nieuws

De teloorgang van de NAF

Archief

Het leek allemaal zo voor de hand liggend. De (voorgenomen) liberalisering van de financiële markt, waardoor banken en verzekeraars zonder belemmering op elkaars terrein zouden mogen komen, was een serieuze bedreiging voor de positie van het zelfstandig assurantie-intermediair. Te meer, omdat banken met hun betalingsverkeer rechtstreeks inzicht hadden in de premie-incasso van tussenpersonen. De oprichting van een bank van en vóór het intermediair zou het dreigende concurrentiegevaar kunnen indammen.

Met dit doel voor ogen riepen de initiatiefnemers Cor van Esch, ex-directeur van het failliete vastgoedbedrijf Nomij in Geldrop en Jan van Weert, voormalig directeur van de Amsterdamse Commissionairs Combinatie en Bank Mendes Gans, in februari 1988 de stichting Nederlandse Assurantie Federatie (NAF) in het leven. De NAF stelde zich tot taak om bancaire producten (sparen, beleggen, krediet en vermogensbeheer) aan te bieden, waarmee tussenpersonen hun dienstverlening aan de klant konden uitbreiden. “Het intermediair kan op die manier het hoofd bieden aan marktontwikkelingen, waaronder het structuurbeleid en de beperkende fiscale wetgeving Brede Herwaardering, die zijn positie kunnen bedreigen”, lichtte Van Esch toe bij de lancering van de nieuwe organisatie. Andere doelstellingen waren: ontwikkeling van producten en optimaliseren van de administratie door een geïntegreerde automatisering.
Hoewel niet over één nacht ijs gegaan, moesten Van Esch en Van Weert in de aanloopfase veel obstakels overwinnen. Zo ging het aanvankelijke plan om een financiering van # 2,7 mln los te peuteren bij financiële instellingen niet door. Geen enkele marktpartij, waaronder toenmalig verzekeraar UAP Nederland, had serieuze belangstelling. Verder reageerden de standsorganisaties uiterst terughoudend. De NVA adviseerde haar leden zelfs niet mee te werken aan een onderzoek onder zeshonderd assurantiekantoren met twee tot tien medewerkers. “De combinatie van bemiddeling voor de NAF en het tevens – in enige vorm – zijn van mede-eigenaar verdraagt zich niet met de onafhankelijkheid die inherent is aan het NVA-lidmaatschap”, stelde de NVA.
Desondanks was het onderzoek – mede mogelijk gemaakt door de samenwerking met herverzekeraar NRG – goed voor een respons van 37%. Van de geënquêteerde kantoren zei 66% interesse te hebben in participatie in de NAF, die een effectenbedrijf (Nederlandse Beleggings Combinatie), een volmachtbedrijf (Nederlandse Assurantie Pool) en een handelsbank (Nederlandse Assurantie Bank) omvatte. Driekwart zou verder positief staan tegenover de voorgestelde uitbreiding van zijn dienstenpakket met bancaire producten.
Aandeelhouder
Het startkapitaal van # 9,1 mln werd volgens de eerste berichten van de NAF gefourneerd door twee participatiemaatschappijen. Zij zouden hun belang binnen vijf jaar tegen de geldende marktprijs aan het intermediair moeten overdragen. Ter bescherming van de belangen van het intermediair werd het aandelenkapitaal beheerd door stichting Administratiekantoor NAF, die onder toezicht stond van de stichting NAF waarin het intermediair was vertegenwoordigd. Verzekerd van dit draagvlak onder het intermediair, in het bijzonder benadrukt door de (spontane)participaties van twaalf assurantiekantoren, leek de NAF de wind in de zeilen te hebben.
Op 1 november 1988 kwam het bericht naar buiten dat de NAF niet twee aandeelhouders had, maar één: de Amsterdamse investeringsmaatschappij Modalfa, eigendom van de zakenman Max Abram die kort daarvoor zijn modeketen M&S had verkocht. Tot 1 januari 1992 zou Modalfa éénderde van het aandelenpakket (6.680) beschikbaar houden voor het intermediair tegen de nominale waarde van # 453,78. Vóór 1 januari 1995 moest een tweede tranche van 6.680 aandelen worden aangeboden tegen marktwaarde, waardoor dan de meerderheid in handen van het intermediair zou komen. De laatste tranche van eenderde zou aan verzekeraars moeten worden verkocht, luidde het plan.
Tevens werd duidelijk dat de NAF geen nieuwe bank zou oprichten maar het oog had laten vallen op (de overname van) een bestaande handelsbank. Eind 1998 werd de Staten Bank Holland aangekocht, met een balanstotaal van # 45,4 mln één van de kleinste handelsbanken in ons land. De Staten Bank bood tussenpersonen exclusief bancaire producten aan, waaronder een spaar- en depositorekening, een persoonlijke lening, doorlopend krediet en op termijn een spaarhypotheek.
