nieuws

Oude gegevens voortaan bepalend voor jaarruimte

Archief

Voor de berekening van de mogelijke aftrek van lijfrentepremies mogen burgers vanaf het fiscale jaar 2003 uitgaan van hun inkomensgegevens en eventuele FOR-dotatie in het jaar daarvoor.

Dat heeft staatssecretaris van Financiën Steven van Eijck de Tweede Kamer per brief laten weten. “Ik ben voornemens zo spoedig mogelijk een goedkeuringsbesluit te publiceren”, aldus Van Eijck. Het voorstel zal worden opgenomen in een nog in te dienen fiscaal wetsvoorstel, dat de Wet Inkomstenbelasting 2001 zal wijzigen. Financiën keurt straks goed dat belastingplichtigen voor het kalenderjaar 2003 bij de toets of er in dat jaar sprake is van een pensioentekort, uitgaan van hun inkomensgegevens van het kalenderjaar 2002. Voor 2003 komt er overigens een (eenmalig) keuzeregime: belastingplichtigen mogen kiezen of zij de inkomensgegevens over 2002 of 2003 gebruiken.
De wijziging volgt op het amendement Van Vroonhoven-Kok, die een jaar vertraging toestond bij de pensioenaangroei (factor A). Voor berekening van de jaarruimte voor lijfrentepremieaftrek mag derhalve de pensioenaangroei van een voorgaand kalenderjaar worden gebruikt. Volgens Gerard Tekelenburg, fiscalist van Amev, was dit amendement goed bedoeld maar creëerde het vooral problemen. “Bij de berekening van de jaarruimte kreeg je een discrepantie tussen de pensioenaangroei en de inkomensgegevens en FOR-dotatie. Dat vond de staatssecretaris denk ik niet wenselijk, dus heeft hij het zo opgelost.”
Tijdwinst
In de brief aan de Tweede Kamer noemt Van Eijck niet de discrepantie tussen gegevens uit verschillende jaren, maar benadrukt hij het element tijdwinst. “Uit nader onderzoek is mij gebleken dat nog meer tijdwinst voor belastingplichtigen en verzekeraars zou kunnen worden gerealiseerd indien voor de berekening van de lijfrentepremieaftrek tevens van de inkomensgegevens van het kalenderjaar t-1 zou worden uitgegaan.” Nieuwe stelregel is dus dat voor alle gegevens die nodig zijn voor de berekening van de lijfrentepremieaftrek vanwege een pensioentekort, wordt uitgegaan van het kalenderjaar t-1. Dat wil zeggen voor factor A, de dotaties aan de oudedagsreserve (FOR) en de inkomensgegevens.
“De inkomensgegevens zijn mede bepalend voor de vraag of voldoende jaarruimte aanwezig is. Belastingplichtigen hoeven voortaan niet meer, zoals nu, de opgave van hun inkomen af te wachten. Nu ontvangen zij de opgave meestal in de eerste maanden na afloop over het kalenderjaar waarop de premieaftrek betrekking heeft. Er blijft dan weinig tijd over om een eventueel pensioentekort te (laten) berekenen en nog binnen de wettelijke termijn een aftrekbare lijfrentepremie te betalen.”
Met pensioenverzekeraars is afgesproken dat de factor A voortaan binnen tien maanden in het kalenderjaar waarop de premieaftrek betrekking heeft, aan de belastingplichtige wordt verstrekt.
Terugwenteling
Omdat voortaan gebruik kan worden gemaakt van gegevens over het voorgaande kalenderjaar, kan er ook gesleuteld worden aan de terugwentelingstermijn: de periode waarin lijfrentepremies betaald kunnen worden en aftrekbaar zijn over het voorgaande fiscale jaar. “Een belastingplichtige kan premies voor lijfrenten die binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar – dus vóór de normale aangiftedatum 1 april – door hem zijn betaald of verrekend, bij de aangifte aanmerken als premies die zijn betaald of verrekend in het kalenderjaar”, zo stelt Van Eijck.
De terugwentelingstermijn is op dit moment, in verband met de trage aanlevering van de gegevens voor factor A, twaalf maanden. Voor het kalenderjaar 2003 wordt de termijn gesteld op zes maanden. Aangezien er vanaf kalenderjaar 2004 geen keuzeregime meer is, wordt de termijn voor dat jaar, en de volgende kalenderjaren, gesteld op drie maanden.

Reageer op dit artikel