nieuws

Fusie NVA en NBVA blijft actueel

Archief

Vlak voor het 75-jarig bestaan van de NBVA begin mei 1984 maakten NVA en NBVA hun fusiegesprekken bekend. Een fusieplan werd gepresenteerd, inclusief de naam VNA (Vereniging van Nederlandse Assurantiekantoren of Vereniging van Nederlandse Assurantiebemiddelingsbedrijven), beeldmerk, samenstelling bestuur en directie, vestigingsplaats, lidmaatschapseisen, contributie en regionale afdelingen.

Dit ‘fusieplaatje’ stuitte op verzet bij een groep van tachtig NBVA-leden die zich verontrust toonde over de snelheid van het fusieproces. “Het is meer een uitgewerkt fusieplan dan een discussiestuk.” De groep was kritisch over de voorgenomen fusie, omdat NVA en NBVA te ver van elkaar zouden staan vanwege hun verschillende oorsprong en cultuur. Ook vond zij dat kleine assurantiekantoren niet in één club zouden kunnen zitten met beursmakelaars, banken en captives die andere belangen hebben. Bovendien vreesden zij voor een ondergeschikte rol van de NBVA in de nieuwe vereniging.
Het alternatief was volgens de ‘verontrusten’ een uitbreiding van de samenwerking met de NVA binnen de Uvat, het overlegplatform van de branche met de overheid. Beide organisaties zouden zo meer tijd hebben om naar elkaar toe te kunnen groeien. “Voordat je met iemand gaat trouwen of samenwonen, neem je toch ook een tijdje verkering”, aldus groep die een extra ledenvergadering op 12 juni 1984 afdwong.
Kort daarvoor sprak zusterorganisatie NVA zich vrijwel unaniem uit voor een samengaan met de NBVA: 94% van de tweehonderd leden (op 771 leden) gaven het dagelijks bestuur ‘groen licht’ om een concreet fusievoorstel uit te werken. Het alternatief van een federatieve vorm van samenwerking via de Uvat werd als “niet-praktisch” van de hand gewezen. Ook bij de NBVA stemde de meerderheid (bijna 75% van de 216 aanwezige leden) in met een voortzetting van de fusiegesprekken.
Bezinning
Op 6 september van dat jaar maakte het NBVA-bestuur volkomen onverwacht bekend dat de fusiegesprekken werden opgeschort. Als belangrijk argument voerde de NBVA aan dat de besprekingen te snel zijn gegaan. “We hebben gewoonweg een paar maanden extra tijd nodig om ons hierover te bezinnen”, aldus toenmalig voorzitter Antoon Bosma. Een bijkomende factor noemde het bestuur de (tijdrovende) organisatie van de tweede verzekeringsmanifestatie in november van dat jaar. Het bestuur verwachtte niet voor het eind 1984 met een afgerond fusievoorstel te kunnen komen.
Medio september rezen bij de NVA twijfels over de haalbaarheid van een fusie met de NBVA. “De recente gebeurtenissen binnen de NBVA maken het – helaas – niet zeker of de geplande fusie uiteindelijk nog zal doorgaan. Thans blijkt dat het in ganggezette en op een fusie gericht beleid niet of niet meer gedragen wordt door een meerderheid van het NBVA-bestuur”, aldus de NVA die daarbij verwijst naar de ontstane bestuurscrisis binnen de NBVA.
Een deel van het NBVA-bestuur onder leiding van voorzitter Bosma streefde naar snelle afronding van de fusiebesprekingen; een meerderheid was voor een rustiger fusietempo. Bovendien wilde zij eerst orde op zaken in eigen huis, onder meer door het (dis)functioneren van NBVA-directeur Volkert Struycken. Het stak de NVA dat haar zusterorganisatie niet eens de moeite had genomen om vooraf haar te informeren over de opschorting van de besprekingen.
Verdeeldheid
Begin oktober dreigden tientallen NBVA-leden hun lidmaatschap per 1 januari 1985 op te zeggen als hun brancheorganisatie de ingeslagen koers niet zou veranderen. Zij eisten ook het aftreden van voorzitter Bosma en secretaris Antoon Schiphorst, die – namens de NBVA – de fusiebesprekingen voerden met de NVA-delegatie. Vooral Bosma werd verweten veel bestuurszaken op eigen houtje te regelen. Op een extra ledenvergadering medio november werd een nieuw algemeen bestuur gekozen onder aanvoering van voorzitter Piet Tinke. De meerderheid van het nieuwe bestuur was voorstander van een fusie en had de NVA uitgenodigd om de gedeukte relatie weer te herstellen.
