nieuws

‘Doorslaggevend was dat wij ook de mensen wilden overnemen’

Archief

“Kasten vol dossiers en vijftien personeelsleden die al twee maanden geen salaris meer hadden ontvangen, dat trof ik aan bij Letselschadebureau Kloppenburg toen ik er de eerste keer kwam.” Aan het woord is Martin de Witte, advocaat bij het in letselschade gespecialiseerde advocatenkantoor Sap de Witte Roth te Amersfoort en sinds enige tijd mede-eigenaar van Letselschadebureau Kloppenburg.

Eind mei 2002 werd De Witte benaderd door de curator die was aangesteld ter afwikkeling van het faillissement van het toen nog in Hoevelaken gevestigde letselschadebureau. “Hij vroeg of ik wellicht belangstelling had om het bedrijf over te nemen. Ik heb toen uiteraard enige bedenktijd gevraagd, omdat ik geen idee had in wat voor staat het bedrijf zich bevond. We zijn met de mensen gaan praten, hebben dossiers bekeken maar vooral ook de boekhouding doorgelicht.” Daarbij bleek dat Kloppenburg een wat eigenaardige wijze van declareren hanteerde. Er werd elk kwartaal bij verzekeraars een nota ingediend, waarbij echter in veel gevallen niet duidelijk werd gemaakt welke acties er waren ondernomen en welke voortgang er in die periode in een dossier was geboekt. Het ontbreken van een goede onderbouwing was dan voor een verzekeraar vaak aanleiding om niet of slechts een klein gedeelte van de declaratie te voldoen, waardoor Kloppenburg op zeker moment tegen grote liquiditeitsproblemen aanliep, die het bedrijf uiteindelijk ook de das omdeden.
“Nadat we in een aantal weken een redelijk beeld hadden gekregen van het bedrijf en de mensen die er werkten, hebben we de knoop doorgehakt en het bureau overgenomen.” Naast De Witte zijn ook diens collega Roth en de Marxman Holding, een advocatenpraktijk die eveneens in Amersfoort is gevestigd, eigenaar van het bedrijf. Hoewel er nog andere gegadigden waren voor de overname, denkt De Witte dat het doorslaggevend is geweest dat zij niet alleen bereid waren de dossiers, maar ook de mensen over te nemen. “Niet alleen waren ze er nog aan het werk toen het salaris al niet meer werd betaald, ze gaven ook allemaal aan dat ze het liefst met elkaar het werk wilden voortzetten. Vandaar dat ze nu ook alle vijftien op onze nieuwe locatie aan de Basicweg in Amersfoort zijn terug te vinden!”
Samen met zijn mede-eigenaren is hij verantwoordelijk voor de bedrijfsvoering, waarbij De Witte aangeeft dat hij meer dan de andere betrokken is bij de dossierbehandeling. Ook is hij degene die de contacten met verzekeraars onderhoudt.
Het rekenkundig bureau dat door Gerard Kloppenburg nog maar kort voor het faillissement van zijn letselschadebureau was opgestart en dat eveneens failliet ging, is niet overgenomen. “In de minder ingewikkelde zaken kunnen we die berekeningen in eigen huis maken, in andere gevallen besteden we dit uit”, aldus De Witte.
Werkwijze
Hoe verschillend is het werk van een letselschadebureau in vergelijking met een in letselschade gespecialiseerd advocatenkantoor? Volgens De Witte valt het met dat verschil wel mee. “Je kunt wel jurist of Nivre-expert zijn, van het grootste belang is dat je als schadebehandelaar een doorbijter bent. Je moet geduldig zijn, maar niet gaan zitten afwachten. Je moet een verzekeraar zo volledig mogelijk informeren, zodat er zo weinig mogelijk vragen zijn. Dat is altijd van belang voor een goede voortgang in een dossier. Mensen vinden het niet erg om te wachten, als ze maar weten wáár ze op wachten. Wat wel een essentieel verschil is: een letselschadebehandelaar bij een letselschadebureau is geen advocaat. Van de zes schadebehandelaars die bij Kloppenburg werkzaam zijn, zijn er drie jurist. De drie andere zijn Nivre-experts. Maar ze kunnen niet zelf procederen. Hoewel veel kwesties zonder tussenkomst van de rechter kunnen worden opgelost, zijn er altijd situaties denkbaar waarin die tussenkomst gewenst of noodzakelijk is. Om die reden behandelden wij bij Sap de Witte Roth ook wel eens zaken van Kloppenburg. Het voordeel is nu dat we door overleg tussen beide kantoren dergelijke kwesties adequater kunnen behandelen.”
Een ander voordeel ziet De Witte in het feit dat mensen makkelijker bij een letselschadebureau binnenlopen dan bij een advocatenkantoor. “De drempel is er een stuk lager, waardoor mensen wellicht sneller geneigd zijn de behandeling van hun zaak aan een deskundige over te dragen.”
Onex
