nieuws

Differentiatie bij verzekeringen vergroot kans op discriminatie

Archief

Differentiatie bij verzekeringen vergroot kans op discriminatie

De overheid moet bij het verlenen van vergunningen aan verzekeraars voorwaarden stellen met betrekking tot non-discriminatie. Deze koppeling ontbreekt nu nog, maar dient snel tot stand te worden gebracht, stelt dr. Peter Rodrigues, die onlangs op dit onderwerp aan de Universiteit Utrecht promoveerde.
In ons land wonen ongeveer 2,5 miljoen allochtonen (personen buiten Nederland geboren, dan wel met een ouder niet in Nederland geboren). Ruim eenderde van deze groep heeft de niet-Nederlandse nationaliteit.
In zijn proefschrift en inmiddels uitgegeven boek onder de titel ‘Anders niets? Discriminatie naar ras en nationaliteit bij consumententransacties’ schrijft Rodrigues, lid van de Commissie Gelijke Behandeling in Utrecht, dat allochtonen nog vaak gediscrimineerd worden bij consumententransacties, waaronder het sluiten van verzekeringen en de kredietverlening.
Hij pleit onder meer voor uitbreiding van de anti-discriminatiebepalingen in de eind 1992 van kracht geworden gedragscode voor schadeverzekeringen, en een herbezinning op de selectie- en acceptatiecriteria, die kunnen leiden tot ongelijke behandeling van allochtonen en verboden is in de Algemene Wet Gelijke Behandeling (AWGB).
Verzekeringsstaat
Volgens Rodrigues leidt het steeds verder terugtreden van de overheid ertoe dat de verzorgingsstaat plaats maakt voor een verzekeringsstaat. Maatschappelijke risico’s dienen vaker zelfstandig te worden afgedekt bij particuliere verzekeraars. “Het belang van een gelijke toegang voor diverse groepen consumenten tot particuliere verzekeringen is daarmee een gegeven.”
In de praktijk schort het daaraan nog vaak. Volgens Rodrigues berust discriminatie van allochtonen door verzekeraars en kredietinstellingen op vooroordelen en slechte ervaringen. De negatieve indruk van een of meer individuele allochtonen wordt geprojecteerd op de hele doelgroep. “Dergelijke ervaringen spelen bijvoorbeeld een rol bij acceptatieproblemen voor verzekeringen en kredietverlening”, aldus Rodrigues.
De door verzekeraars in toenemende mate gepropageerde risico- en tariefsdifferentiatie van vrijwel homogene doelgroepen werkt de discriminatie van allochtonen naar ras of nationaliteit in de hand, zegt Rodrigues. “Indien de kanssolidariteit te ver doorgevoerd wordt, kan het voorkomen dat bepaalde risicofactoren tot selectiecriteria leiden die in strijd zijn met het discriminatieverbod.”
Te beperkt
Dit discriminatieverbod houdt in dat een verzekeraar geen onderscheid mag maken op grond van eigenschappen of kenmerken van personen die in redelijkheid niet relevant zijn, zoals differentiatie naar geloof, ras en huidskleur. Daarentegen zou differentiatie naar geslacht (bijvoorbeeld sterftetabel vrouwen) wel weer mogen.
Rodrigues vindt de door prof. Wansink geformuleerde omschrijving te ‘beperkt’. Onderscheid naar niet-relevante persoonskenmerken acht hij nooit terecht, maar ook bij een relevant onderscheid kan selectie of differentiatie op grond van die persoonskenmerken toch in strijd zijn met het discriminatieverbod, zegt hij. “Ook als vast zou komen te staan dat Aziaten een hogere levensverwachting dan creolen hebben, dan nog zou premiedifferentiatie tussen beide groepen bij het sluiten van een levensverzekering in strijd zijn met de AWGB. Ras is als classificatiegrond bij verzekeringen verboden.” Een ander voorbeeld van discriminatie is volgens hem premiedifferentiatie voor ziektekostenverzekeringen op basis van (hoger) ziekteverzuim onder buitenlandse werknemers.
Verhoogd risico
Bij autoverzekeraars worden groepen, zoals zigeuners, woonwagenbewoners en buitenlandse werknemers als een verhoogd risico beschouwd. Dat is volgens Rodrigues onaanvaardbaar. “Een dergelijk direct onderscheid naar ras of nationaliteit is in strijd met de AWGB.” Hij wijst erop dat het maken van zulk onderscheid in Duitsland wettelijk verboden is. “Die wettelijke bepaling verbiedt het weigeren van een verzekering wegens de nationaliteit of het ras van de consument.” In België daarentegen wordt het maken van dit onderscheid wel toelaatbaar geacht.
In de gedragscode voor schadeverzekeringen is bepaald dat discriminatie op grond van ras, godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, geslacht, en hetero- of homosexuele gerichtheid verboden is. “Onderscheid naar nationaliteit staat niet in de opsomming vermeld. Met de inwerkingtreding van de AGWB is deze classificatiegrond bij verzekeringen verboden. De code verdient bijstelling op dit punt”, aldus Rodrigues.
Een exemplaar van het boek (ISBN 90 5458 490 4) is verkrijgbaar bij uitgever Koninklijke Vermande in Lelystad of in de boekwinkel en kost f 42,50.
Weinig klachten
Het aantal geregistreerde klachten op het gebied van verzekeringen valt mee, schrijft Rodrigues. In 1993 werden zegge en schrijve zes klachten geregistreerd. Een kanttekening is dat een effectieve en centrale klachtenregistratie van discriminatie in ons land nog ontbreekt. Het Landelijk Bureau ter bestrijding van Rassendiscriminatie (LBR) werkt inmiddels aan de opzet van een dergelijke registratiesysteem.
Gedragscode financieringsadviseurs voorkomt nauwelijks discriminatie
Bij de kredietverlening wordt door sommige geldgevers een verband gelegd tussen de kredietwaardigheid van de aanvrager en zijn ras of nationaliteit, schrijft Rodrigues. Dit probleem speelt ook vaak bij aanvraag van klantenpassen en aankopen of krediet. Onderzoek heeft aangetoond dat het “regelmatig voorkomt dat kredietbemiddelaars niet of niet onder dezelfde voorwaarden overeenkomsten met allochtonen aangaan”. Rodrigues pleit voor het tegengaan van dit soort discriminatie door onder meer uitbreiding van de uit 1983 daterende Erecode voor financiers met de bepaling dat er geen onderscheid mag worden gemaakt naar nationaliteit.
Deze gedragscode biedt volgens Rodrigues onvoldoende waarborgen tegen discriminerende tussenpersonen. Ook de gedragscode van de organisatie voor bemiddelaars NVF kent een discriminatieverbod, maar de organisatie vertegenwoordigt slechts een beperkt deel van de financieringsadviseurs. Bovendien bevat de code een summiere klachtregeling die nauwelijks waarborgen bevat voor een behoorlijke klachtbehandeling. Rodrigues: “Meer duidelijke en minder vrijblijvende regels acht ik gewenst, omdat veel klachten betrekking hebben op tussenpersonen.” Volgens hem is een bijkomende reden dat veel kredietbemiddelaars juist opereren in het onderste marktsegment waarin relatief veel allochtonen zijn vertegenwoordigd.

Reageer op dit artikel