Voordat het zover kon komen, kapte de NVA de fusiegesprekken medio december af. Als reden gaf de standsorganisatie “de onzekerheid over de koers van de NBVA en de verdeeldheid ten aanzien van het fusievraagstuk”. De NVA twijfelde aan het nut van een voorzetting van de gesprekken omdat het nieuwe NBVA-bestuur in meerderheid tegen een samengaan is. “We achten het derhalve niet meer in het belang van onze organisatie en onze leden om ons beleid nog langer mede af te stemmen op een mogelijke fusie. We gaan, hoe het ook ons spijt, verder een eigen en zelfstandige koers te varen.”
NBVA-voorzitter Tinke noemde deze motieven van de NVA onvoldoende. “De koers van het nieuwe bestuur is gelijk aan die van het oude. Alleen over de uitvoering van dat beleid waren de meningen verdeeld.” Een jaar later stapten Bosma en tientallen NBVA-leden over naar de NVA. Over de roerige fusiegesprekken van destijds blikt Bosma met gemengde gevoelens terug.
In mei 1984 werden de fusieplannen NVA/NBVA bekendgemaakt. Wanneer waren de fusiegesprekken begonnen en wie had het initiatief daartoe genomen?
“Vreemd genoeg was het vertrek van NBVA-voorzitter Bernard Krijbolder voor de NVA aanleiding de fusiegesprekken op te starten. Hij werd gezien als iemand die mordicus tegen de fusie was, quod non. Persoonlijk was ik, in eerste instantie, niet zo overtuigd van de wenselijkheid van een fusie, want ik haat monopolisme. Geleidelijk heb ik mijn standpunt gewijzigd.”
Veel zaken waren al vrij concreet ingevuld. Zijn jullie niet te hard van stapel gelopen?
“Er zou echter eerst intensief met de leden overlegd worden, voordat een definitief standpunt werd ingenomen. Maar dan moesten er handvatten zijn om aan te geven in welke richting werd gedácht (niet: was besloten). Zo moest in grote lijnen de samenstelling van het bestuur bekend zijn; ook over de vestigingsplaats moest duidelijkheid bestaan (geen Tiel, geen Amersfoort), opdat de leden zouden kunnen weten welke kant op werd gedacht: een nieuwe vereniging.”
De NVA was in overgrote meerderheid voor; de NBVA was verdeeld? Die tweedeling was er ook in het bestuur. Hoe kwam dat?
“Medio augustus bleek verdeeldheid in het bestuur: de bestuursleden niet behorend tot het dagelijkse bestuur voelden zich op informatieachterstand gezet. Het verweer van het dagelijkse bestuur, dat de overige bestuursleden de informatieachterstand hadden opgelopen doordat zij – om zeer legitieme redenen – weinig tijd aan de fusie konden besteden, kwam niet over.”
Waarom was u voorstander van de fusie. Welke voordelen had een samengaan toen opgeleverd?
“Nadat duidelijk werd dat de democratie – die binnen de NBVA sterker was ontwikkeld dan binnen de NVA – binnen de te vormen vereniging op NBVA-wijze zou worden ingevuld, was er voor mij en het dagelijks bestuur draagvlak om door te spreken. Veel werk werd (en wordt) dubbel gedaan. Tegelijkertijd werden grote inspanningen gedaan om zich te profileren ten opzichte van de zusterorganisatie. Verspilling van tijd, energie, kennis en geld. De NBVA stond aan de vooravond van verdere professionalisering: een eigen opleiding en eigen automatisering werden overwogen. In 1978 bestond het secretariaat van de NBVA uit één parttimer. Zes jaar later waren er zes fulltimers in dienst.”
Had het afketsen van de fusie niet alles te maken met het feit dat de NBVA-leden zich overvallen voelden, en dat een deel van het bestuur de indruk kreeg van een overname in plaats van een fusie?
“Het dagelijkse bestuur en de directeur dienden nagenoeg al het werk te verrichten. Er ontstond een vervelende sfeer. De juridische adviseur van de NBVA, Henk Bitter, probeerde een compromis te bewerkstelligen. De bondsraad van de NBVA (alle afdelingsvoorzitters plus gekozen leden) zag zijn vele bemiddelingspogingen stranden. Omdat de afdelingsvoorzitters en daarmee ook de leden in september geïnformeerd werden, kon twee maanden later, op 20 november 1984, een extra algemene ledenvergadering worden belegd. In die ledenvergadering had het zittende bestuur zijn lot verbonden aan “het groene licht voor de uit te werken fusie” en was een alternatief bestuur geformeerd dat ging voor “voorwaarts op eigen kracht”. De ledenvergadering koos in meerderheid (180 tegen 220 leden) voor de laatste optie.”
Speelden naast rationele overwegingen ook emotionele en persoonlijke redenen een rol daarbij?
