nieuws

Dijkers (Bavam): waak voor ‘reclame’-invulling van Gidi

Archief

Tussenpersonen moeten hun klanten bij de schriftelijke invulling van de Gidi-verplichtingen absoluut niet méér beloven dan ze echt kunnen waarmaken. Dit betoogde Erna Dijkers, juriste van beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar Bavam, afgelopen maand tijdens een lezing voor Assurantieclub Zaanstreek.

Aan het begin van haar inleiding onderstreepte Dijkers, dat de Gidi alleen geldt voor de omgang van tussenpersonen met hun particuliere klanten. En hoe zit het dan met zzp-ers (zelfstandigen zonder personeel)?, vroeg een toehoorder. Dijkers: “Op het zakelijke vlak geldt die Gidi-verplichting weliswaar niet, maar de betrokken tussenpersoon zal meestal ook de particuliere polissen voor die zzp-er verzorgen, dus in dat opzicht…”.
Een andere algemene opmerking van haar was: “Iedereen spreekt in het kader van Gidi steeds over de Advieswijzer, maar eigenlijk gaat het uiteindelijk om het zogeheten kernpuntendocument dat de tussenpersoon aan de klant verstrekt”.
Advocaat
De tussenpersonen moeten ervoor waken, dat ze het kernpuntendocument als reclame-uiting gaan beschouwen. “In reclame mag je een beetje overdrijven, maar absoluut niet in het kernpuntendocument.” De (terechte) veronderstelling, dat vrijwel geen enkele klant studie zal maken van dat document, mag geen aanleiding voor lankmoedig gedrag zijn. “De enige echte geïnteresseerde is de advocaat van een ontevreden klant”, hield zij als schrikbeeld voor. “Het allerbelangrijkste is: beloof niet meer dan je kunt waarmaken. Een voornemen is prachtig, maar ga dit niet vastleggen.”
In de praktijk van alledag leggen tal van bij Bavam verzekerde tussenpersonen het concept van hun kernpuntendocument aan hun beroepsaansprakelijkheidsverzekeraar voor en dan blijken er tal van tenenkrommende beloftes in voor te komen. Met zinnen als “Wij houden uw portefeuille actueel” en “Wij houden u op de hoogte van wijzigingen in de sociale en fiscale wetgeving”, spelen tussenpersonen met vuur. Dijkers: “Geen enkel kantoor kan op deze wijze met zijn klanten omgaan. Haal dus niet een onmogelijke toezegging naar u toe”.
Netwerk
Het intermediair moet evenmin overgaan tot verwijzingen in het kernpuntendocument in de geest van “wij hebben een netwerk van samenwerkingsverbanden” (zoals met advocaten, accountants en notarissen). Dit brengt het niet-gedekte risico met zich mee dat de betreffende tussenpersoon – uit hoofde van de aansprakelijkheid voor hulppersonen – kan worden aangesproken voor het tekortschieten van die andere beroepsbeoefenaren. Dijkers: “Je bent namelijk ten opzichte van de klant aansprakelijk voor hulppersonen, een heel ingewikkelde vorm van ketenaansprakelijkheid. Dus zet zo’n netwerk niet in het kernpuntendocument”.
“Laat ook tot uitdrukking komen dat u met een beperkt aantal verzekeraars samenwerkt. Als een tussenpersoon stelt (omdat het mooie reclame is), dat hij met (vrijwel) alle verzekeraars zaken doet, kan hij in problemen komen als hij een bepaalde verzekering niet, of tegen slechte voorwaarden, of hogere dan gangbare tarieven heeft ondergebracht.”
Het intermediair kan ook naar de andere kant doorslaan. “Vandaag zag ik een tekst van een tussenpersoon die betoogde dat hij vooral zaken deed met maatschappij X, omdat die de meest betrouwbare is, de beste voorwaarden heeft, et cetera. In zo’n geval kan aan de tussenpersoon in juridisch opzicht een verwijt worden gemaakt, indien de betrokken maatschappij in individuele gevallen niet goed presteert.”
Jurisprudentie
Dijkers ging ook in op recente jurisprudentie. Ze wees onder meer op de nog immer actuele Hoge Raad-uitspraak uit 1998 met betrekking tot de Rabobank van Gorredijk. In dat dorp overleed een boer. De familie meldde bij de bank dat de (alleenwonende) man was overleden. Enige tijd later brandde de leegstaande boerderij af. De brandverzekeraar wees de schadeclaim van de hand, omdat hij niet was geïnformeerd over die leegstand. De familie voelde zich niet nalatig en werd door de Hoge Raad in het gelijk gesteld. Want ook al was het overlijden niet specifiek aan de assurantie-afdeling gemeld, toch ging de plaatselijke bank niet vrijuit.
De les uit voornoemde zaak is: Elk bemiddelingsbedrijf dat onderdeel uitmaakt van een groter geheel dat door de consument als één bedrijf wordt gezien, moet er vanuit gaan dat een mededeling aan welk ‘loket’ dan ook, bindend is voor het hele bedrijf.
De tussenpersoon heeft overigens niet alleen een zorgplicht ten aanzien van de klanten maar ook richting verzekeraar. “De tussenpersoon moet er bij verzekeringsaanvragen voor zorgen dat de verzekeraar voldoende wordt geïnformeerd. Bij twijfel moet de tussenpersoon doorvragen. Een tussenpersoon moet de klant zonodig wijzen op een ‘vergeten’ schade”, aldus Dijkers.
Onder het hoofdstuk ‘Te verwachten claims’ sprak Dijkers onder meer over het Arena-arrest (de bestuurder van een busje bouwvakkers die zijn letselschade aanvankelijk nergens vergoed kreeg, omdat zowel de avb als de WAM-verzekering hem ‘functioneel’ van dekking uitsluiten). Dit arrest van de Hoge Raad van 12 januari 2001 had tot gevolg, dat werkgevers voor dit risico aansprakelijk zijn. Tal van verzekeraars hebben inmiddels via aanvullende of speciale verzekeringen een oplossing voor dit probleem getroffen. Een tussenpersoon wordt geacht zijn vakkennis op peil te houden, onder meer via het volgen van de vakliteratuur. Als hij verzuimt werkgever-cliënten op dit nieuwe risico te wijzen, kan hij door de ondernemer aansprakelijk worden gesteld indien hij met zo’n ‘Arena-claim’ wordt geconfronteerd.
Gidi niet alleen last
Dijkers hield haar gehoor verder voor, dat de tussenpersonen de Gidi niet alleen moeten zien als een vervelende verplichting. “De klanten verwachten weliswaar heel veel van het intermediair, maar voor de tussenpersoon is een pluspunt van Gidi, dat hij ook de verplichtingen van de klant kan vastleggen.”

Reageer op dit artikel