nieuws

Kaalslag Het conceptvoorstel Wet Financiële Dienstverlening, dat

Archief

per 1 maart 2004 kracht van wet moet krijgen, heeft grote gevolgen voor het intermediair

De door de wet beoogde aanscherping van de kwaliteit van de dienstverlening zal onherroepelijk leiden tot een nieuwe kaalslag: aangenomen mag worden dat op termijn 40% van het huidige aantal assurantiekantoren verdwijnt. Dit doemscenario is niet zomaar uit de lucht gegrepen. Kwaliteitsverhogende ontwikkelingen hebben altijd een sanerend effect, zo heeft het verleden wel aangetoond. Onder meer door het afschaffen van het D- en C-register is het aantal ingeschreven tussenpersonen sinds 1995 met eenderde gereduceerd. Ook in Groot-Brittannië heeft de invoering van kwaliteitsverhogende spelregels voor een drastische sanering in het intermediairbestand gezorgd. Van 1988 tot 2002 nam daar het aantal verzekeringsadviseurs af met 60% tot 50.000. Voor 2005 wordt zelfs op een afkalving naar 40.000 adviseurs gerekend. De te verwachten kaalslag in ons land beperkt zich tot het segment kantoren tot vijf medewerkers, zijnde 90% van het totale bestand volgens de jongste CBS-cijfers. Voor deze tussenpersonen zullen de nieuwe wettelijke regels een onoverkomelijke aanslag betekenen op hun (administratieve) capaciteit. De verplichting om bijvoorbeeld productadviezen schriftelijk te onderbouwen en uitgebreide klantendossiers bij te houden, is voor hen niet of nauwelijks (financieel) te behappen. “Kleine assurantiekantoren dreigen straks niet meer aan adviseren toe te komen, tenzij hun buitendienst één op één door de binnendienst wordt ondersteund”, voorspelde directeur Joep van den Eijkel van Dutch Insurance Group op een relatiedag van zijn netwerkorganisatie. Vooral oudere tussenpersonen zullen die ‘kwaliteitsslag’ niet meer (willen) maken. Zij zullen zich gedwongen zien om hun portefeuilles te verkopen dan wel aansluiting te zoeken bij grotere collega’s of netwerkorganisaties die door hun schaalgrootte meer capaciteit kunnen vrijmaken om aan alle eisen te voldoen, waaronder het afdekken van grotere aansprakelijkheidsrisico’s. Dat laatste brengt nog met zich dat het intermediair – als nooit tevoren – ervoor moet waken zich te ‘overschreeuwen’ en de consument méér te beloven dan concreet kan worden waargemaakt. Immers, de advocaat van iedere gedupeerd voelende klant zal alle verstrekte informatie tot op het bot willen ontleden om met succes een schadeclaim bij de tussenpersoon of verzekeraar te kunnen indienen. Dat heeft het schandaal rond de verkoop van aandelenleaseproducten inmiddels wel aangetoond. Toch kleven aan de nieuwe wettelijke eisen niet louter nadelen. Naast de onmiskenbare aanscherping van de kwaliteit van hun dienstverlening (en dus ook hun imago!) zal met name de noodzaak om het verkoopadvies zo grondig mogelijk te onderbouwen, ertoe leiden dat het shopgedrag van de consument afneemt. Niemand zit er op te wachten om bij meer dan één tussenpersoon met de billen bloot te gaan. En dat biedt grote kansen op meer totaalklanten tegen lagere marketingkosten. Een welkom perspectief, zij het voor een slinkend aantal tussenpersonen. Wim Abrahamse wabrahamse@kluwer.nl

Reageer op dit artikel