nieuws

Omstreden fusie maakt tongen nog los

Archief

Omstreden fusie maakt tongen nog los

De meest omstreden fusie in de afgelopen 25 jaar was het samengaan van Nationale-Nederlanden en de toenmalige NMB-Postbank tot wat nu heet de ING Groep. De fusiebesprekingen begonnen in mei 1990. De samenvoeging werd in november van dat jaar aangekondigd en medio 1991 geëffectueerd.
De fusie(aankondiging) leidde tot veel commotie in de branche. Luuk van Leeuwen, toenmalig bestuursvoorzitter van Stad Rotterdam, zei destijds niet zonder gevoel voor theater tegen het intermediair: “Met ons verstand kunnen wij er eigenlijk niet bij en met onze emoties al helemaal niet. Net als u hebben wij het gevoel een goede kameraad kwijt te zijn”.
Fel protest was er van de aandeelhouders, waaronder ook verzekeraar Aegon, die de conversieprijs voor hun aandelen veel te laag vonden. De intermediairmaatschappijen vreesden een grootscheepse concurrentie van de Postbank. Het heftigste verzet kwam, zoals mocht worden verwacht, van de NVA en de NBVA. Zij zeiden “diep geschokt te zijn door de ommezwaai van NN”. Zij noemden de fusie “een dolksteek in de rug van het intermediair”, omdat NN – met ongeveer tienduizend tussenpersonen in de boeken – zich steevast had opgeworpen als hoeder van de intermediaire markt. Vrees beving de standsorganisaties bij het horen dat de Postbank met zijn 2.600 kantoren volop in verzekeringen zou gaan. Gesprekken met de raad van bestuur van NN leverden niets op: de aanstaande fusiecombinatie weigerde garanties af te geven die de belangen van het intermediair moesten waarborgen. De stemming onder met name veel NVA-kantoren was grimmig, hetgeen onder meer tot uiting kwam in een advertentie in landelijke dagbladen, waarin het publiek werd opgeroepen “zich niet te laten overspoelen door een financieel machtsblok als NN en NMB-Postbank en te kiezen voor het onafhankelijk intermediair dat ‘vrij’ is om zijn posten overal onder te brengen”.
De ledenvergaderingen die werden ingelast, leidden bij NVA en NBVA tot een recordopkomst. Ruim vijfhonderd NBVA-leden spraken zich in november 1991 uit voor het verbinden van “commerciële consequenties” indien NN afwijkende producten, premies en ondersteuning aan de Postbank zou geven en 5,5 miljoen bankrekeninghouders zou gaan benaderen voor verzekeringen. “Gelijke monniken, gelijke kappen”, betoogde NBVA-voorzitter Alexander van Voorst Vader. De tussenpersonenbond typeerde het conflict dramatisch als “een onafhankelijkheidsstrijd”, maar verzette zich niet tegen de fusie.
Zusterorganisatie NVA reageerde radicaler en emotioneler. Meer dan zeshonderd leden stemden vrijwel unaniem in geen nieuwe posten onder te brengen bij NN. In een gloedvol betoog sprak voorzitter Jan Weitenberg van een rechtstreekse aanval door een financiële moloch op het systeem van onafhankelijke assurantiebemiddeling. “Het gaat niet om de concurrentie van de Postbank mét of zonder dual-pricing, maar om een strijd om de macht over de distributie. Het NN-concern wil zijn greep op de gebonden distributie vergroten.” In zijn kritiek betrok hij ook NN-bestuursvoorzitter Jaap van Rijn. “Hoe vaak en intensief heeft Van Rijn niet zijn geloof en vertrouwen beleden in het zelfstandig intermediair. Hoe triest is het dan om te moeten vaststellen hoe weinig zijn woorden waard zijn. En dat wij eigenlijk op een dwaalspoor zijn gebracht. NN heeft te weinig vertrouwen in het intermediair en richt liever zijn koers op een onzekere toekomst met de Postbank.”
Van Rijn c.s. spanden zich dag en nacht in om het intermediair duidelijk te maken dat het zo’n vaart niet zou lopen. De fusie was nodig in belang van de internationale expansie en de versteviging van de positie op de thuismarkt. Beide concerns vullen elkaars activiteiten aan en zijn daardoor in staat beter te voorzien in de behoeften van klanten aan meer financiële diensten. Dat juist NN fuseert met de NMB-Postbank was in het belang van het intermediair, benadrukte Van Rijn meer dan eens. “Als het niet NN was geworden, was de bank naar een andere verzekeraar gegaan.” NN-topman Jaap van Rijn en NVA-voorzitter Jan Weitenberg gaan hieronder nog eens in op de fusie aan de hand van vragen die AM aan hen heeft voorgelegd.
