nieuws

‘Onbegrijpelijk gedrag fiscus creëert nieuwe faillissementen’

Archief

Door Wim van Groenewoud

De Belastingdienst ziet doorlopende provisie als een uitgestelde vorm van afsluitprovisie en heft daarom in het aanvangsjaar van de polis al over de contante waarde van de gehele (doorlopende) provisie. Volgens Wim van Groenewoud van Dutch Insurance Group leidt dit beleid onherroepelijk tot meer failliete assurantiekantoren.
“De beloning van de tussenpersoon is al vele jaren onderwerp van discussie. Was provisie tot voor kort nog de enige toegestane vorm van belonen, inmiddels is er een mix ontstaan van allerlei beloningsmethoden. Een aparte ontwikkeling daarbinnen is die met betrekking tot de afsluitprovisie bij levensverzekeringen. Vanuit de consument geredeneerd is er een belang om afsluitprovisie terug te dringen en daarvoor in de plaats een beloning op basis van doorlopende provisie te stellen. Dat doet recht aan de inspanningen van het intermediair, die deze weliswaar voor een behoorlijk deel aan het begin van de rit uitvoert, maar die ook onderhoudsinspanningen verricht gedurende de resterende looptijd van de verzekering.
Evenals consumentenorganisaties pleit ook de overheid voor een overgang van afsluitprovisie Leven naar doorlopende provisie. De werkgroep Overstapkosten – binnen het kader van Marktwerking, Deregulering en Wetgevingskwaliteit – heeft hiervoor een sterke voorkeur uitgesproken, omdat dit de overstap naar een andere verzekeraar makkelijker maakt. Alleen de initiële kosten mogen naar het oordeel van de werkgroep als eerste kosten in aanmerking worden gebracht. Het vorige kabinet heeft deze conclusie voorlopig overgenomen.
Nieuw en onverwacht is dan het standpunt van de fiscus, dat erop neerkomt dat doorlopende provisie beschouwd wordt als afsluitprovisie en geheel – eventueel rekeninghoudend met een voorziening voor terugboekingsrisico – in het jaar van afsluiten van de verzekering in de belastingheffing betrokken wordt. De fiscus verwijst hiervoor naar een uitspraak van de Hoge Raad uit 1982. Hier was echter de casuïstiek een geheel andere. De ineens ontvangen afsluitprovisie werd in tien gelijke delen verdeeld en in even zovele jaren aan de winst van dat betreffende jaar toegerekend. Waar tussenpersonen nu mee geconfronteerd worden, is dat de provisie voor een klein deel ontvangen wordt en dat de belastingheffing plaatsvindt over de contant gemaakte toekomstige provisies.
Voorbeeld
De gevolgen zullen desastreus zijn voor het intermediair. Een voorbeeld: van een levensverzekering met een jaarlijkse premie van e 3.000 en een duur van dertig jaar is de jaarlijkse doorlopende provisie e 240. De (tegen 4% per jaar) contant gemaakte provisie bedraagt dan e 4.150. De vennootschapsbelasting hierover bedraagt 34,5% en is e 1.431,75. Ontvangen is e 240 en dus moet de tussenpersoon meer belasting betalen dan zijn inkomsten bedragen. Men hoeft geen bedrijfseconoom te zijn om te zien dat geen ondernemer bereid is op deze manier zaken te doen: hij koopt met iedere verzekering die hij sluit verlies in. Natuurlijk zal nog rekening gehouden mogen worden met een voorziening voor terugboekingen, maar dan nog blijft het principe overeind. Er moet al belasting worden betaald over iets dan nog niet verdiend en ontvangen is.
Dat strijdt met de Wet op de Inkomstenbelasting, waarin regels zijn vastgelegd met betrekking tot het tijdstip van genieten. Inkomsten worden geacht te zijn genoten op het tijdstip waarop zij zijn ontvangen, verrekend, ter beschikking gesteld, rentedragend geworden of vorderbaar en inbaar geworden. Het is duidelijk dat geen van de beschreven situaties van toepassing is op de ontvangst van doorlopende provisie. De tussenpersoon zal bovendien een geweldige administratie per verzekering moeten bijhouden van wat hij al aan inkomen heeft opgegeven, aan voorziening heeft opgebouwd en welk deel daarvan vrijvalt.
Motivering
In het arrest van de Hoge Raad van 1982 is een belangwekkende motivering opgenomen, die letterlijk luidt: “Niet aannemelijk is geworden dat in de jaren na afsluiting arbeid van enige omvang met betrekking tot deze polissen wordt verricht – al dan niet gericht op het voorkomen van tussentijdse beëindiging – behoudens de incasso van de premies waarvoor een geringe afzonderlijke provisie wordt genoten. De naam afsluitprovisie wijst er bovendien op dat slechts arbeid ter zake van het afsluiten wordt verricht. De stelling van belanghebbende dat de restitutieregeling samenhangt met de wens van verzekerde een hogere afkoopwaarde te kunnen betalen wijst niet in tegengestelde richting”.
Sinds 1982 is er natuurlijk wel het een en ander veranderd. De levensverzekeringen zijn flexibeler geworden door de intrede van de universal-lifeverzekering. Onderhoud is daarmee bijna vanzelfsprekend geworden. Wisseling van fondsen is mogelijk geworden en hoeveel verontruste klanten moeten niet te woord gestaan worden over de steeds maar dalende beurskoersen? De tussenpersoon moet de jaarlijkse opgave toelichten met de waarde van de verzekering en bijvoorbeeld aanpassingen verrichten als de wet verandert. De levensverzekering wordt opeens een Kapitaalverzekering Eigen Woning en de clausulering moet worden aangepast. Of de levensomstandigheden van de klant wijzigen – bijvoorbeeld een echtscheiding – en de waarde moet worden verdeeld en de begunstiging aangepast. Het is de praktijk van alledag. Los hiervan zal vrijwel elke tussenpersoon zijn cliënten op de hoogte houden van belangrijke ontwikkelingen. Bijvoorbeeld in de vorm van een nieuwsbrief of door middel van mailings. Noem dat maar geen onderhoud.
De fiscus is blijven steken in de wereld van gisteren en past deze regels toe op de wereld van vandaag en morgen. Als er geen schade zou ontstaan, is dat niet erg. Maar hier wordt een belangrijke beroepsgroep financieel schade toegebracht. Een beroepsgroep die wij een warm hart toedragen en voor welke positie wij graag in de bres springen. Laat één ding duidelijk zijn: wat hier gebeurt kan gewoonweg niet. Een krachtig protest is dus op zijn plaats!
En laten we niet vergeten: de cliënt is natuurlijk uiteindelijk het kind van de rekening. Want als er geen levensverzekering meer wordt gesloten, betekent dat bijvoorbeeld het definitieve einde van een doordacht en solide pensioenstelsel. De gevolgen laten zich niet overzien. We vertrouwen dat het gezonde verstand zal terugkeren. Morgen zal blijken: het was een faux pas van de overheid. Of niet?

Reageer op dit artikel