nieuws

Scheffer neemt geen blad voor de mond

Archief

Allereerst mijn felicitatie aan AssurantieMagazine met het jubileum. Met gedurfd ondernemerschap stapte AM vijfentwintig jaar geleden in een bepaald niet “lege” markt van assurantievakbladen. Met niet zelden kritische vakmanschap wist de redactie zich echter een eigen plaats te veroveren. Een parallel met de duizenden ondernemers die in de laatste decennia van de vorige eeuw in het assurantiebemiddelingsvak zijn begonnen. Ook deze markt werd vaak overvol genoemd, maar ook hier zegevierde en zegeviert tot op de dag van vandaag het vakmanschap. Ik voldoe graag aan het verzoek iets te zeggen over gebeurtenissen in de drieëntwintig jaar dat ik directeur van de NVA was en om – zoals de vraag luidt – “een hartenkreet te slaken die ik nu eens kwijt wil aan de redactie”. Ik begin maar met die hartenkreet!

Met verbazing zie ik de laatste tijd pogingen om in verband met de Wet Financiële Dienstverlening (WFD) ongeorganiseerde tussenpersonen, desnoods via een tientjeslidmaatschap, te organiseren in een poging deze kantoren een stem te geven bij de vormgeving van de nieuwe wet. Alleen al de poging daartoe is een belediging voor onze sector en het georganiseerde intermediair, die bij de toezichthouder en de politiek slechts het oude beeld van beunhazen en gelegenheidsagenten kan oproepen! Verder worden resultaten gepresenteerd van enquêtes, waarin ongeorganiseerden hun mening mogen geven over de organisaties van assurantietussenpersonen. Hoewel die resultaten best meevallen, moet dit toch gezien worden als een poging tot ondermijning van het broodnodige gezag waarmee die organisaties voor de hele branche – en al vele jaren lang – op talloze gebieden de kolen voor alle bedrijfsgenoten uit het vuur halen. Begrijp mij goed: ik vind dat ieder kantoor volkomen de vrijheid heeft zich al dan niet te organiseren en er zijn genoeg ongeorganiseerden die aan de kwaliteitseisen van de standsorganisaties voldoen. Maar hun keuze zich niet te verenigen geeft hen niet het recht te oordelen over die organisaties. Zeker niet omdat zij daarmee ook hun meer dan 2000 collega’s van de ongeveer 1700 bedrijven die bij de NVA en de NBvA zijn aangesloten, onrecht doen.
Georganiseerde ondernemers die overigens tezamen met ongeveer 18.000 medewerkers zo’n 60% van de zelfstandige assurantiebemiddelingsmarkt beheren, hebben in de laatste vijftig jaar tientallen miljoenen euro’s betaald en geïnvesteerd in het werk van hun organisaties. Werk waarvan steeds ook de ongeorganiseerden geprofiteerd hebben en waarvan ook zij vandaag de dag nog profiteren. Vrijblijvend en kosteloos!
Moeiteloos zou ik een krant vol kunnen schrijven over datgene wat in die jaren in ieders belang is bereikt of juist is voorkomen en waar alle branchegenoten – dus ook die ongeorganiseerden – tot op de dag van vandaag voordeel van hebben. Ik zal en moet mij beperken tot enkele markante zaken.
Zo zorgden de founding fathers van de NVA ervoor dat in de jaren na de oprichting in 1948 dat wij, als eerste land in Europa, een wettelijke regeling voor ons vak kregen. Met vakbekwaamheidseisen, een regeling voor de provisiestructuur en onder meer een sterke positie voor het intermediair door het incasso- en portefeuillerecht voor zelfstandige tussenpersonen. Het waren, wat de vakbekwaamheid betreft, zeker nog niet de hoogste eisen, maar ze legden wel de basis voor de vakontwikkeling, de rechtspositie van het intermediair tegenover verzekeraars en daarmee voor de zelfstandige, deskundige en professionele bedrijfstak, zoals die thans bestaat. Dankzij vijftien jaar noeste arbeid op basis van de NVA-Blauwdruk voor de toekomst van het vak werd die wetgeving in 1991 verder – en in het voordeel van het intermediair – aangepast. Dit was en is mede een belangrijke oorzaak van het marktaandeel en de goede reputatie van onze beroepsgroep.
Van de zaken die beslist negatiever voor het intermediair zouden zijn uitgepakt, valt ook het Assurantie Data Netwerk (ADN) te noemen. Het uitgangspunt van verzekeraars bij dit project, dat een unieke voorloper had in het door de NVA bevorderde POR-incasso-interface, was dat zo’n ADN-project te moeilijk en te duur was voor tussenpersonen en alleen verzekeraars dit project zouden kunnen vormgeven. De oorspronkelijke inzet van verzekeraars daarbij was dat een ADN zou leiden tot het wegvallen van het incassorecht van tussenpersonen en van een centralisatie van de totale cliënten- en financiële administratie bij verzekeraars. Daarin zouden de -bij voorkeur gebonden – assurantietussenpersonen via een terminal dan nog wel inzage kunnen hebben. Daar konden wij niets tegen en aan doen, zo zeiden verzekeraars, want “techniek is een autonome factor” die wij maar moesten accepteren.