“Boycot van NVA heeft geen betekenis gehad”
NN heeft destijds het initiatief genomen tot de fusie. Welke gegadigden waren er nog meer voor deze bruid? Stonden de onderhandelingen onder druk van deze belangstelling?
“NN had regelmatig contacten met banken. De liberalisering van het structuurbeleid maakte dat gewenst. Het standpunt van NN was helder: handhaaf het structuurbeleid of schaf het helemaal af en laat de markt zijn werk doen. Elke tussenpositie was schadelijk voor het verzekeringsbedrijf.
De concrete gesprekken tussen NN en NMB-Postbank startten medio 1990 en mondden begin maart 1991 uit in de fusie onder de naam Internationale Nederlanden Groep (ING). Ik weet niet meer wie er geïnteresseerd was, maar in die omstandigheden waren er natuurlijk meer belangstellenden. NN heeft zich echter nimmer onder druk voelen staan. Het gesprek dat NN met een buitenlandse verzekeraar voerde, werd afgebroken, toen het een brug te ver leek met z’n drieën een fusie aan te gaan. De buitenlanders keken (toen nog) vreemd aan tegen het samengaan van een bank en een verzekeraar, ook wel als bancassurance aangeduid. Daar kwam bij dat zij met enige reserve keken naar een fusie van twee Nederlandse bedrijven met één buitenlander. NN gaf er in die situatie de voorkeur aan alleen door te gaan met de bank.”
Welke motieven had NN om te fuseren met NMB-Postbank?
“Belangrijke vragen bij de fusie waren natuurlijk: waarom fuseren met een bank en waarom met die specifieke bank? De strategie van NN was:
– We kunnen alléén doorgaan. We zijn er groot genoeg voor en hebben de potentie autonoom te groeien en via acquisities. Dit werd het going it alone-scenario genoemd.- Een slag beter vonden we het om samen te gaan met een grote buitenlandse verzekeraar. Dit is diepgaand onderzocht en vele gesprekken zijn gevoerd, waarbij we zeer alert bleven op wat in onze ‘achtertuin’, de Nederlandse thuismarkt, zou kunnen gebeuren, mat name in geval van de liberalisering van het structuurbeleid.- De meest interessante optie was een fusie met een Nederlandse bank om zowel defensieve redenen als offensieve motieven. Defensief teneinde een destabilisatie van de markt – door de komst van een buitenlander via een fusie met een Nederlandse bank – te voorkomen. Offensief, omdat het bezit van verkoopkanalen van grote betekenis is voor elke verzekeraar. Daarenboven geeft het samengaan met een bank de mogelijkheid verwante producten meer te integreren.De vraag is wel gesteld: waarom een fusie, samenwerking op basis van een contract zou toch ook kunnen? Wij hebben die keuze afgewezen. Bij een fusie is de samenwerking als een samengaan gecementeerd. Bij een samenwerkingscontract is er geen absolute zekerheid dat de toekomst is veiliggesteld. Een contract is altijd eindig. Verder is er geen gevaar dat de bank in de verzekeringsdistributie omzet ver boven rendement stelt.
De volgende vraag kan zijn: waarom ging NN met NMB-Postbank de fusie aan? Temeer, omdat er bij ons het onuitgesproken standpunt leefde dat – als we zouden fuseren met een bank – dat met de ABN zou zijn. Met ABN bestond van oudsher een uitstekende band, wederzijds respect en vergelijkbare bedrijfscultuur. Nadere analyse wees echter in een andere richting. ABN zou als corporate bank minder passen bij ons retailbedrijf, dus minder synergie in de verkoop. Bovendien was een fusie van een bank en verzekeraar in de Verenigde Staten verboden, tenzij één van hen daar zou worden afgestoten. Dat was voor beiden geen optie. De Amerikaanse bedrijven waren daarvoor van te groot belang. Ook NMB-Postbank had bedrijven in de USA, maar die waren nog wel te offeren op het altaar van de gewenste fusie.”
