nieuws

Dronkelap nog verder van huis na advies familielid

Archief

Een man die met bijna twintig biertjes op in het huis van een vriend sliep, ging ’s nachts op zoek naar het toilet. Hij belandde op een 78 cm hoge vensterbank en stortte neer op een acht meter lager gelegen binnenplaats. De man is het er niet mee eens, dat zijn ongevallenverzekeraar niet uitbetaalt en al helemaal niet dat die sancties neemt.

Bij het invullen van het schadeformulier kreeg de man hulp van een familielid die bij de ongevallenverzekeraar werkt. Op diens aanraden werd de vraag of er sprake was van drankmisbruik met ‘nee’ beantwoord. In een uiteenzetting bij het schadeformulier werd ook de situatie enigszins aangepast. Zo werd op papier de vensterbank vervangen door een schuifpui en zou er sprake zijn van een ‘verwisseling’ doordat de toegang naar het toilet uit een soortgelijke schuifwand zou bestaan. In een later gesprek met de verzekeraar hield de man vol dat er geen sprake was geweest van drankmisbruik. Hij zou slechts een biertje of vijf hebben gedronken.
Bij de Raad van Toezicht Verzekeringen klaagde de man dat de verzekeraar niet wilde uitkeren, dat de polis wegens het verstrekken van onjuiste informatie was opgezegd, dat de verzekeraar bij de politie aangifte had gedaan van fraude, en dat de verzekeraar hem wil laten opdraaien voor de kosten van het toedrachtonderzoek. Volgens de man staat de relatie tussen ongeval en drankgebruik niet vast en heeft hij over de situatie in de woning niet bewust gelogen. Omdat zijn familielid een werknemer is van de verzekeraar, is de verzekeraar voor dit advies verantwoordelijk.
Bovendien vindt de man dat de verzekeraar bij de zware sancties – de aangifte bij de politie en de rekening voor het onderzoek – rekening had moeten houden met zijn moeilijke positie. De man is namelijk na het ongeval niet meer de oude. Doordat zijn rugwervel op twee plaatsen is gebroken en zijn hielen zijn verbrijzeld, kan hij niet meer goed lopen en niet meer aan sport doen.
Gegrond
De Raad van Toezicht Verzekeringen vond dat de verzekeraar op grond van het onderzoek kon aannemen dat het ongeluk was veroorzaakt door drankmisbruik. De verzekeraar had hierdoor het recht uitkering te weigeren en de polis op te zeggen. Bij de aangifte baseerde de verzekeraar zich op het Fraudeprotocol van het Verbond van Verzekeraar en het Openbaar Ministerie. Ook mag de verzekeraar, op grond van poging tot oplichting, de verzekerde de rekening presenteren voor het onderzoek. De advisering van het familielid kan buiten beschouwing blijven. “De man is medewerker op de incassoafdeling, heeft niet als taak verzekerden bij te staan, en heeft dus als privépersoon gehandeld.” De klacht werd derhalve op alle punten gegrond verklaard.
Raad van Toezicht Verzekeringen, uitspraak 2001/60 Med.

Reageer op dit artikel