Dat deden wij niet en dankzij het “wapen” van het door de NVA opgerichte automatiseringssysteem ANVA – naast het toenmalige CAVA het enige maatschappijonafhankelijke automatiseringssysteem – en de onvergetelijke Ad Huibers, die voorzitter was van de Stichting ADN, is dat hele denkproces omgekeerd. Waardoor het ADN juist tot een fundamentele versterking van de positie van alle assurantietussenpersonen geleid heeft!
Ongetwijfeld zullen anderen in deze uitgaven ingaan op de confrontatie tussen de NVA en Nationale-Nederlanden i.v.m. de fusie met de NMB/Postbank. Een confrontatie die als een breuklijn door de geschiedenis van onze bedrijfstak in de laatste decennia loopt. NN zag geen taak meer voor het intermediair in de particuliere markt – die zou door de Postbank bediend worden – waarop de NVA-leden weigerden NN nog langer als hun zakenpartner te zien. Die reactie had NN kunnen voorzien. Immers: daaraan vooraf voerde de NVA al een jarenlage strijd tegen het voornemen van de PTT/Postgiro om in verzekeringen te gaan bemiddelen. Met zelfs een betoging van honderden assurantietussenpersonen op het Binnenhof en – dankzij onze goede politieke contacten – de motie ” tot hier en niet verder” van de heren Eversdijk en De Beer, werd het de PTT/Postgiro verboden andere dan de al gestarte reisverzekeringen te voeren. Een beperking die, na de vorming van de Postbank, door de toenmalige Minister van Financiën op de NVA-dag in 1984 in Arnhem ook voor de Postbank werd bevestigd. Des te begrijpelijker is het dat de NVA-leden zich, na deze al jaren durende strijd, fel verzetten tegen het “optuigen” van die Postbank met alle particuliere verzekeringen na de fusie NN/NMB/Postbank. Ik besef dat dit verhaal door veel jonge bedrijfsgenoten als gedateerd en “uit de oude doos” kan worden afgedaan. Maar laten zij zich realiseren dat zij zonder het verzet van de NVA in de tachtiger en negentiger jaren een groot deel van de particuliere markt vandaag de dag niet (meer) in hun boeken zouden hebben! Bovendien heeft het gebeuren rondom de fusie van NN met de MNB/Postbank sterk het besef bij assurantietussenpersonen bevorderd, dat zij voor de toekomst van hun bedrijven alleen op hun eigen kracht en niet langer op de ondersteuning door verzekeraars zouden kunnen rekenen.
De verleiding weerstaande om nog talloze voorbeelden te noemen van activiteiten van de intermediairorganisaties, waarvan ook niet-leden geprofiteerd hebben en nog profiteren, noem ik de inspanningen van de NVA en in later jaren ook van de NBVA om, ondanks felle concurrentie, enige orde in de markt te bewaren en de voor het intermediair zo belangrijke structuren te verdedigen. Ik wijs bijvoorbeeld op het werk van en met de COS, later de Stuurgroep Platform Schade, om de tomeloze concurrentie niet te laten afglijden in faillissementen van verzekeraars en provisieverlaging voor het intermediair. Daarnaast zijn we er – met alle uitzonderingen in de marge – in geslaagd om, ondanks zelfs de recente wijzigingen in de Wabb, de provisiestructuur voor de particuliere markt en het MKB overeind te houden, nettopremiestelsels, resultaatafhankelijke beloning en dual pricing te voorkomen.
Natuurlijk zou ik nog veel meer onderwerpen willen aanroeren, zoals de strijd van de NVA tegen de oneigenlijke verzekeringsactiviteiten van de ziekenfondsen en ambtenaren, het verweer tegen rapporten van onder meer Salomon Brothers en het Centraal Planbureau, volgens welke “deskundigen” de zelfstandige assurantietussenpersonen binnen enkele jaren zouden verdwijnen ten gunste van de direct-writers en de banken en de “gevechten” met levensverzekeraars vanaf 1974 die de provisie wilden verlagen en via bonusregelingen wilden koppelen aan de (gebonden)productie per maatschappij.
Voor de jongere generatie is dit nauwelijks interessant. Toch zou het goed zijn als de ongeorganiseerden, die jaar na jaar de contributie van de NVA of NBVA in hun portemonnee houden, zich zouden realiseren dat diezelfde portemonnee veel leger zou zijn zonder de inspanningen en de kosten die hun georganiseerde collega’s zich al vele jaren getroost hebben en nog getroosten om het vak en inkomen – ook dat van de ongeorganiseerden – te beschermen.
Kortom: de intermediaire bedrijfstak had er anders uitgezien als ….
mr. Hans Scheffer, oud-directeur NVA.

Reageer op dit artikel