nieuws

Nieuw stamrechtbesluit: iets nieuws onder de zon?

Archief

Op 27 november 2002 is een besluit over stamrechten gepubliceerd. Het besluit betreft een langverwacht vraag- en antwoordspel van het ministerie van Financiën en is met name van belang voor werkgevers, werknemers, notarissen, houders van stamrecht-BV’s, voor verzekeringsmaatschappijen én voor alle personen die adviseren op het gebied van gouden handdrukken.

door Alfred Lagendijk en Micha Hoofiën
De meeste van de onderwerpen die in het besluit de revue passeren, houden geen wezenlijke vernieuwingen in. Het voert te ver om hier op alle werkgeversverplichtingen in te gaan. Dit artikel geeft een kort overzicht van een aantal zaken die voor de verzekeringsbranche van belang kunnen zijn, waar nodig voorzien van commentaar.
De vrijstelling
Indien de arbeidsovereenkomst tussen werkgever en werknemer wordt beëindigd, kan een ontslagvergoeding worden toegekend. De uitkering van deze ‘gouden handdruk’ kan zowel de vorm krijgen van een uitkering ineens als van een recht op periodieke uitkeringen (stamrecht). Als dit stamrecht aan de wettelijke vereisten voldoet, is het vrijgesteld van loonheffing. De werkgever kan in dit geval de ontslagvergoeding onbelast uitkeren. De periodieke uitkeringen zullen worden belast als loon uit vroegere dienstbetrekking.
Een van de voorwaarden voor vrijstelling is dat het recht op periodieke uitkeringen ondergebracht moet worden bij een door de wet toegelaten verzekeraar. Vaak zal dit een professionele verzekeraar zijn. Maar zeker bij de hogere ontslagvergoedingen is het onderbrengen van de vergoeding bij een eigen stamrecht-BV een optie. In het besluit wordt expliciet gemeld dat geen beleggingseisen aan het stamrecht worden gesteld. De zakelijkheid van verschillende transacties kan echter wel worden getoetst. Helaas is geen nadere invulling gegeven aan het begrip zakelijkheid.
Overigens wordt in het besluit nog eens benadrukt dat indien aan alle voorwaarden wordt voldaan, vooraf geen toestemming aan de inspecteur der belastingen behoeft te worden gevraagd.
Polisaspecten
Een van de vragen uit het besluit dat zeker voor verzekeraars van belang is, is de vraag of in een stamrechtovereenkomst een afkoopverbod moet worden opgenomen. Het antwoord hierop van het ministerie is kort en krachtig: een afkoopverbod hoeft niet expliciet in de stamrechtovereenkomst te worden opgenomen, een afkoopmogelijkheid mag niet worden opgenomen. Dit antwoord is geheel in lijn met de parlementaire geschiedenis waar ten aanzien van de stamrechtvrijstelling welbewust is aangesloten bij de behandeling van pensioenen. Het wel opnemen van een afkoopmogelijkheid is een verboden handeling en kan leiden tot het belasten van de gehele aanspraak door de fiscus tegen het hoogste tarief. Indien in de algemene voorwaarden een afkoopmogelijkheid is opgenomen, dient deze op de polis of in een speciale clausule nadrukkelijk te worden uitgesloten.
Met betrekking tot de ingangsdatum moet bij nieuwe stamrechtpolissen – gesloten vanaf 1 januari 1995 – in de polis worden opgenomen dat de uitkeringen uiterlijk ingaan op de 65-jarige leeftijd van de (ex-)werknemer. Hiermee wordt aangesloten bij de wettelijke bepalingen.
Hoogte van de uitkering
Het ministerie laat in het midden in hoeverre men vrij is de hoogte van de uitkeringen te laten variëren. De periodieke uitkeringen hoeven niet, zoals bij lijfrente-uitkeringen wel het geval is, vast en gelijkmatig te zijn. Hiermee kan bijvoorbeeld worden bewerkstelligd dat voorlopig geen teruggang in box 1-inkomen plaatsvindt. Een eventuele WW-uitkering en vervolguitkering kunnen worden aangevuld met de stamrechtuitkering. Van belang is wel dat de periodieke uitkering een reëel karakter behoudt.
