nieuws

Docters van Leeuwen vindt klant niet altijd zielig

Archief

“Een consument moet zich volwassen gedragen. Hij is niet per definitie zielig vergeleken bij een groot bedrijf.” Dat vindt gedragstoezichthouder Arthur Docters van Leeuwen.

De voorzitter van de Autoriteit Financiële Markten (AFM) deed tijdens de jaarlijkse nieuwjaarsbijeenkomst van de NBVA een poging verzekeraars en tussenpersonen gerust te stellen over het toezicht op het professionele gedrag in de verzekeringsbedrijfstak. “Een professioneel geleid bedrijf met deskundig personeel, dat de langetermijnrelatie met klanten voorop stelt, zal ons straks nog eens in z’n gebeden gedenken en zal geen last van ons hebben.”
Anderzijds laat Docters van Leeuwen weten dat “wij niet zullen gedogen”. Dat geldt ook ten aanzien van openbaarmaking van overtredingen. “Een enkeling is zo hardleers dat aan het einde van het toezichtstraject naar dit middel moet worden gegrepen”, zo zei hij met verwijzing naar de recente publicatie over Gelink Adviesgroep. “Maar dit bedrijf was al sinds 2000 een patiënt van ons.”
Hard toezicht
Volgens Doctors van Leeuwen wil de AFM zich zo veel mogelijk afzijdig houden, door zaken over te laten aan de marktpartijen zelf (zelfregulering) of aan het civiele recht. Het harde toezicht zal plaatsvinden op vijf vlakken: integriteit van bestuurders, deskundigheid van bestuurders, transparantie, financiële zekerheid en zorgplicht. De eerste twee punten zijn volgens Docters van Leeuwen niet nieuw, waarbij het civiel recht er al is voor wat betreft de aansprakelijk van bestuurders. De financiële zekerheid wordt al geregeld via de Pensioen- en Verzekeringskamer (Wet Toezicht Verzekeringsbedrijf) of, voor tussenpersonen, via de beroepsaansprakelijkheidsverzekering (Gedragscode Intermediaire Dienstverlening).
“Over het punt van de transparantie moeten we het nog eens hebben. Ik zeg: duidelijkheid over eigenaren van adviseurs, ja. Ik ben er nog niet uit of dit ook moet gelden voor de belangrijkste toeleveranciers.”
Zorgplicht
Volgens de AFM-topman hoeft niemand bang te zijn voor het vijfde en laatste punt, de zorgplicht. “We eisen niet meer dan de aard van de zaak vergt. De eisen bij een fietsverzekering liggen dus lager dan bij een collectieve pensioenverzekering. Het gaat erom dat je als adviseur drie vragen beantwoord hebt: wat verkoop ik en weet de wederpartij dat ook, is de ander geschikt voor dit product, en is de nazorg goed geregeld?”
Docters van Leeuwen vindt dat zorgplicht, tot opluchting van de verzekeraars, primair bij de tussenpersoon liggen. “Maar de leverancier moet zich ervan vergewissen dat die tussenpersoon voldoende in staat is om dat specifieke product te verkopen. Daar ligt een inspanningsverplichting.”
Kosten
Heikel punt voor de aanwezigen op de NBVA-dag bleek het kostenplaatje van alle toezichthouders. Verzekeraars vinden nu al dat ze te veel moeten betalen voor het toezicht van de Pensioen- en Verzekeringskamer, terwijl voor het intermediair betalen voor toezicht een nieuw fenomeen is. “Het is een faire vraag”, vindt Docters van Leeuwen. “Omdat de marktpartijen het grotendeels moeten betalen. Daarom dienen we ieder jaar openbaar een begroting in, die vooraf wordt getoetst door marktpartijen en het ministerie van Financiën.”
Hoe hoog de kosten uiteindelijk per verzekeraar of tussenpersoon zullen uitvallen, kon de AFM-voorman niet zeggen. Dat is onder meer afhankelijk van een eventuele overheidsbijdrage aan het toezicht en de verdeelsleutel die voor de kostenaanslag zal worden gehanteerd (bijvoorbeeld op basis van omzet, balans of personeel). “We zoeken naar een eerlijke, cross-sectorale grondslag”, aldus Docters van Leeuwen. “Maar na veel vijven en zessen blijft de conclusie: het gaat de tussenpersoon geld kosten!”
Arthur Docters van Leeuwen: “Het gaat de tussenpersoon geld kosten!”
Klik hier voor een foto-impressie van de NBVA Nieuwjaarsbijeenkomst.

Reageer op dit artikel