Met een verwijzing naar haar taak van markthoeder benadrukte NN vaak dat het intermediair beter af is als de Postbank in haar bezit komt. Wat zou er zijn gebeurd als de Postbank in andere handen was gekomen?
“Een overweging van binnenlandse aard was de vraag of de politiek de fusie zou accepteren. Dat zat wel goed, zo bleek ons bij een rondgang langs de belangrijkste Tweede-Kamerfracties. Voor eventuele negatieve reacties van het intermediair meenden wij niet te moeten wijken. Wel zouden we erg behoedzaam omgaan met de multi-channelmogelijkheden. Wij meenden, dat de tussenpersonen zouden inzien, dat in een geliberaliseerde markt de banken – en stellig de Postbank – zich voluit in verzekeringen zouden begeven. In bezit van NN mocht men aannemen dat de marktorde niet zou worden verstoord. De praktijk heeft laten zien dat dit ook geëffectueerd is. In handen van een andere, zeg buitenlandse verzekeraar, had dit heel anders kunnen lopen. Een ‘nieuwkomer’ heeft geen hechte banden met de diverse marktpartijen, heeft geen (grote) portefeuille op de Nederlandse markt en dus geen rem op harde acquisitie. Dat lag voor NN totaal anders met zijn grote portefeuille via tussenpersonen. Dat maakte NN kwetsbaar voor oversluitingen.”
Was de investering van ongeveer # 300 mln toen verantwoord?
“Over de prijs die voor de fusie is betaald, valt te redetwisten. Naar ons oordeel hadden de analisten het bij het verkeerde eind. Zij – en de aandeelhouders – gingen uit van vette reserves aan NN-zijde (die er ook waren!), maar in een ruilbod blijven de aandeelhouders daar in delen. De transactie was trouwens geen overname, maar een fusie, waarin bestuurlijk gelijkwaardigheid was overeengekomen. Financieel was de verhouding in de holding 70% NN en 30% NMB-Postbank.”
Welke inschatting had u gemaakt met betrekking tot de reactie van het intermediair?
“De schrik en afwijzende reactie van het intermediair vond ik begrijpelijk. Tussenpersonen zagen banken veelal als bedreigend. NN en collega-maatschappijen werden als een bescherming ervaren. Wij vonden het naar dat er emoties loskwamen, maar vanuit onze verantwoordelijkheid voor ons bedrijf en medewerkers, alsmede rekening houdend met onvermijdelijke ontwikkelingen in Europa en Nederland, wilden wij die fusie en mochten wij deze optie niet laten lopen. Overigens waren wij van meet af aan van plan in ons beleid in sterke mate de tussenpersoon centraal te houden, omdat wij geloofden in de belangrijke maatschappelijke functie van het intermediair. De tijd, zo meenden wij, zou de emotionele wonden helen en aantonen dat NN de markt niet verstoorde en haar verantwoordelijkheid als marktleider zou behouden. Een belofte jegens het intermediair over een eeuwig bestaan is nooit gegeven. Niemand kan zo’n verklaring afgeven. En niemand zou deze geloven! Wel mocht men ervan uitgaan dat NN het intermediair fatsoenlijk, correct zakelijk en met warme sympathie zou behandelen.”
De NVA kondigde een boycot af. Heeft deze boycot gewerkt?
“De boycot van NVA was een niet mis te verstaan signaal, maar heeft geen invloed van betekenis gehad. Bedacht moet worden dat er ook NVA-leden waren die toch al geen zaken van belang bij NN brachten. Ik heb de boycot gezien als een emotionele onderstreping van het NVA-standpunt, dat feitelijk neerkwam op: stop met die fusie! De NBVA had een realistisch standpunt en concentreerde zich op het tegenhouden van dual-pricing.”
Reageerden tussenpersonen niet puur uit emotionele opwelling en niet met hun zakelijk verstand?
“Iedereen kon zien aankomen dat er wat ging veranderen in de markt, onder meer door liberalisering van het structuurbeleid. Toch kwam de emotie los door het plotselinge van de concrete gebeurtenissen, door de realisatie van wat velen gevreesd hadden. Overigens was het niet alleen pure emotie. Men vreesde een ernstige verstoring van de markt en een moeilijke toegang tot de verzekeraars nu een belangrijke marktleider leek af te vallen. Wat ook speelde, althans bij de besturen van de tussenpersonenorganisaties, was de constatering dat het intermediair een stuk macht aan het verliezen was doordat verzekeraars er verkoopkanalen bij kregen en daardoor minder afhankelijk werden van het intermediair. En dat zou zich op bepaalde momenten kunnen manifesteren. De aanvankelijke gedachte NN links te laten liggen, bijvoorbeeld bij vraagstukken over marktorde en andere belangrijke branchekwesties, werd gelukkig al spoedig verlaten.”
