nieuws

Houder van combinatiepolis gaat fiscale schade verhalen

Archief

De Belastingdienst stuurt momenteel brieven naar houders van zogenoemde combinatiepolissen. Naar de verwachting van het Verbond van Verzekeraars zal de fiscus in veel gevallen navorderingen opleggen. De kans dat polishouders vervolgens claims bij tussenpersonen en levensverzekeraars neerleggen, is daarbij groot.

Van een combinatiepolis is in de ogen van de Belastingdienst sprake als een direct ingaande lijfrente wordt gecombineerd met een (vrijwel) gelijktijdig ingaande kapitaalverzekering, waarbij de periodieke uitkeringen (vrijwel) gelijk zijn aan de premies voor de kapitaalverzekering. Aanvullende punten die duiden op een combinatiepolis zijn: zelfde verzekeraar op beide polissen, zelfde verzekeringnemer en verzekerde (ook bij echtgenoot/huisgenoot) en de lijfrente is geen voortzetting van een andere levensverzekering.
De fiscus beschouwt een combinatiepolis als een kapitaalverzekering tegen koopsom. Polishouders kunnen daarom nog een naheffing verwachten over het ten onrechte genoten fiscale voordeel. Het ministerie van Financiën maakte dit standpunt overigens al op 15 oktober 1992 kenbaar; de Hoge Raad gaf het departement jaren later gelijk. Twee jaar geleden vroeg de Belastingdienst aan de verzekeraars om binnen hun portefeuilles de combinatiepolissen in kaart te brengen.
Aansprakelijk
Het Verbond van Verzekeraars heeft de leden inmiddels een circulaire gestuurd, waarin te verwachten reacties van polishouders en tussenpersonen uiteengezet worden. Volgens het Verbond komt de fiscale behandeling van verzekerde uitkeringen in principe voor rekening en risico van verzekeringnemers. Maar, erkent het Verbond, “dit ligt anders als de adviseur stellig en zonder voorbehoud fiscaal gunstige vooruitzichten heeft aangegeven en de klant mede daardoor heeft bewogen tot het kopen van een aangeboden product”. Dit is bij combinatiepolissen bijvoorbeeld het geval als in de afgegeven offerte wordt verwezen naar een belastingvrij kapitaal op einddatum, toepassing van de saldomethode terzake van de lijfrente en aftrekbaarheid van (een gedeelte van) de koopsom voor de lijfrente, zonder dat hierbij een voorbehoud is gemaakt.
“Het valt niet uit te sluiten dat de verzekeraar in voorkomende gevallen ook zal worden aangesproken”, zo waarschuwt het Verbond zijn leden alvast. Van belang is of de verzekeraar (en de adviseur) wist dat bij de keuze voor de combinatiepolis de fiscale consequenties van doorslaggevend belang waren. Verder is relevant of de klant – en eventueel diens adviseur – kon hebben geweten dat er gerede twijfels waren over het slagen van de gewenste fiscale gevolgen. “In zijn algemeenheid lijken er voldoende juridische argumenten te zijn om eventuele schadeclaims niet meteen (volledig) te honoreren”, concludeert het Verbond.
Schade
In de circulaire wordt voorts uitgelegd wat verstaan moet worden onder schade. “Gemist fiscaal voordeel leidt op zichzelf niet tot schade”, is daarbij de primaire stelling. “Van schade is sprake als er een nadelig verschil is ontstaan tussen de financiële situatie waarin de klant verkeert, nadat de combinatiepolis als kapitaalverzekering tegen koopsom is gekwalificeerd én de financiële situatie waarin hij had verkeerd als hij zou zijn gewezen op het feit dat er mogelijk een fiscaal risico was verbonden aan de geoffreerde constructie.”
Voor de hoogte van het schadebedrag moet worden gekeken naar het meest waarschijnlijke alternatief als er wél een fiscaal voorbehoud was gemaakt. Volgens het Verbond van Verzekeraars is dat een premievrij depot, in plaats van de lijfrente, van waaruit de premies voor de kapitaalverzekering worden betaald.

Reageer op dit artikel