nieuws

Financiële dienstverleners gaan toezicht AFM zelf betalen

Archief

Het ministerie van Financiën heeft een eerste concept van de Wet Financiële Dienstverlening (WFD) opgesteld. Inhoudelijke verrassingen herbergt de WFD nauwelijks in vergelijking tot de huidige wetgeving. Duidelijk is wel dat het gedragstoezicht op de financiële dienstverlening betaald gaat worden door de aanbieders en bemiddelaars zelf.

Met de Wet Financiële Dienstverlening geeft de Nederlandse overheid op de eerste plaats invulling aan de recent totstandgekomen Europese richtlijn voor verzekeringsbemiddeling (zie pag. 13). Verder is de WFD de implementatie van de Europese richtlijn voor verkoop of afstand van financiële diensten. Ten slotte wordt de WFD de opvolger van de nationale wetten Wabb (Wet op de Assuranbtiebemiddeling) en de WCK (Wet op het Consumptief Krediet).
Consumenten- en marktorganisaties krijgen de komende weken de gelegenheid hun commentaar op het wetsontwerp te geven. Later dit jaar zal een wetsvoorstel naar de Tweede Kamer worden gestuurd.
Vergunning
De WFD geldt nog niet voor vermogensbeheerders, effectenbemiddelaars en effectenaanbieders. Wel worden er voor het eerst wettelijke eisen gesteld aan hypotheekbemiddelaars. Voor alle financiële dienstverleners (aanbieders, adviseurs en bemiddelaars) gaat de Autoriteit Financiële Markten (AFM) een vergunningenregister bijhouden. Opname in het register, dat via de website van de toezichthouder openbaar zal zijn, geschiedt als de dienstverlener heeft aangetoond te voldoen aan eisen op het gebied van betrouwbaarheid, deskundigheid, bedrijfsvoering (administratieve organisatie en interne controle) en financiële waarborgen (verplichte beroepsaansprakelijkheidsverzekering).
Op het punt van deskundigheid eist de WFD van personen die het dagelijks beleid bepalen, dat zij deskundig zijn op het gebied van de bedrijfsvoering van een financiële dienstverlener. Verder moeten alle werknemers die zich rechtstreeks bezighouden met financiële dienstverlening deskundig zijn. “Hiertoe beschikt in ieder geval een redelijk aantal feitelijk leidinggevenden over voldoende vakbekwaamheid”, zo zegt de wettekst. Zelfregulering moet invulling geven aan onder meer het begrip ‘een redelijk aantal’ en aan de eisen op het vlak van permanente educatie.
Zogeheten ‘verbonden bemiddelaars’, zoals loondienstagenten, kunnen zonder vergunning werken. Voorwaarde is dat de achterliggende financiële instelling ervoor zorgt dat de ‘verbonden bemiddelaar’ aan de wettelijke eisen voldoet en dat de instelling deze bemiddelaar aanmeldt bij de AFM.
Een vergunning wordt ingetrokken als zes maanden lang geen werkzaamheden zijn verricht en er binnen twaalf maanden na de verlening geen gebruik is gemaakt van de vergunning. De toezichthouder verlangt van aanbieders dat zij eenmaal per jaar controleren of de bemiddelaars waarmee zij zaken doen nog staan ingeschreven in het register. Verder moet een aanbieder onverwijld aan de AFM melden als hij, in het kader van de normale bedrijfsvoering, constateert dat een bemiddelaar de wet in ernstige mate overtreedt.
Informatieverplichtingen
Analoog aan de Europese richtlijn voor verzekeringsbemiddeling stelt de WFD de nodige eisen aan de informatievoorziening aan klanten. Zo moet een financiële dienstverlener “in het belang van de consument informatie inwinnen over diens financiële positie, kennis, ervaring, doelstellingen en risicobereidheid, voor zover dit relevant is voor de verlening van de financiële dienst”. De Memorie van Toelichting stelt dat dit bij het openen van een spaar- of betaalrekening minder relevant is dan bij het aangaan van een lening of beleggingsproduct.
Aan een bemiddelaar worden nog vier aanvullende eisen gesteld. Hij moet de consument informeren over (a) zijn beloningsvorm, over (b) het feit of hij wel of niet adviseert op basis van een onpartijdige analyse, of hij (c) contractuele verplichtingen heeft om uitsluitend met één of meer aanbieders zaken te doen en of hij, als b en c niet van toepassing zijn, (d) uitsluitend voor één of meer aanbieders bemiddelt. In aanvulling op de Europese richtlijn stelt de WFD dat de bemiddelaar ook actief – en dus niet alleen op verzoek van de klant – de namen noemt van de selecte groep maatschappijen waarmee hij zaken doet of productieafspraken heeft.
Voor het voldoen aan punt b, de onpartijdige analyse, is vereist dat “de bemiddelaar zijn advies baseert op een toereikend aantal op de markt verkrijgbare, vergelijkbare financiële producten, zodat hij in staat is het product aan te bevelen dat aan de behoeften van de consument voldoet”.
Sancties
Op overtredingen van de WFD komen sancties te staan. Daarbij is aansluiting gezocht bij het bestaande systeem van boetes en dwangsommen dat de Pensioen- en Verzekeringskamer hanteert voor verzekeraars. De te nemen maatregelen variëren in ernst: van een aanwijzing en een verbod tot de aanstelling van een stille bewindvoerder, en van een dwangsom en bestuurlijke boete tot de intrekking van een vergunning en strafvervolging. De AFM houdt zich in principe aan geheimhouding, maar houdt zich het recht tot publicatie voor als daarmee “de naleving van de wet wordt bevorderd”.
De hoogte van een boete (maximaal e 900.000) is afhankelijk van de zwaarte van de overtreding, het behaalde economische voordeel en de draagkracht van de overtreder. Bestraften kunnen in beroep bij de rechtbank in Rotterdam. De opbrengsten van de boetes gebruikt de AFM om de kosten voor de handhaving te dekken. “Een eventueel positief saldo wordt in mindering gebracht op de doorberekening van de kosten van het toezicht door middel van jaarlijkse heffingen aan de vergunninghouders.”
De volledige tekst van de WFD en de Memorie van toelichting is te vinden in het Dossier Europese richtlijn op de website van AM.

Reageer op dit artikel