U zei destijds dat NN niet bereid bleef als marktleider de marktstructuur krachtig te schragen als NN melaats zou worden verklaard. Wat bedoelde u daarmee?
“NN is na de fusie trouw gebleven aan de hele infrastructuur van de bedrijfstak (Verbond, brancheverenigingen, platforms, etc.). Dat kon natuurlijk niet zo blijven als marktpartijen tegen NN zouden blijven schoppen. NN zou dan zijn eigen weg gaan en geen verantwoordelijkheid als marktleider meer aanvaarden.”
Hoe kijkt u terug op de houding van Aegon, die als aandeelhouder dwars ging liggen?
“Aegon mocht als (grote) aandeelhouder zijn stem doen horen. Aegon verzette zich niet (of niet zozeer?) als belegger, maar als verzekeraar, die vreesde op de markt terrein te zullen verliezen. Dit bleek uit één van hun eerste publieke reacties. Aegon ageerde als concurrent en niet (zozeer) als mede-eigenaar van NN.”
De standsorganisaties claimen dat de Postbank-leeuw door hun acties zwaar aangelijnd is. Deelt u die mening?
“De Postbank-leeuw hadden we van meet af bij ING keurig aangelijnd met een oranje shawl om de staart. Hiervoor zette ik al uiteen, dat wij een zorgvuldig multichannel-beleid voerden. We hebben na overleg met de standsorganisaties aan de leeuw (die strijdbaar is en blijft!) respect gevraagd en gekregen voor de marktverhoudingen en belangen van het intermediair. Zo hoort het ook!”
U zei destijds dat er geen optimale communicatie was geweest over de fusie. Voelde u zich vaak te hard beoordeeld?
“Bij de fusie waren diverse belanghebbenden betrokken, COR, medewerkers, fusiepartners, aandeelhouders, analisten, beleggers, tussenpersonen, fusiepartners, het publiek, de pers en wat niet al. Een boodschap voor de één was soms onaangenaam voor de ander. In zo’n situatie, waarin emoties een rol spelen, is het welhaast onmogelijk evenwichtig te communiceren. Ik heb nooit willen afdoen aan de hardheid van sommige boodschappen, omdat ik later geen kritiek wilde krijgen op hele en halve onwaarheden. Soms had ik wel het gevoel, dat het ook een tandje minder gekund had, waardoor minder verzet zou zijn opgeroepen. Of ik mij te hard beoordeeld voelde? Eerlijk gezegd: wel enigszins. Lange tijd was het bijna dag en nacht werken. Als je in zo’n periode tegen teleurstellingen oploopt, voel je je wat verongelijkt, maar dat duurde slechts kort! Overheersend was het blije gevoel, dat wij een prima bedrijf aan het scheppen waren: ING!”
“Kannibalisme van portefeuilles intermediair is voorkomen”
Bij de ledenvergadering over de fusie was er een recordopkomst van zeshonderd NVA-kantoren. Waarom reageerde de NVA zo fel op de fusie?
“De krachtige en negatieve houding van de leden ten opzichte van NN gold primair niet die fusie. Sinds 1 januari 1990 was immers het verbod op de machtsconcentratie van financiële instellingen, het structuurbeleid, opgeheven. De Rabobank had Interpolis ingelijfd en de VSB was onder het Amev-dak gekomen. Deze concentraties vormden geen bedreiging voor het intermediair, omdat er geen nieuwe distributiekanalen bijkwamen. Met de Postbank was dat anders, want deze bank deed toen niets in verzekeringen.
De felheid van onze reactie had een puur zakelijke reden. NN zei immers – luid en duidelijk – dat de verzekeringsmarkt voor particulieren niet langer tot het werkterrein van het professionele intermediair zou behoren. Die zou bediend worden door de Postbank die in alle branches met lagere premies de markt actief zou gaan bewerken. Dat, terwijl onze grootste aandacht uitging naar het versterken van onze positie in de particuliere markt tegenover direct-writers. De NVA streed bovendien voor het handhaven van de structuren binnen de branche, zoals onder meer de vaste eindprijs, een level playing field en het vermijden van dual pricing.
