nieuws

Claimcultuur anno 2002 in de ogen van het PIV

Archief

Het onlangs verschenen jaarverslag van de Stichting Personenschade Instituut van Verzekeraars (in de wandeling ‘het PIV’) opent met een beschouwing over de claimcultuur anno 2002. Dat betoog volgt hieronder integraal.

“In 2002 heeft het claimgedrag een verdere vlucht genomen. Daarbij zijn allerlei nieuwe typen claims opgedoken wegens bijvoorbeeld reputatieschade van publieke personen, pesterijen op school en misleidende dan wel onvolledige informatie aan beleggers. Het is goed onderscheid te maken tussen een zestal ontwikkelingen ten aanzien van het claimgedrag, die – deels – kunnen samenvallen.
Lagere claimdrempel: Het is al een aantal jaren merkbaar dat mensen makkelijker hun schade claimen bij derden. Kennelijk was de drempel daarvoor vroeger veel hoger. Voorbeelden zijn vooral te vinden bij claims wegens medische kunstfouten, tegen wegbeheerders, en binnen gezinsverband. Als die claims terecht zijn, valt daar niets tegen in te brengen. Dat mensen meer assertief worden wanneer het gaat om het recht op schadevergoeding, komt de rechtszekerheid ten goede. Ook het feit dat men – onder het motto ‘niet geschoten altijd mis’ – eerder met soms zeer gezochte claims komt, is een bedenkelijke zaak. Doorgaans veroorzaakt dat onnodige transactiekosten en wordt het rechterlijk apparaat onnodig aan het werk gezet.
Eerder schade pretenderen: Een ander fenomeen is dat mensen er steeds sneller van uitgaan schade te lijden. Allerlei ongemakken die het leven met zich mee brengt worden vertaald in vermogensschade en/of immateriële schade. Goede voorbeelden zijn de vermeende schade van bekende personen en andere vormen van reputatieschade. Het is de vraag of dit een goede ontwikkeling is. Naast de druk op het rechtssysteem verdwijnt ook het adagium “ieder draagt zijn eigen schade, tenzij’ steeds meer uit het zicht, terwijl dit toch aan de basis heeft gestaan van ons schadevergoedingsrecht.
Meer schade: Belangenbehartigers worden niet alleen vindingrijker bij het opstellen van schadespecificaties, ook het recht helpt hen daarbij. Zo heeft de hoge Raad in 2002 op het gebied van de vergoeding van immateriële schade de mogelijkheden verruimd, terwijl wetgeving inzake de vergoeding van affectieschade op handen is. Hoewel de Nederlandse smartengeldcriteria strak zijn, blijven wij in Europees verband behoren tot de middenmoot. Verwacht mag echter worden dat shockschadeclaims toenemen, ook al lijkt de Hoge Raad hiervoor een beperkte kring van gerechtigden op het oog te hebben.
Sneller ‘causaal verband’: Schade door de onrechtmatige gedraging van een ander behoeft niet altijd – volledig – te worden vergoed: er moet een direct verband bestaan tussen de onrechtmatige gedraging en de geleden schade. Zowel benadeelden als belangenbehartigers vergeten dat nog wel eens. Even leek het er op dat de rechter hier – vooral door toepassing van de zogenoemde omkeringsregel – de deuren eveneens wijd open wilde zetten, maar de Hoge Raad heeft in een tweetal recente arresten laten blijken dat niet alles omkeerbaar is. Het is zelfs de vraag in hoeverre de omkeringsregel een rol speelt bij de personenschaderegeling.
In ieder geval heeft de Hoge Raad duidelijk gemaakt, dat deze niet van toepassing is om de omvang van de schade. De bewijslast van de omvang van de schade – en het causaal verband met het ongeval – blijft zo bij het slachtoffer rusten, ook als mogen daaraan volgens vaste jurisprudentie geen al te zware eisen gesteld worden.
Het gaat er steeds meer op lijken dat iemand die schade lijdt op allerlei inventieve manieren probeert een ander te vinden die daarvoor moet opdraaien. Uitgangspunt zou toch moeten zijn dat uitgaande van een onrechtmatige gedraging vervolgens de schadeomvang wordt berekend. Hier lijkt sprake van een omgekeerde wereld, hetgeen nog in de hand wordt gewekt door steeds meer claims inzake medisch niet-objectiveerbaar letsel, zoals whiplash, stress en RSI.
Vaker class-actions: De class action is in ons aansprakelijkheidsrecht nog een vrij nieuw fenomeen. De zaak van de DES-dochters was een van de eerste en zeker een van de bekendste. Daarna hebben onder andere de vliegramp in de Bijlmer, de legionellabesmetting in Bovenkarspel, de vuurwerkramp in Enschede en de cafébrand in Volendam geleid tot een gezamenlijke aanpak ten behoeve van de benadeelden. Dit leidt ook tot een grotere beschikbaarheid van gelden voor deskundigenonderzoek.
Vrij recente voorbeelden in het kader van personenschade zijn de class actions van rokers en van bijvoorbeeld skeelers inzake een ongeluk in een tunnel tijdens de start van een wedstrijd.
Class actions hebben doorgaans betrekking op massaschaden ten gevolge van een bepaalde gebeurtenis of een reeks van op zichzelf staande schaden met een zelfde oorzaak. Ook de wetgever heeft, in een wetsvoorstel inzake afwikkeling van massaschaden, het pad geëffend voor deze vorm van schadeafwikkeling.
Claimcircus: Onmiskenbaar is het de trend om veel aandacht te vragen bij het aankondigen of indienen van een claim. Daartoe behoren het inschakelen van de media, het willen horen van een eindeloze rij getuigen of het laten vallen van enorme bedragen die met een claim zijn gemoeid. Kortom, soms wordt een heel circus opgezet”, besluit het PIV.

Reageer op dit artikel