nieuws

Pensioencommissie Vermeend wil ongetoetste lijfrenteaftrek behouden

Archief

De Commissie Nationaal Pensioendebat, onder leiding van oud-minister Willem Vermeend, wil de ongetoetste basisaftrek lijfrente behouden “zolang het voor de overheid niet mogelijk is het feitelijk pensioentekort van de belastingbetaler in beeld te brengen”. De commissie, ingesteld door het Verbond van Verzekeraars, pleit verder voor invoering van een nationaal register met opgebouwde pensioenrechten.

De opdrachtgever, het Verbond van Verzekeraars, zegt “overwegend met instemming” kennis te hebben genomen van het rapport. “Wij willen graag een bijdrage leveren aan een onderzoek naar de haalbaarheid van een pensioenregister”, zeggen de verzekeraars. Zij beogen daarmee “de administratieve en fiscale drempels te verlagen om mensen te stimuleren tijdig geld voor hun oude dag opzij te zetten”.
Met Alexander Rinnooy Kan (ING) en Roel Wijmenga (ASR) had het Verbond twee stoelen bezet aan de commissietafel. Andere leden waren fiscalist Leo Stevens, Henk van der Kolk (FNV) en Gerard Verheij (VNO-NCW).
Solide stelsel
De pensioencommissie concludeert allereerst dat Nederland beschikt over een “solide pensioenstelsel”, bestaande uit de drie pijlers AOW, werkgeverspensioen en lijfrenten. Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek en het Centrum voor Verzekeringsstatistiek werd vorig jaar e 21,5 mld premie betaald voor de AOW. Met de aanvullende pensioenen was in 2001 een premie-inkomen van e 16,0 mld gemoeid en in dat jaar incasseerden verzekeraars voor lijfrentepolissen e 3,5 mld premie. Dit cijfer omvat naast premie-inkomsten uit de lopende portefeuille ook omzet uit de nieuwe productie (zie tabel).
Ondanks deze premiebetalingen bouwen de meeste mensen onvoldoende pensioen op, tenminste, gerelateerd aan de norm 70% van het laatst verdiende salaris. Volgens de commissie is dit “een algemeen aanvaarde norm”, ook in andere Europese landen en in overeenstemming met bijvoorbeeld de hoogte van een volledige WAO-uitkering. Pensioengaten ontstaan allereerst door onvolkomenheden in de aanvullende pensioenregelingen, zoals te hoge franchises, te lage opbouwpercentages en te kleine pensioengrondslagen (bijvoorbeeld middelloonregelingen).
Ruimte lijfrente
Ter dichting van deze pensioengaten voldoet het huidige lijfrentestelsel niet, zo vindt de commissie. De huidige berekening van de jaarruimte is gebrekkig en de inhaalruimte is niet gerelateerd aan werkelijk bestaande pensioentekorten maar louter aan nog niet benutte jaarruimten. Pensioengaten die hiermee niet kunnen worden gedicht zijn: verlies van pensioenrechten door echtscheiding, pensioenbreuk bij baanverandering, AOW-hiaten en pensioengaten van tweeverdieners.
Hoe de berekening van een pensioengat en daaraan gekoppeld de mogelijke lijfrenteaftrek eruit moeten gaan zien, zegt de commissie niet. Ze beveelt daarvoor een speciale, technische werkgroep aan, die deze berekeningen moet gaan vereenvoudigen.
Pensioenregister
Vermeend c.s. vinden verder dat er een gebrek aan informatie is en dat mede als gevolg hiervan burgers onvoldoende bewust zijn van hun pensioenproblematiek. Verzekeraars, pensioenfondsen en overheid zouden veel meer toegankelijke informatie moeten verstrekken. De commissie wil dat de haalbaarheid van een ‘pensioenregister’ wordt onderzocht. In zo’n voor iedere burger toegankelijk register moeten opgebouwde aanspraken worden geadministreerd. Twee maanden geleden pleitte de Consumentenbond ook al voor zo’n centraal pensioenregister (zie AM 22, pag. 61).
Eén van de doelstellingen daarbij is dat werknemers tijdig vóór hun aangifte inkomstenbelasting beschikken over de juiste informatie over een eventueel pensioentekort en zodoende een tekort via individuele lijfrentecontracten kunnen opvullen. In dit kader wordt gepleit voor een verlenging van de terugwentelingstermijn voor lijfrentepremies van zes maanden naar twaalf maanden. De commissie Vermeend acht de overheid verantwoordelijk voor de informatievoorziening over pensioenrechten. “Zolang het voor de overheid niet mogelijk is het feitelijke pensioentekort voor de belastingbetaler in beeld te brengen en hem te informeren over de ruimte voor aftrek van lijfrentepremies moet de oude ongetoetste basisaftrek voor lijfrenten worden gecontinueerd”, zo vindt zij.
Vermeend en de zijnen hebben ten slotte kritiek op de steeds maar wijzigende pensioenwetgeving, “die schadelijk is voor zowel de overheid als voor de verzekerings- en pensioensector”. Naast het feit dat burgers hun vertrouwen in de overheid verliezen “berokkent het voortdurende overheidsingrijpen de pensioenuitvoerders financiële schade en imagoschade”.
De Commissie Nationaal Pensioendebat wil nog voor de Tweede-Kamerverkiezingen van 22 januari een conferentie houden met de pensioenwoordvoerders van de politieke partijen.
Willem Vermeend: “De overheid zou verantwoordelijk moeten zijn voor de informatievoorziening over pensioenopbouw en mogelijke lijfrenteaftrek”.
Overzicht lijfrente-uitkeringen en premies tot 2020 Jaar Lopende Renten uit Totaal Nog te Belasting Aftrek lijfrenten vrijval lijfrente- betalen lijfrente- lijfrente- kapitalen uitkeringen premies uitkeringen premie 2002 2.077 93 2.170 1.402 543 561 2003 1.907 271 2.178 1.349 544 540 2004 1.727 436 2.163 1.298 541 519 2005 1.546 606 2.152 1.246 538 498 2006 1.378 785 2.163 1.198 541 479 2007 1.216 967 2.183 1.147 546 459 2008 1.101 1.142 2.243 1.095 561 438 2009 999 1.318 2.317 1.043 579 417 2010 902 1.497 2.399 988 600 395 2011 815 1.685 2.500 936 625 374 2012 755 1.779 2.534 880 634 352 2013 708 1.785 2.493 806 623 322 2014 665 1.801 2.466 775 616 310 2015 623 1.812 2.435 727 609 290 2016 583 1.810 2.393 675 598 270 2017 633 1.805 2.438 555 610 222 2018 601 1.805 2.406 512 601 205 2019 567 1.802 2.369 467 592 187 2020 534 1.792 2.326 417 582 167
De cijfers van het Centrum voor Verzekeringsstatistiek betreffen de bestaande portefeuille lijfrentepolissen en kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule van een aantal verzekeraars. Deze maatschappijen vertegenwoordigen 76% van de markt. De hier weergegeven bedragen (maal e 1 mln) betreffen afgeleide markttotalen.
Uit de tabel blijkt dat van alle te betalen lijfrentepremies globaal 40% aftrekbaar is van de belasting, terwijl over de uitgekeerde lijfrenten ongeveer 25% belasting wordt betaald.

Reageer op dit artikel