nieuws

Nieuwbouwproject en gefingeerde omzet kostten failliet VVG de kop

Archief

Garantieverzekeraar VVG Verzekerd Vastgoed, die in augustus vorig jaar failliet werd verklaard, is ten onder gegaan aan gefingeerde omzetcijfers en een forse schadepost door fouten bij een nieuwbouwproject. Dat blijkt uit het faillissementsverslag van curator Korteweg.

VVG laat een totale schuld achter van bijna e 2 mln aan onder meer onderhouds- en installatiebedrijven, ICT-bedrijf Mediaan/ABS (e 330.000), Rabobank Tiel (e 358.000) en energiebedrijf Remu (e 50.000), dat tevens aandeelhouder was. De nekslag voor de Tielse verzekeraar was het bouwproject GE-Woningen, waarbij VVG garanties had verstrekt aan kopers van nieuwbouwwoningen. Doordat bij de bouw veel was misgegaan, moest VVG uiteindelijk ruim e 2,6 mln ophoesten.
Deze schade werd in de jaarrekening over 2001 als lening opgenomen. “Bij de jaarrekening is met betrekking tot deze schade door de controlerend accountant een uitdrukkelijk voorbehoud gemaakt voor wat betreft de waarde van die post”, schrijft Korteweg. “Dat is het signaal geweest voor de PVK om een stille curator aan te stellen, teneinde beter zicht te krijgen op de financiële situatie van VVG. Inmiddels moet ervan worden uitgegaan dat deze vordering niet verhaalbaar is.”
Verder heeft de directie over 2001 in eerste instantie foutieve omzetcijfers gepresenteerd. De omzet steeg in dat jaar van bijna nul tot e 16 mln, maar later bleek dat de werkelijke omzet slechts e 8.000 bedroeg. Om toch voort te kunnen, is een gefingeerde omzet opgevoerd. De raad van commissarissen heeft daarop ingegrepen en één van de directeuren ontslagen, maar toen was het al te laat. Door het slechte economische klimaat was geen partij bereid om te investeren in het concept, dat zich veel langzamer ontwikkelde dan was gehoopt.
De verzekerden hebben weinig tot geen schade gehad van het faillissement. De servicecontracten zijn voortgezet met de onderaannemers. De contracten bestonden uit een korte-termijnservice die voorzag in onder meer beveiliging en schoonmaken en een lange-termijnservice voor bijvoorbeeld onderhoud aan daken. Dat laatste was een spaarpotje, dat is gebruikt om financiële gaten mee te dichten. Uiteindelijk bleek VVG over te weinig kapitaal te beschikken en te veel te leunen op de aandeelhouders om het hoofd boven water te kunnen houden.
Geen geld
Korteweg werd in juli vorig jaar als bewindvoerder aangesteld in het kader van de noodregeling. Hem bleek al snel dat de financiële situatie van VVG slechter was dan de PVK tot dan toe had ingeschat. “Het probleem zat vooral in de inschatting van de problemen die zich zouden voordoen bij de vaststelling van de waarde van de bezittingen van VVG NV. Deze bezittingen bestonden immers in hoofdzaak uit leningen die in veel gevallen verstrekt waren aan de polishouders; de waarde van die leningen was derhalve in belangrijke mate afhankelijk van de eventuele mogelijkheid om de polissen aan een andere verzekeraar over te dragen.”
De bezittingen bleken veel minder waard dan de passiva. Verder was er nauwelijks geld in kas. Door de aanwijzing van de PVK dat VVG geen premies meer mocht innen zolang de onduidelijke situatie voortduurde, waren er ook geen liquiditeiten te verwachten. “De tijd om de noodregeling in stand te laten was om deze redenen maar zeer beperkt”, aldus Korteweg.
Bij gesprekken ten kantore van VVG in Tiel bemerkte Korteweg nog een groot optimisme bij het management, “niet in de laatste plaats vanwege de overtuiging dat het product van VVG en de markt voor die producten goed was”. Al snel werd echter duidelijk dat de activiteiten van VVG niet ondergebracht konden worden bij een andere verzekeraar. “Mede als gevolg van de problemen waar de verzekeringsbranche als geheel in die periode mee te kampen kreeg, bleek tijdens diverse gesprekken dat er hoegenaamd geen bereidheid bestond de polisportefeuille over te nemen.”
Rol PVK
Omdat de door VVG gemelde cijfers volgens de curator vrijwel zeker geen juist beeld van de werkelijkheid gaven, werd op 24 juli vorig jaar accountantsbureau SBV ingeschakeld om een feitenonderzoek te doen. De PVK was bereid de kosten van het onderzoek te financieren en is later formeel als opdrachtgever gaan optreden. Volgens een ingewijde wilde de PVK daarmee vooral leren voor de toekomst. “VVG was een vreemde eend in de bijt. Voor hetzelfde geld hadden ze het zonder vergunning van de PVK kunnen doen. Maar marketingtechnisch was het beter om wel een vergunning aan te vragen en er ‘verzekerd vastgoed’ van te maken. De PVK wilde via het onderzoek nagaan waar het nu fout was gegaan.”
Korteweg gold eerst formeel als opdrachtgever, maar een week later is “om praktische redenen” besloten dat de PVK die rol zou vervullen. “Deze wijziging blijkt achteraf tot complicaties te hebben geleid”, zegt Korteweg. Doordat de PVK de opdrachtgever is, mag het rapport niet openbaar worden gemaakt. “SBV Accountants acht het niet toegelaten dat ik in mijn hoedanigheid van curator het door de PVK aan mij ter inzage verstrekte rapport publiek maak. De PVK kent bovendien zelf in bepaalde opzichten een geheimhoudingsplicht die in dit kader slechts complicerend werkt. Ik zoek overigens nog naar mogelijkheden om een oplossing te vinden voor deze toch wat merkwaardige situatie.”
Het rapport vermeldt niets over de rol van de PVK in verband met VVG, wat volgens Korteweg niet inhoudt dat de PVK verwijten gemaakt kunnen worden. “Ik heb daar in dit stadium geen aanwijzingen voor.”
Initiatiefnemers Alex Limburg en Kees Redeker startten in 1998 met het concept van de instandhoudingsverzekering. Dit innovatieve product bood verzekeringnemers dekking voor allerhande onderhouds- en reparatiekosten. De activiteiten waren ondergebracht in twee vennootschappen. Enerzijds hield VVG NV zich bezig met het sluiten van garantie- en instandhoudingsverzekeringen en het verstrekken van financieringen aan verzekeringnemers. VVG Exploitatie was anderzijds verantwoordelijk voor het organiseren en afstemmen van de onderhoudswerkzaamheden.

Reageer op dit artikel