nieuws

Premie ABP moet omhoog

Archief

Verliezen op aandelenbeleggingen gecombineerd met salarisstijgingen voor overheids- en onderwijspersoneel dwingen pensioenfonds ABP tot het verhogen van de pensioenpremie.

“De toename van het vermogen blijft achter bij de toename van de verplichtingen”, zo vat het ABP de situatie samen. Begin vorig jaar stond het ABP-vermogen nog op e 148 miljard; actuele cijfers zijn niet bekend.
ABP verhoogt de premie voor het ouderdomspensioen met het maximaal toegestane percentage (per jaar) van 2%. “Het totale effect van de ontwikkelingen indiceert een premiestijging die ruim boven de 2%-punt ligt en daarom sluit het ABP-bestuur een verdere premiestijging na 2002 niet uit.” Werknemers nemen een kwart van de verhoging voor hun rekening, de werkgevers de rest. De werknemerspremie gaat van 2,8% naar 3,3%, terwijl het werkgevers deel stijgt van 8,4% naar 9,9%, in totaal dus 13,2% van het pensioengevend salaris.
AOW-franchise
Die pensioengrondslag wordt aan de onderkant nog eens ondergraven door een verhoging van de AOW-franchise tot e 14.650. “De franchise volgt de ontwikkeling van de AOW”, zo zegt het pensioenfonds. Een AOW-uitkering voor alleenstaanden is overigens aanmerkelijk lager dan deze franchise (namelijk nog geen e 11.000).
Ten slotte verhoogt het ABP ook de premies voor vervroegde uittreding (FPU). De basispremie gaat van 4,7% naar 4,84%, de opbouwpremie van 0,6% naar 1,2%. Tegenover dit alles staat een indexering van de lopende pensioenen met 4,14%. Omdat enkele salarisverhogingen al voor de indexering plaatsvonden, krijgen gepensioneerden daarbij nog een nabetaling van 2% en een eenmalige uitkering van 0,92%.
Eerder maakte het tweede pensioenfonds van ons land, PGGM (voor zorg en welzijn), bekend de pensioenpremie met 0,7% te verhogen tot 5,8% van het brutosalaris minus AOW-franchise (e 13.012) Volgens PGGM (beheerd vermogen e 53 mld) betrof dit een reguliere verhoging, niet ingegeven door slechte beleggingsresultaten.

Reageer op dit artikel