“Emotie was er vooral binnen de NBVA. Het (demissionaire) bestuur kreeg geen informatie meer van het bondsbureau, de directeur werd ontslagen omdat hij zich te veel had gecommitteerd aan het oude bestuur en de juridische adviseur mocht om dezelfde reden bij bestuursvergaderingen niet meer aanwezig zijn. Onder de leden was er de huiver voor dominantie door de NVA. Mede door de – noodzakelijke – profilering werd de NVA te veel gezien als een vereniging met uitsluitend captives en groot makelaars. De fusie had meer kans gehad als de NVA in staat was gesteld zichzelf te presenteren. In de controversiële fase was daarvoor echter geen enkele ruimte.”
Waarom blies de NVA de fusie uiteindelijk alsnog af?
“Een fusie was – gegeven het ledenbesluit van de NBVA – niet meer mogelijk. Niemand blies iets af. Overigens werd ik twee dagen ná de ledenvergadering benaderd door Joos Kat, voorzitter DAK. Hij wilde op korte termijn een gesprek. De volgende dag zaten we in het Golden Tulip Hotel in Hoofddorp. Het bleek dat hij ‘zijn’ NBVA-kantoren (53 man) het advies had gegeven niet voor het zittende bestuur te stemmen omdat, zo was hem verteld, ik een DAK-hater was. Hij was echter te weten gekomen dat dit niet het geval was en verzocht mij een nieuwe ledenvergadering te beleggen. Ik vond dat evenwel niet legitiem en ook principieel onjuist. Als een vereniging eenmaal gekozen heeft, gaat het niet aan om haar nogmaals te laten stemmen.”
Waarom is er niet geprobeerd om via de Uvat de samenwerking te intensiveren en van daaruit tot een fusie te komen, zoals de NBVA voorstelde?
“Toen er van NBVA-zijde werd voorgesteld om de Uvat wat op te dikken, stuitte dat op weerstand: er zou een bijna ambtelijke laag boven beide organisaties komen waardoor de directe democratie werd ingedamd. Het grote voordeel van een fusie is natuurlijk de herkenbaarheid naar het publiek en – in mindere mate – naar verzekeraars. Je had de ongeorganiseerde kantoren, je had NVA-leden en je had NBVA-leden. En daarmee wordt onze beroepsgroep bepaald niet gediend. Dát was het grote bezwaar tegen het ‘optuigen’ van de Uvat. Er zou een nieuw merk met twee submerken in de markt gezet moeten worden. Volslagen onduidelijk voor de verzekerden!”
Had de overstap van u en andere NBVA-leden naar de NVA niet alles te maken met teleurstelling en bitterheid over het niet-doorgaan van de fusie?
“De NBVA verlaten kon ik niet meer op dat tijdstip gezien de opzegtermijn (uiterlijk 1 november), dus bleef ik nog even lid. Een jaar later ging ik – samen met iets meer dan honderd leden – over naar de NVA. Niet uit rancune, maar om duidelijk te maken dat de NBVA niet langer mijn vereniging was: er werd een beleid gevoerd (gescheiden optrekken) waarin ik mij niet kon vinden.”
Zou een fusie vandaag de dag nog tot de mogelijkheden behoren?
“Het bestaan van twee verenigingen heeft een voordeel: men kan kiezen. Dat houdt in dat de verenigingen onderscheidend naar elkaar moeten zijn, met alle kosten en inspanningen van dien. Terwijl de samenwerking tussen beide organisaties erg goed is. Ik zit namens het NVA-bestuur in het e-business platform en de samenwerking met de NBVA-collega’s onderscheidt zich op geen enkele wijze van die met NVA-collega’s. Heel wat ongeorganiseerde kantoren verklaren hun keus met: als er één vereniging zou bestaan, zou ik daar lid van worden. Het wachten is op het momentum. De tweedeling is al moeilijker te handhaven naar de consument, dus mijn oordeel blijft: een fusie was, is en blijft mogelijk.”
Onder meer de (tweede) Verzekeringsmanifestatie in 1984 noopte de NBVA het fusieoverleg met de NVA op te schorten. Op de foto o.a. aftredend NBVA-voorzitter Antoon Bosma (vierde van rechts) en zijn opvolger Piet Tinke (uiterst rechts).
1984
– Milieupool verzekeraars in februari gesticht- Individuele (regio)differentiatie inboedeltarief omverantwoord- Verzekeraars komen gedupeerde verzekerden De Wereld tegemoet- Regering wil één SER-register voor assurantietussenpersonen- Colportage met spaarkassen en levensverzekering onder vuur- NVA-leden zeggen ‘ja’ tegen fusie met NBVA- Datanetwerk verzekeraars is op komst- POR studeert op postenbank voor onrendabele agentschappen- NBVA verwacht 15.000 bezoekers Nationale Verzekeringsmanifestatie- Levensverzekeraars maken bezwaren tegen ontwerp WTL 1

Reageer op dit artikel