Natuurlijk was het een mentale schok dat de grootste intermediairverzekeraar die zich altijd had opgeworpen voor deze structuren en groot was geworden dankzij het systeem van de zelfstandige assurantiebemiddeling, de Postbank in de strijd zou werpen. Maar de weigering van onze leden en vele anderen om nog langer nieuwe zaken bij NN onder te brengen was op strikt zakelijke gronden gebaseerd: NN is vrij in haar bedrijfskeuzen, maar wij doen dan geen zaken meer met een partner die op deze wijze een frontale aanval wil ondernemen op onze portefeuilles.”
Kwam de mededeling inderdaad als een donderslag bij heldere hemel. Vrienden informeren elkaar toch in een vroeg stadium?
“Wij hoorden pas vlak voor de bekendmaking van de fusieplannen. Dat zij ons niet eerder konden informeren vond ik logisch en begrijpelijk, gelet alleen al op de formele eisen van de overheid en de toezichthouders. De ‘donderslag’ betrof dan ook niet in de eerste plaats die fusie, maar vooral de plannen die men met de Postbank had.”
Van de boycot is feitelijk niets terechtgekomen, of wel?
“De boycot was geslaagd, omdat het de individuele beslissing was van de kleinste tot de grootste NVA-leden en anderen. Daardoor heeft die actie, toen en tot op de dag van vandaag, een structureel positief effect gehad, voor het intermediair en voor de structuur van de gehele bedrijfstak. Want, veronderstel dat de Postbank met 5,5 miljoen cliënten in 1990 volop en met lagere premies de markt was ingegaan met auto- en brandverzekeringen en andere producten die het hart van assurantiebedrijven vormden en vormen, dan had dat niet alleen de assurantiekantoren, maar de gehele branche in een chaos gestort. Het had alle voor de kwaliteit van onze branche en van onze dienstverlening noodzakelijke structuren omver gegooid. Waarbij – en dat zou de paradox geweest zijn – NN als grootste en relatief dure maatschappij door het kannibalisme binnen de eigen portefeuille een grote verliezer zou zijn geweest. Maar die prijs wilde de maatschappij kennelijk betalen voor het al jaren voortgaande verlies van marktaandeel. Kortom: de actie van de NVA en haar leden was toen en is ook nu nog van grote waarde voor het gehele intermediair en voor de bedrijfstak.”
U hield op de algemene ledenvergadering een gloedvol betoog dat het NN te doen was om de macht over de distributie en de vergroting van zijn greep op de gebonden distributie. Gebruikte u niet veel gezwollen taal van een NVA-voorzitter?
“Een voorzitter van de NVA kan zich geen gezwollen taal veroorloven als dat niet de reflectie is van de mening en gevoelens van de feitelijk leiders van de aangesloten bedrijven. Dat zou er blijk van geven dat deze ondernemers niet serieus genomen worden. Mijn woorden waren de zakelijke weergave van de heftige, maar eveneens zakelijke, emotie die leefde bij onze leden met toentertijd zo’n twaalfduizend medewerkers.”
Is uw persoonlijke relatie met Van Rijn nog goed gekomen?
“Persoonlijke relaties staan in principe buiten majeure conflicten. Als NVA was onze relatie met NN verstoord, zeker door uitlatingen van de topmensen van NN, die het land afreisden om onze leden tevergeefs op andere gedachten te brengen. Hun motivering richtte zich niet zelden tegen NVA-directeur Hans Scheffer en mij. Maar het wederzijds respect tussen Jaap van Rijn en ons bleef bestaan. Daardoor konden Hans en ik na ongeveer een half jaar, nadat NN gemerkt had dat onze boycot grote gevolgen voor haar had, in strikte vertrouwelijkheid in gesprek komen met Jaap van Rijn en Ewald Kist. Onze inzet daarbij was: laat de Postbank zonder marketinggeweld alleen actief worden met – kort gezegd – die producten die geen aanval zouden vormen op bestaande portefeuilles. Dit deden wij omdat het aanhouden van de boycot op de lange termijn niet in het belang was van de leden, van wie velen grote portefeuilles bij NN hadden lopen. Verder zouden er problemen kunnen ontstaan bij de behartiging van de belangen van bestaande NN-cliënten. Ook vonden wij het niet verstandig om de marktleider te blijven isoleren.”
