatie verbonden zijn”, aldus de minister.
Uit cijfers van het Verbond van Verzekeraars zou blijken dat 3% tot 5% van de aanvragers van levensverzekeringen niet wordt geaccepteerd op standaardvoorwaarden. De Sociaal-Economische Raad (SER) houdt het op 4%, van wie 3,5% aanvullende voorwaarden en/of een hogere premie krijgt en 0,5% wordt afgewezen. Bij chronisch zieken zou 10% (150.000 mensen) problemen hebben bij het sluiten van een levens-, uitvaart- of ziektekostenverzekering.
Bij arbeidsongeschiktheidsverzekeringen wordt volgens verzekeraars 10% tot 15% van de individuele aanvragers onder afwijkende voorwaarden geaccepteerd dan wel geweigerd. Qua aantal gaat om een kleine groep zelfstandigen, omdat veel werknemers onder een collectieve regeling vallen. Ook zijn er mensen die door de aard van hun beroep onverzekerbaar zijn. “De premie die aan prostituees wordt gevraagd is volgens hun belangenorganisatie vergelijkbaar met die voor de arbeidsongeschiktheidsverzekering van Patrick Kluivert.”
Een bijkomend probleem is volgens de onderzoekers dat de stijgende premie vooral gezonde mensen doet afzien van het sluiten van een aov, zodat alleen de slechte risico’s overblijven, waardoor de premies weer verder stijgen. Een oplossing zou zijn de invoering van een verplichte aov naar het voorbeeld van de ziektekostenverzekering. “Verplichting is echter een zwaar instrument. De vraag is in hoeverre de baten van een verzekeringsplicht opwegen tegen de lasten”, besluit de SEO.
Ouderen en jongeren
Bij schadeverzekeringen zijn de problemen het minst groot, meent de SEO. Wel ondervinden ouderen en jongeren problemen bij het sluiten van een autoverzekering (premieopslag) en/of reisverzekering (lagere uitkering dan gemiddeld). “De overgang naar meer of minder uitkering bij het verstrijken van de leeftijd is niet geleidelijk maar twee keer abrupt”, aldus de SEO. Zij pleit voor een betere identificatie van beide groepen in plaats van de bestaande grove indeling (reisverzekering) en de autopremie tevens te baseren op het rijgedrag. “Vooral ouderen betalen vaak een te hoge premie.”
Voor ouderen levert ook de vrijwilligersverzekering problemen op vanwege de leeftijdsgrens tot zeventig jaar voor de ongevallendekking. Andere kwetsbare groepen zijn consumenten in grote steden (inboedel- en autoverzekering), gedetineerden en zigeuners (brand/inbraakverzekering).
Volgens de minister is dit probleem van onverzekerbaarheid nooit volledig weg te nemen, omdat de overheid bij particuliere verzekeringen niet de mogelijkheden heeft om de contractsvoorwaarden te beïnvloeden. “Dit is het gevolg van de fundamentele keuze voor een private vormgeving van de verzekeringsmarkt, die ook de basis is van Europese regelgeving. Bij andere knelpunten worden concrete stappen geschetst om die weg te nemen, via zelfregulering dan wel wetgeving.”

Reageer op dit artikel