In het besluit is voorts opgenomen dat wil er sprake zijn van een periodieke uitkering, er per vastgestelde periodieke uitkering een sterftekans van ten minste 0,94% dient te zijn. Het gaat hierbij niet om de gecombineerde sterftekans van de gerechtigden, maar om de separate sterftekans per periodieke uitkering per gerechtigde.
Begunstiging
Over de begunstigden op de polis is de wet duidelijk. De stamrechtuitkeringen mogen toekomen aan de (ex-)werknemer, de (ex-)echtgenoot, de (ex-)partner en (pleeg-)kinderen tot dertig jaar. Het stamrecht moet aansluiten bij de omstandigheden op het moment van het sluiten van de polis. Toekomstige partners of toekomstige kinderen mogen derhalve niet op het moment van sluiten van de polis als begunstigden worden opgenomen.
Het besluit laat overigens toe dat een ingegaan stamrecht wordt gewijzigd in een nieuw stamrecht. Op deze wijze kan eventueel een nieuwe partner als begunstigde worden opgenomen. Het nieuwe stamrecht dient uiteraard weer aan de wettelijke vereisten te voldoen.
Er zijn producten op de markt waarin de ex-werkgever als slotbegunstigde is opgenomen. Dit is toegestaan, maar het recht op deze uitkering behoort niet tot het stamrecht.
Onzuivere elementen
Zoals hierboven besproken moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan teneinde de stamrechtvrijstelling van toepassing te laten zijn. Een van deze voorwaarden is dat de ontslagvergoeding slechts elementen mag bevatten ‘ter vervanging van gederfd en/of te derven loon’. Met andere woorden: het gaat hier met name om een vergoeding die dient om gemis aan beloningsbestanddelen in de toekomst, zoals salaris, bonussen en pensioen.
Indien een ontslagvergoeding wordt aangewend voor periodieke uitkeringen mag deze ontslagvergoeding geen onzuivere elementen bevatten. Hierbij valt te denken aan afkoop van vakantiedagen en bonussen waar reeds een aanspraak op bestaat. Als dit onverhoeds wel het geval is, is de hele vergoeding onzuiver en zal de gehele aanspraak tegen het hoogste tarief belast worden.
Na overboeking van de ontslagvergoeding naar de verzekeraar is deze inhoudingsplichtige voor de loonbelasting geworden. In geval de ontslagvergoeding onzuiver blijkt te zijn, is het dus de verzekeraar die met een heffing wordt geconfronteerd. De verzekeraar zal loonheffing moeten inhouden en afdragen.
Aangezien in het besluit zeer duidelijk wordt aangegeven dat het bevatten van onzuivere elementen tot onzuiverheid van de gehele aanspraak lijdt, verwachten wij dat de fiscus in de toekomst vaker de hoogte en samenstelling van een ontslagvergoeding zal toetsen.
Tot slot
Het is een goede zaak dat door deze vragen en antwoorden zaken op papier worden gezet die in de praktijk reeds lange tijd werden toegepast. Er is weinig nieuws onder de zon. Echter, zoals reeds aangegeven, is ook het een en ander onderbelicht gebleven of niet duidelijk genoeg uiteengezet. Het is bijvoorbeeld jammer dat het Ministerie niet aangeeft wat de bandbreedte is waarbinnen de hoogte van de stamrechtuitkeringen mag variëren. Voorts is geen nadere invulling gegeven aan de term zakelijkheid.
De meeste werkgeversverplichtingen zijn in dit artikel niet besproken. In het besluit zijn desondanks ook punten aan de orde gekomen die hier aan duidelijkheid veel te wensen overlaten. Als het besluit niet juist wordt toegepast, kan dit bij de afwikkeling van ontslagvergoedingen voor partijen grote fiscale risico’s met zich meebrengen. Met dit besluit in de hand heeft de fiscus een stok om mee te slaan en de verwachting is dat in de toekomst stamrechten aan kritische blikken worden onderworpen.
Pensioenen & Verzekeringen van PricewaterhouseCoopers.

Reageer op dit artikel