De fusie schokte de NVA destijds diep gezien de advertentie waarin het publiek werd gewaarschuwd voor een financieel machtsblok van NN en NMB-Postbank?
“Het idee om ons over deze kwestie via een dagbladadvertentie tot het publiek te wenden, kwam uit de ledenkring voort. De NVA-leden hebben daarvoor op vrijwillige basis de financiële middelen bijeengebracht. Het geeft nog eens aan hoe fundamenteel de zorgen en bezwaren waren en hoezeer het beleid van het NVA-bestuur door de leden werd gedragen.”
De vertrouwensbreuk werd toen omschreven als fundamenteel. Was dit geen pure emotie?
“Nadat wij een goede regeling met NN getroffen hadden over de beperking van de activiteiten van de Postbank, hebben wij de leden geadviseerd hun commerciële relatie met NN te herstellen. Daardoor zou NN zien dat het ook in haar eigen belang was – en is – om de Postbank ‘aan de teugels’ te houden. Die switch in onze opstelling heeft veel praten en uitleg gevraagd, omdat onze leden zich in toenemende mate ook mentaal van NN afkeerden. Maar onze strategie werd heel goed begrepen. Bij de meeste kantoren is de verhouding met NN daarna weer redelijk genormaliseerd.”
U vreesde een kannibalisme van assurantieportefeuilles door de Postbank. Dat is niet gebeurd. Hoe kijkt u nu tegen deze ontwikkeling?
“Het kannibalisme van portefeuilles is voorkomen tot op de dag van vandaag. Verder is de houding van de Postbank er één van terughoudendheid qua branches die worden gevoerd en zeker op publicitair gebied. Er wordt dus nog steeds gehandeld in de geest van de afspraken die wij als NVA in 1991 met Van Rijn en Kist hebben gemaakt.”
Wat is er bewaarheid van de verwijzingen naar de gevaren van dual-pricing, de uitholling van de particuliere markt, de bijl aan de wortels van het intermediaire systeem, en de bom onder de marktorde?
“Het waren en zijn nog steeds de pijlers van onze concurrerende markt, waarvoor wij als NVA-leden destijds gestreden hebben en waarbij alle assurantiebemiddelaars tot op de dag van vandaag groot belang hebben. Natuurlijk, ik weet dat zich altijd incidenten voordoen, maar ook na de laatste wijziging van de Wabb, zijn de fundamenten waarvoor wij toen streden in tact gebleven. Dat is, zeker niet in de laatste plaats, ook van belang voor de hoogwaardige dienstverlening waarom de huidige verkeringsconsument vraagt.”
Was de eis van de NBVA dat NN via de Postbank moest afzien van gebonden assurantiebemiddeling niet irreëel?
“Och, laat ik niet teveel zeggen over de houding en het optreden van de NBVA in die periode. Duidelijk daarin was dat de NBVA zich wilde onderscheiden van de NVA. Dat de NBVA van NN eiste dat de Postbank moest afzien van gebonden assurantiebemiddeling, herinner ik mij niet. Dat de Postbank als bemiddelaar zaken zou gaan doen met andere verzekeraars ligt namelijk nauwelijks voor de hand. De onduidelijkheid over het standpunt van de NBVA was aanzienlijk en bestaat nog steeds. Zo liet voormalig NBVA-voorzitter Alexander van Voorst Vader in het Verbondsblad Welwezen van juni vorig jaar optekenen dat hij nooit tegen de fusie is geweest, maar ook alle leden destijds opgeroepen heeft het verzet van de NBVA tegen de fusie krachtig uit te dragen richting NN. Ook zegt hij in dat artikel dat de Postbank zwaar is aangelijnd door de protesten van de NBVA. Het zij zo.”
De boycot was kortstondig, maar had wel structurele gevolgen voor de verstandhouding tussen intermediair en verzekeraars. Deelt u die mening?
“Zeker, daar ben ik diep van overtuigd. Meer dan welke ontwikkeling in onze bedrijfstak heeft deze actie van de NVA, die enkele maanden duurde, elke assurantietussenpersoon duidelijk gemaakt dat er maar één kracht is waarop je als ondernemer kunt bouwen en vertrouwen. Dat is je eigen kracht en niet die van een verzekeraar. Daardoor is in alle opzichten een veel beter evenwicht en meer gelijkwaardigheid ontstaan in de relatie tussen het intermediair en de verzekeraars.”

Reageer op dit artikel