nieuws

Geen smartengeld voor zoon van verkeersslachtoffer

Archief

Verzekeraar Hannover hoeft geen uitkering wegens immateriële schade te doen aan de zoon van een man die was aangereden door een vrachtauto. De man liep bij die aanrijding hersenletsel op, hetgeen leidde tot een veranderde persoonlijkheid en tot geheugenverlies.

Volgens de eiseres, de moeder van de (minderjarige) jongen, heeft het ongeval geleid tot een ernstige verstoring van de vader-zoonrelatie c.q. een belemmering van het hechtingsproces met zijn vader, hetgeen als geestelijk letsel van de zoon kan worden aangemerkt.
De destijds 10-jarige zoon (voor wie de vader een vreemde is geworden) is geen getuige geweest van het ongeval en heeft derhalve geen hiermee samenhangende shockschade kunnen oplopen. Mede op grond hiervan heeft de rechtbank in Den Haag de claim afgewezen.
Shockschade
De rechtbank stelt dat bij de wetgeving uitdrukkelijk uitgesloten is de vordering ter zake van immateriële schade in het geval er sprake is van “zogenaamde affectieschade ter zake van het leed van de echtgenoot of de naaste familie van het slachtoffer, doorstaan wegens diens kwetsing”.
Hierop wordt slechts de uitzondering gemaakt voor “de schade die ontstaat door een shock die het gevolg is van het waarnemen van of geconfronteerd worden met een dodelijk ongeval” (z.g. shockschade). Omdat de zoon geen shockschade in deze zin heeft geleden – hij was geen getuige van het ongeval van zijn vader noch was hij in de directe omgeving van de plaats van dat ongeval – kan volgens de rechtbank ook in artikel 6:106 lid 1 onder b van het Burgerlijk Wetboek geen grondslag voor de vordering worden gevonden. (Rechtbank Den Haag, rolnummer 00/3600)

Reageer op dit artikel