nieuws

Resultaat Achmea met miljard euro achteruit

Archief

Bij Achmea is vorig jaar het nettoresultaat met meer dan e 1 mld achteruit gehold. Er resteert onder de streep een verlies van e 668 mln, tegen nog e 538 mln winst in 2001. De premieomzet steeg met 7,2% tot e 4.316 (4.025) mln, waarmee Achmea het derde verzekeringsconcern van ons land is geworden, ten koste van Aegon.

“Een uitdagend jaar”, zo opende Achmea’s financiële man Gerard van Olphen de telefonische toelichting op de jaarcijfers. Hij benadrukte dat de operationele resultaten zonder uitzondering zijn verbeterd. Verder werden de bedrijfsprocessen effectiever ingericht, wat in het laatste kwartaal tot een kostenverlaging leidde. De verhouding kosten en schades versus premie-inkomen (combined ratio) verbeterde bij het schadebedrijf van 106% naar 103% en bij Zorg van 101,2% naar 100.3%. De reductie van kosten, die onder meer ten koste gaat van duizend arbeidsplaatsen, wordt in 2003 met kracht voortgezet. “De integratie tussen bedrijfsonderdelen en ondersteunende diensten zal onverwijld verdergaan”, aldus Achmea-topman Paul Overmars.
De betere verzekeringsresultaten en lagere kosten mochten evenwel niet baten: de verliezen op beleggingen konden er niet mee worden gecompenseerd. Naast het kolossale jaarverlies leverde de ellende op de aandelenbeurzen een daling van het eigen vermogen op van e 3,6 mld naar e 2,5 mld. De solvabiliteitsmarge is met 175% nog ruim voldoende, maar was een jaar eerder nog 256%.
Schade en Zorg
Achmea is wel content met de ontwikkeling van de premieomzet. Autonome groei en premieverhogingen waren daar debet aan. Het schadebedrijf noteerde een plus van 21% tot e 1.080 (895) mln. Van die groei komen twaalf procentpunten (circa e 100 mln) voor rekening van de overgenomen portefeuille van Royal & SunAlliance. Verder zorgen vrijwel alle schadebranches, zowel bij particulieren als bij bedrijven, voor groei. Het technische resultaat Schade steeg tot e 67 (45) mln, al steeg de brutoschadelast (voor herverzekering) tot e 832 (703) mln. Vooral het najaar zorgde met enkele grote branden en de oktoberstorm (schade e 12 mln) voor onheil.
Het technische resultaat van het zorgbedrijf werd aanzienlijk opgekrikt tot e 43 (6) mln. Onder meer premieverhogingen in het segment particuliere ziektekostenverzekeringen waren daarvoor verantwoordelijk. De premieomzet steeg hierdoor met 12,6% tot e 1.112 (988) mln, maar volgens Achmea hield de stijging van de schadelast “vrijwel gelijke tred”. De premies uit inkomensverzekeringen stegen met 11,8% tot e 311 (296) mln.
Het aantal particuliere ziektekostenverzekerden is vorig jaar met 15.000 gestegen tot bijna 2,6 miljoen. Achmea verwacht dit jaar een aanzienlijke toename dankzij een aantal nieuwe grote contracten. Eerder meldde het concern een groei van 53.000 verzekerden in de eerste drie maanden (zie AM 6, pag. 1). Bij de door Achmea geadministreerde ziekenfondsen, niet opgenomen in de jaarrekening, beloopt het verzekerdenbestand bijna 1,7 miljoen.
Levenbedrijf
Een omzetdaling deed zich voor bij Achmea Leven: -2,8% tot e 1.794 (1.845) mln premie. Zonder de portefeuille van Royal & SunAlliance (e 78 mln) zou de daling 7% hebben bedragen. “Minder vraag naar unit-linkedverzekeringen en de nieuwe fiscale wetgeving”, zijn daar volgens Van Olphen de oorzaak van. Naast een dip in lijfrentekoopsommen waren er minder (backservice)koopsommen voor collectieve pensioencontracten.
Ondanks dat het technische resultaat uit levensverzekeringen is verbeterd tot e 187 (15) mln, noemt Achmea het levenresultaat “teleurstellend”. De oorzaak is namelijk een vrijval van niet-benodigde actuariële voorzieningen ter grootte van liefst e 201 mln. In een toelichting noemt Van Olphen – tegenstrijdig genoeg – voorzieningen voor zowel het sterfterisico als het langlevenrisico.
Het bankbedrijf ten slotte zag de baten dalen tot e 980 (999) mln, bij een brutoresultaat van e 7,6 (2,8) mln. De hypotheekportefeuille nam toe, al wil Achmea dat niet verder concretiseren. De omzet uit dienstverlening (arbo, preventie, reïntegratie, hulpverlening) groeide tot e 230 (213) mln.
Beursgang
De cijfers van Achmea bepalen in hoge mate het beeld van Eureko, een optelling van Achmea, Friends First (Ierland), Interamerican (Griekenland), Union (Slowakije), Império France (Frankrijk) en vermogensbeheerder F&C. Het brutopremie-inkomen van Eureko steeg met 2,7% tot e 7,4 (7,2) mld. De brancheverdeling is: Leven -4,5% tot e 3,9 (4,1) mld, Schade +12,2% tot e 1,8 (1,6) mld en Zorg +12,0% tot e 1,7 (1,5) mld. Het beheerde vermogen daalde met 15% tot e 95 (112) mld.
Bij een 8% hoger operationeel resultaat van e 358 (331) mln bedroeg het nettoresultaat e -389 (211) mln. Het eigen vermogen daalde tot e 2,0 (2,4) mld, ondanks de verkoopopbrengst van het Portugese Seguros e Pensões van e 276 mln. Om de balans te versterken heeft de Vereniging Achmea – voor 75,7% eigenaar van Eureko – in maart een kapitaalinjectie van e 200 mln gegeven aan Eureko. Verder is de schuldpositie in de eerste maanden van dit jaar met e 300 mln teruggebracht en wordt een schuld van e 1,6 mld bij een syndicaat binnenkort verkleind en op andere voorwaarden herplaatst.
De solvabiliteitsmarges van Eureko waren eind vorig jaar 187% (267%) voor Leven en 148% (204%) voor Schade en Zorg. Volgens Van Olphen zijn die verhoudingen sindsdien nauwelijks veranderd, dankzij beschermende maatregelen (hedging) en verkoop van aandelen (waaronder Ahold). Het aandeel van effecten in de beleggingsportefeuille van Eureko is daardoor gedaald tot 10% (20%).
Eureko koestert nog steeds de wens om een beursgang te maken. “Op lange termijn hebben we een financiële injectie van de aandelenmarkt nodig”, aldus Van Olphen. “Wij zijn er helemaal klaar voor. Maar het klimaat is ongunstig voor een beursgang, zeker van een verzekeraar.” Over het jaar 2002 keert het nog niet-beursgenoteerde Eureko overigens geen dividend uit aan de huidige negen aandeelhouders.
Gerard van Olphen: “We zijn klaar voor een beursgang”.

Reageer op dit artikel