nieuws

Nog zeker twee jaar wachten op richtlijn assurantiebemiddeling

Archief

De Raad van Ministers van de Europese Unie heeft het voorstel voor een richtlijn voor assurantietussenpersonen aangenomen. De richtlijn moet eind 2004 van kracht worden, waarna de lidstaten nog twee jaar de tijd hebben voor implementatie in hun eigen wetten.

De inhoud van de definitief goedgekeurde richtlijn wijkt niet af van de oorspronkelijke tekst én de begin augustus toegevoegde amendementen. Zodra de definitieve tekst beschikbaar is – op de internetsite van de Europese Unie circuleert nog een oude tekst zónder amendementen – zal de richtlijn te vinden zijn op de website van AM (www.amweb.nl). Essentiële onderdelen zijn in elk geval:
– verplichte inschrijving in een openbaar register;- permanent beschikken over passende kennis en bekwaamheid, vast te stellen door de lidstaten;- betrouwbaar: minimaal een blanco strafblad met betrekking tot vermogensdelicten en geen eerdere faillissementen, tenzij rehabilitatie heeft plaatsgevonden;- verplichte beroepsaansprakelijkheidsverzekering van minimaal e 1 mln per schadegeval en e 1,5 mln per jaar;Tussenpersonen die vóór 1 september 2000 ingeschreven stonden in het register van assurantietussenpersonen van de SER, worden automatisch ingeschreven in het nieuwe register. Als zij grensoverschrijdend willen gaan werken, moeten zij eerst de Nederlandse toezichthouder daarvan in kennis stellen, die vervolgens een bericht stuurt naar de autoriteiten van de lidstaten waarin activiteiten zijn gepland. Een maand later mag de bemiddelaar in die lidstaten actief worden.
De lidstaten moeten afzonderlijke een ‘passend’ sanctiebeleid ontwikkelen, enerzijds voor bedrijven die zich zonder inschrijving met assurantiebemiddeling bezig houden én voor de verzekeraars die met deze ‘overtreders’ zaken doen, anderzijds voor ingeschrevenen die zich niet aan de regels houden.
Informatie
Onder de regels vallen ook de nodige eisen op het gebied van informatieverstrekking aan klanten. Zo moeten in het register de financiële en juridische banden met verzekeraars worden vermeld. Aan klanten moet vóór het sluiten van een overeenkomst – schriftelijk – worden gemeld:
– de registerinschrijving;- (in)directe deelneming van een verzekeraar in het kantoor (en vice versa) van minimaal 10%;- de basis van het advies: een onpartijdige analyse van de markt óf producten van een beperkt aantal verzekeraars.Meevaller is dat de wensen van de klant en de elementen waarop het advies is gebaseerd, niet vooraf schriftelijk vastgelegd hoeven te worden. Een ander amendement is dat productieafspraken en het aantal verzekeraars waarmee wordt gewerkt (inclusief hun identiteit), alleen op speciaal verzoek van de klant hoeven te worden opgebiecht.
NVA en NBVA
Intermediairorganisatie NBVA is nog erg sceptisch over de richtlijn. “Er zijn nog vele open einden en controversiële discussies.” De NBVA doelt met name op de wijze waarop consumenten vóór het sluiten van een verzekering moeten worden ingelicht over de risicoanalyse en de argumenten vóór polis A of B. De NBVA is blij met de eisen voor het melden van aandelenbelangen: “Wij hanteren dit al heel lang als lidmaatschapsvereiste”.
De NVA zegt blij te zijn met de richtlijn. “We erkennen wel een aantal taakverzwarende bepalingen. Vooral de vastlegging van de wijze waarop het advies tot stand komt, is een punt van zorg.” De NVA gaat voorstellen doen voor de wijze en termijnen van invoering: “Samen met onze partners: de NBVA en het Verbond van Verzekeraars”. De NBVA spreekt daarbij de wens uit dat de implementatie “administratief hanteerbaar en kostenvriendelijk” geschiedt.

Reageer op dit artikel