nieuws

Staatsbedrijf PTT broedde op verzekeringsactiviteiten

Archief

Een kwestie die de vaderlandse assurantiewereld in 1979 in beroering bracht, was het voornemen van het Staatsbedrijf der Posterijen, Telegrafie en Telefonie (PTT) om verzekeringen te gaan verkopen. De staat zou daarmee gebruik maken van ongeschreven voorkeurspositie ten opzichte van het particuliere verzekeringsbedrijf. Wat te doen?

In mei 1979 kwam naar buiten dat het staatsbedrijf, dat over 2.200 potentiële verkooppunten (de postkantoren) beschikte, twee deskundigen uit het verzekeringswezen in dienst gehad genomen. Zij moesten een verkennend onderzoek uitvoeren.
“We zullen in elk geval in het geweer moeten komen”, reageerde NBVA-voorzitter Wim le Large. “Net als bij een aantal andere dingen is ook hier weer de vraag: moet de overheid zich met het particuliere zakendoen gaan bemoeien?”
Bij vice-voorzitter Ad Huibers van de NVA zat de schrik er veel minder in, getuige diens reactie: “Het zal vermoedelijk voor de consument een heilloze zaak zijn als hij verzekeringen sluit via de PTT”. Hij lichtte dat als volgt toe: “Het zal waarschijnlijk een ambtelijk gebeuren worden met een eng pakket standaardpolissen, zonder maatwerk, zonder advies en zonder begeleiding”.
Kamervragen
Er werden in de Tweede Kamer door VVD-parlementariër Pol de Beer schriftelijke vragen gesteld aan staatsecretaris Neelie Smit-Kroes. De eerste vraag was: ‘Met welke verzekeringsactiviteiten houdt de PTT zich thans bezig?’
Smit-Kroes: “Sinds 1973 dekt de Rijkspostspaarbank (RPS) het overlijdensrisico van een belangrijk deel van haar hypotheekcliënten. Hiertoe is een contract afgesloten met een verzekeraar. In deze relatie is de RPS verzekeringnemer. De RPS treedt derhalve niet op als bemiddelaar en geniet geen provisie-inkomsten. Bij de verstrekking van persoonlijke leningen en doorlopend krediet is het overlijdensrisico van de debiteur eveneens gedekt. Dit risico wordt door de RPS zelf gedragen. Van verzekering is in dat geval dus geen sprake”.
Vraag: ‘Is het waar dat de PTT overweegt verdere activiteiten te ontplooien op het gebied van verzekeringen?’
“Postgiro en Rijkspostspaarbank onderzoeken de mogelijkheden om aan het bestaande dienstenpakket bepaalde verzekeringsvormen te koppelen, mits deze duidelijk samenhangen met de bestaande diensten.”
Het intermediair sukkelde bepaald niet in slaap. Bij brief van 9 augustus 1979 vroegen NBVA en NVA via hun gezamenlijke platform Uvat om een gesprek met de staatssecretaris. Smit-Kroes liet weten dat ze met zo’n gesprek wilde wachten, totdat de resultaten bekend zouden zijn van het onderzoek van Postgiro en Rijkspostspaarbank.
Het feit dat er bij het staatsbedrijf al mensen in vaste dienst waren genomen met het oog op het ontplooien van assurantieactiviteiten deed bij het intermediair de overtuiging leven, dat het staatsbedrijf al verder was dan een verkennende fase. Nog afgezien daarvan, achtte de Uvat het van groot belang dat haar argumenten tegen die plannen al tijdens genoemd onderzoek bekend zouden zijn bij degene die politiek verantwoordelijk is voor het doen en laten van de PTT.
Hoorzittingen
Ruim een jaar later, in november 1980, belegde Smit-Kroes twee hoorzittingen: één voor het Verbond van Verzekeraars en één voor de Uvat. In beide gevallen was een ook een delegatie van de RPS-Postgiro aanwezig. De PTT was van plan was om schriftelijk in reispolissen te gaan bemiddelen, omdat dit een gat in de markt zou kunnen opvullen.
“Ik heb de indruk dat de PTT haar ambtenaren aan de slag wil houden ten koste van arbeidsplaatsen in onze branche”, betoogde voorzitter Rob de Vilder van de Uvat. Het zou volgens de door hem vertegenwoordigde NVA en NBVA een illusie zijn te veronderstellen dat indien het plan doorgang zou vinden, het bij reisverzekeringen alleen zou blijven.
NVA en NBVA herinnerden ‘Neelie’ aan eerder door haar gedane uitspraken, met name dat eventuele activiteiten van RPS-Postgiro op assurantieterrein beperkt zouden worden tot zaken die regelrecht verband houden met de bestaande activiteiten van het staatsbedrijf. Het onderwerp reisverzekeringen voldeed naar hun inzicht niet aan deze voorwaarde.
‘Geen reisverzekeringen’
Bij de jaarwisseling 1980-1981 liet Smit-Kroes weten, dat ze niet voornemens was de activiteiten van de PTT uit te breiden met reisverzekeringen. Maar een jaar later kwam als donderslag bij heldere hemel het bericht dat de PTT toch in reisverzekeringen wilde gaan bemiddelen, “niet zozeer omdat er een gat in de markt zou zijn maar om de toerist betaalkaarten, buitenlands geld en een reisverzekering als één pakket aan te bieden”. De nieuwe staatssecretaris, Jaap van der Doef, liet weten daarvoor toestemming te zullen verlenen.
De branche stond op zijn achterste benen. Het kwam zelfs tot een demonstratie op het Binnenhof. Honderden tussenpersonen verschenen daar op 2 februari 1982 om met spandoeken en al te protesteren. De reisverzekeringen hielden ze er niet mee tegen, maar er werd in de Tweede Kamer wel een motie aangenomen, dat er geen verdere uitbreiding van verzekeringsactiviteiten zou mogen plaatsvinden, in afwachting van de besluitvorming over de ‘Postbank’.
In juni 1982 bracht de PTT daadwerkelijk reisverzekeringen op de markt. Als risicodrager fungeerde Intermed Schadeverzekeringen in Noordwijk, eigendom van de ziektekostenverzekeraars Zilveren Kruis en VGCN.
1979
– Regering wil fusies banken en verzekeraars voorkomen- Conservatrix worstelt met bestuursprobleem- Dit jaar nieuwe beursbrandpolis- PTT wil in assurantie- Nieuwe cao voor de buitendienst- Onderlinge op stapel voor alternatieve geneeswijzen- Pensioenonderlinge voor tussenpersonen- NBVA gesloten voor maatschappijagent- Dagschool weer in discussie- Polismodel voor AVP

Reageer op dit artikel