Veel zaken komen ook via tussenpersonen bij het letselschadebureau terecht. In dit verband gevraagd naar zijn mening over Onex, de formule van het Hoornse letselschadebureau Effort & Support waarbij een grotere rol voor de assurantietussenpersoon is weggelegd, geeft De Witte een duidelijk antwoord: “Er is een aantal argumenten om te zeggen dat het geen goed plan is. Dat begint al bij de tussenpersoon. De tussenpersoon is een allrounder maar weet helemaal niets van letselschade, wat ook niet zo gek is, want het is een specialisme. Voor advocaten gelden strikte eisen voordat ze zich met letselschadezaken mogen bezighouden. Ik begrijp dat het de bedoeling is van Onex dat de tussenpersoon het intakegesprek gaat doen. Maar een tussenpersoon weet natuurlijk helemaal niet waar hij op moet letten, wat er geregeld moet worden. Kortom, welke maatregelen hij moet nemen als een klant een letselschade meldt. Eens per vier maanden moet de tussenpersoon dan gaan praten met zijn klant en vervolgens rapporteren aan Onex. Maar wiens belang is het nou eigenlijk? In feite gaat het om handel in dossiers. Voor advocaten is zoiets gewoonweg verboden! Het is bovendien ook nog maar de vraag of die tussenpersoon het nog wel prettig vindt om iedere keer weer bij die klant terug te komen.”
Wat is de rol van een tussenpersoon die bij Letselschadebureau Kloppenburg een zaak aandraagt? “Een tussenpersoon die bij ons met een zaak komt, stellen we voor om – eventueel bij hem op kantoor – met de klant kosteloos een eerste gesprek te hebben. De klant is op een vertrouwd adres, de tussenpersoon kan er gewoon bij zijn en er is een deskundige aan het werk die direct dié maatregelen kan nemen die nodig zijn om de zaak goed op de rails te krijgen. Wordt daarna besloten dat wij de zaak gaan behandelen, dan is de rol van de tussenpersoon feitelijk uitgespeeld.”
Niet alle klanten komen via de bemiddeling van een tussenpersoon bij bureau Kloppenburg terecht. Ook via Bureau Slachtofferhulp melden zich mensen, alhoewel hun aantal de laatste jaren sterk is afgenomen, doordat de politie geen tijd meer heeft om naar alle aanrijdingen te gaan en mensen naar Slachtofferhulp door te verwijzen. “Bureau Slachtofferhulp is momenteel bezig met het uitstippelen van een beleid, wat er toe moet leiden dat ze mensen gaan doorverwijzen naar professionele letselschadebehandelaars. Wij gaan bijeenkomsten organiseren voor de vrijwilligers van Bureau Slachtofferhulp om uit te leggen hoe belangrijk het is dat het schadebehandelingstraject goed in gang wordt gezet.”
Bij de NLT, de Nationale LetselTelefoon, is het bureau Kloppenburg niet meer aangesloten. Na het faillissement van Kloppenburg zou de NLT belangstelling hebben getoond voor de overname van de lopende dossiers. “Ik zie in de NLT geen voordelen, omdat het niets zegt over de kwaliteit van de dienstverlening. Volgens mij heeft het Bureau Slachtofferhulp hier dan ook ten onrechte wel waarde aan toegekend.”
Toekomstplannen
Op de vraag waar Martin de Witte met Letselschadebureau Kloppenburg over een aantal jaren wil staan, volgt een glimlach. “Dat is lastig te zeggen. We zijn nu een halfjaar bezig en zitten sinds kort op deze nieuwe locatie. Het komende jaar zullen we gebruiken om te consolideren. Kloppenburg had en heeft nog steeds een goede naam. Om die reden hebben we ook besloten om na de overname de naam van het bedrijf niet te veranderen. We hebben verzekeraars na de overname ook duidelijk gemaakt dat hier een nieuwe wind waait. Aan het eind van dit jaar zullen we bekijken welke kant we op gaan. Daar zijn we allerlei ideeën voor aan het ontwikkelen en we zullen dus moeten gaan bekijken in hoeverre die haalbaar zijn.”
Een aantal ideeën zal op korte termijn al worden uitgevoerd. “Binnenkort zullen we onze vaste ‘doorverwijzers’ nader informeren over de mogelijkheid van het gratis intake-gesprek.” Daarnaast noemt De Witte nog het wekelijks telefonisch ‘inloopspreekuur’, waarmee het bureau onlangs van start is gegaan. “Tussen zes en acht, op een woensdag. Als mensen dan wat willen weten, kunnen ze ook na kantoortijd bellen. Ik heb jaren geleden al, toen ik nog bij een ander advocatenkantoor werkzaam was, dergelijke gratis spreekuren samen met andere advocatenkantoren uit de buurt georganiseerd. Die werden altijd erg goed bezocht. En als Albert Heijn tot acht of negen uur open is, waarom zouden wij dat dan niet zijn?”
Martin de Witte, over het initiatief van Onex: “Een tussenpersoon weet niet welke maatregelen hij moet nemen als een klant letselschade meldt”.

Reageer op dit artikel