De producten waren volgens haar algemeen directeur Wim Fiet concurrerend. “De bank heeft geen filialen, zodat de kosten relatief laag kunnen blijven. Daardoor kan de bank meer rente op spaargeld bieden, 0,2% meer dan bijvoorbeeld de Postbank.” De toekomst zag er zonnig uit, aldus Fiet toen. “Op termijn moet het mogelijk zijn om via het intermediair een balanstotaal van # 0,7 mld aan spaargeld aan te trekken en voor # 1,6 mld aan consumptief krediet uit te zetten.”
Integratie
Het aanhoudende verzet van de NVA leidde medio 1990 tot een nieuwe confrontatie. De standsorganisatie eiste min of meer een wijziging van de marktstrategie. Tevens werd gedreigd met royement van leden die met de NAF in zee zouden gaan. “Alleen een bank met agentschappen en vaste provisieafspraken is voor de NVA aanvaardbaar”, liet toenmalig directeur Hans Scheffer strijdlustig weten. Het dictaat leidde bij de NAF tot hevige discussies. Van Weert (“Met de NVA tegen, lukt het nooit”) koos uiteindelijk eieren voor zijn geld en besloot tot het schrappen van de verplichting tot deelname in het aandelenkapitaal.
Inmiddels liepen de cijfers fors achter bij de prognoses: van de zesduizend aangeschreven assurantiekantoren zouden hooguit zeventig zijn toegetreden, waaronder NVA- en NBVA-kantoren. De aanloopverliezen waren al zeer groot.
Ingegeven door de zwaar teleurstellende bedrijfsresultaten en de torenhoge aanloopverliezen nam de aandeelhouder Modalfa in september 1990 het besluit alle NAF-activiteiten te integreren in de Staten Bank om daarmee tevens de Stichting Administratiekantoor NAF buiten spel te zetten. Nadat een mogelijke participatie door De Goudse in de bank definitief was afgeketst, zette Modalfa in maart 1991 door. De NAF legde met # 15,9 mln een veel te groot beslag op het eigen vermogen van Modalfa.
Koortsachtig werd gezocht naar financiële instellingen die zouden willen participeren. “Na een heroriëntatie is Modalfa tot de slotsom gekomen dat een breder draagvlak in de markt noodzakelijk is, ook financieel. Wij willen de kar niet langer alleen trekken omdat het vermogensbeslag nog groter kan worden indien de zaken zich verder uitbreiden”, benadrukte adviseur Oltlammers namens Modalfa. De aanloopverliezen zouden begin 1991 zijn opgelopen tot # 6,8 mln.
In maart 1991 werden onderhandelingen over de verkoop van NAF/Staten Bank geopend met toenmalig verzekeraar Vezeno in Zaandam. Als overnameprijs werd medio mei een bedrag van # 0,8 mln genoemd. Medio juni 1991 tekenden Vezeno en Modalfa een intentieverklaring. Vezeno was overigens niet de eerste keus geweest. Eerder waren er contacten met Stad Rotterdam. Deze maatschappij haakte echter gauw af, liet toenmalig bestuursvoorzitter prof. dr. Luc van Leeuwen destijds weten: “De organisatie van de NAF Groep en de Staten Bank was zo onoverzichtelijk dat het weinig zinvol was om verder te praten”. Van Leeuwen ontkende toen dat de deal op het laatste moment was afgesprongen.
Om de bedrijfskosten terug te dringen, besloot Modalfa in hetzelfde jaar de activiteiten van de NAF daadwerkelijk te integreren in de Staten Bank, zodat de helft van de medewerkers kon afvloeien. Van Weert werd wegens “mismanagement” naar huis gestuurd, maar vocht zijn ontslag met succes aan. In september 1993 werd hij door de arrondissementsrechter in het gelijkgesteld en beurde – na hoger beroep in oktober 1994 – een afkoopsom van ruim # 181.000. Bankcollega Wim Fiet, die in oktober 1991 ook (ten onrechte) was ontslagen, kreeg door de rechtbank een schadevergoeding toegewezen van # 340.335.
Eind oktober 1992 werd de overname van de Staten Bank Holland (plus geïntegreerde NAF-activiteiten) door Vezeno geëffectueerd. De bank werd daarop samengevoegd met Vezeno Financieringen. Begin 1994 werd Vezeno overgenomen door Achmea en samengevoegd met dochter Avéro; de bank werd omgedoopt tot Avéro Bank. In het laatste kwartaal van 1995 werden alle bankactiviteiten van Achmea geïntegreerd in dochter Staal Bankiers. Het label Avéro Bank bleef bestaan. In 2000 werden enkele bedrijfsonderdelen van Avéro Bank verkocht aan DSB en verdween het verkooplabel definitief uit de markt.
1988
– Nieuwe SER-register krijgt twee niveau’s voor vakbekwaamheid- Nieuwe stichting NAF biedt intermediair bankzaken- Rol intermediair niet uitgespeeld bij nieuw ziektekostenstelsel- Scheiding bankiers en verzekeraars verdwijnt- Ziektekostenplan gevaar voor werkgelegenheid- Proef ADN gestart- Samenwerkingsverband acht zorgverzekeraars- Kapitaalverzekering met lijfrenteclausule gered- Hypotheekmarkt werkt hard aan gedragscode- Europese richtlijn Leven spoedig bekend

Reageer op dit artikel