nieuws

‘No cure no pay’ is diefstal

Archief

“In AssurantieMagazine van 23 mei (pag. 39) staat een artikel over de positieve opstelling van de Consumentenbond ten aanzien van no cure no pay in de letselschaderegeling. Bureaus die op deze honoreringsbasis werken, worden door de bond zelfs min of meer aanbevolen.

De Nationale LetselTelefoon (NLT) heeft sinds haar oprichting gewaarschuwd voor deze praktijken. De NLT durft de stelling aan, dat no cure no pay een vorm van diefstal is.
Op het oog kan het no cure no pay-systeem als een genereus gebaar van het behandelend kantoor gezien worden, maar dat is het in de praktijk beslist niet. Er is eigenlijk maar één situatie denkbaar waarin gekozen kan worden voor een behandeling op basis van no cure no pay. Dat is de uitermate zeldzame situatie (gezien in het licht van de dagelijkse praktijk) waarin een slachtoffer een erg groot belang heeft (van enkele tonnen) en niet in staat is om de behandelingskosten te betalen. Denk aan een twijfelachtige medische fout. In dat bijzondere geval kan het bureau besluiten om de gok te wagen. Lukt het niet, dan is dat bureau de behandelingskosten kwijt, maar slaagt het erin de schade te verhalen, dan is de beloning navenant.
Maar nu de praktijk van alledag. Verreweg de meeste van de letselschades zijn vanaf het eerste moment helder; ook die zaken waarin nog wat over en weer gecorrespondeerd moet worden over een stukje toerekening van eigen schuld zijn goed in te schatten. Ook betreffen verreweg de meeste zaken een gering tot gemiddeld belang. Het slachtoffer heeft krachtens de wet recht op vergoeding van zijn schade. Tot die schade mogen ook de buitengerechtelijke kosten gerekend worden voor zover deze vallen binnen de bekende dubbele redelijkheidstoets.
Bij no cure no pay legt het slachtoffer zich vast om een percentage, meestal 15% of 20%, van het totale schadebedrag aan de belangenbehartiger af te dragen. Maar daarbij moet bedacht worden, dat over dit bedrag nog BTW verschuldigd is, die, omdat letselschade een privé aangelegenheid is, niet kan worden verrekend. Dan zit het percentage dus al gauw richting 25%. Snel verdiend in een op zich eenvoudige zaak met een groot belang!
De NLT wijst er op dat het argument dat er ook verloren zaken tussen zitten, nauwelijks of niet op gaat. Er is namelijk geen enkele plicht om een zaak ook daadwerkelijk aan te nemen. De praktijk wijst dan ook uit dat er zeer selectief wordt gekeken naar de haalbaarheid en het belang van de zaak. Dat blijkt uit de verhalen van slachtoffers die door bureaus die no cure no pay uitdragen zijn afgewezen (‘we zitten vol, we nemen deze maand geen zaken meer aan’).
Verder blijft de met het slachtoffer afgesproken no cure no pay-regeling buiten het gezichtsveld van de aansprakelijkheidsverzekeraar. Deze wordt geconfronteerd met de declaratie van het bureau en zal die, conform de verplichtingen, betalen. Doorgaans haasten de bureaus zich te vertellen dat deze vergoeding wordt verrekend met de aan het slachtoffer in rekening gebrachte kosten maar helaas wijst de praktijk uit, afhankelijk van het bureau, dat dit ook achterwege kan blijven. Er is hierop immers in het geheel geen toezicht en het slachtoffer weet het vaak niet. Voor het slachtoffer zijn de druiven in dit geval wel erg zuur.
Ook van het argument dat het slachtoffer de vrije keus heeft, is de NLT niet onder de indruk. Het slachtoffer zal zijn keus bepalen aan de hand van de informatie die hij krijgt van het bureau en die informatie kan op zijn zachtst gezegd gekleurd zijn. Voor de NLT staat het buiten discussie dat alleen een systeem waarin op basis van gewerkte uren wordt gedeclareerd, op basis van een afgesproken uurtarief, verdedigbaar is naar het slachtoffer toe.
Alleen in het erg zeldzame geval, waarin een bureau of advocaat zelf een risico wil lopen (!) en het slachtoffer geen andere keus heeft, is no cure no pay een optie. In alle andere gevallen kan het de positie van het slachtoffer alleen maar schaden.
Tot slot nog even dit. Vaak wordt het argument gebruikt dat een belangenbehartiger een hoger resultaat zal gaan krijgen als zijn beloning daarmee in een rechtstreeks verband staat. Vergeet echter niet dat het de verzekeraar is die de schade moet betalen. Die maatschappij is echt niet gek en zal geen euro meer betalen dan dat zij zal doen bij iedere bekwame belangenbehartiger. Je kunt zelfs stellen dat het averechts kan werken. Waarom zal men zich inspannen voor net dat beetje meer schadevergoeding als het maar een klein beetje meer honorarium oplevert?”
Hans Noordsij,
voorzitter Nationale LetselTelefoon

Reageer op dit artikel