nieuws

Bevoegdheidsregister financiële diensten moet op persoonsniveau

Archief

door Rob Goedhart

Velen in de branche zullen voetstoots aannemen dat de Consumentenbond een stevige partij meeblaast in het Platform Financiële Diensten dat de overheid adviseert bij de vormgeving van de Wet Financiële Dienstverlening (WFD). In het onderstaande artikel legt beleidsmedewerker Rob Goedhart van de Consumentenbond uit waarom dat niet het geval is, Hij geeft tevens een onderbouwing en invulling van het al eerder door zijn organisatie bepleite bevoegdheidsregister op persoonsniveau.
Regelmatig wordt de vraag gesteld waarom de Consumentenbond niet betrokken is bij het Platform Financiële Diensten onder regie van de Autoriteit Financiële Markten (AFM). Blijkbaar is de Consumentenbond een gewaardeerd gesprekspartner, want wij worden door talloze partijen benaderd: bedrijfsleven (al dan niet via brancheorganisaties), overheid, onderzoeksbureaus, pers, enzovoort. De Consumentenbond is dan ook in vele gremia vertegenwoordigd, maar onze capaciteit is niet oneindig. (Overigens – u zult het misschien niet willen geloven – maar het gebied van financiële dienstverlening gaat veel verder dan alleen verzekeringen en er zijn meer organisaties dan alleen Verbond, NVA en NBVA…)
Een belangrijkere reden is echter dat het hier gaat om het ontwikkelen van kwaliteitskenmerken van (financiële) diensten. En dat is iets wat de producenten of dienstaanbieders zelf moeten doen. De Consumentenbond zit ook niet op de bok als er een vaatwasser, mobieltje of candybar wordt ontwikkeld. Overigens kunnen wij wel als klankbord voor het Platform dienen en hebben wij ideeën over die kwaliteitseisen. Bijvoorbeeld over de monitoring van bevoegdheden.
Teleurstellend
Al tijdens het overleg binnen de SER-commissie ‘Bemiddeling Financiële Diensten’ in 2002 hebben wij aangegeven dat het vereist zou moeten zijn dat iedere medewerker van een financieel dienstverlener die in contact komt met de consument, over vakbekwaamheidseisen moet beschikken voor het werk dat hij of zij doet. Hoe zou u het vinden als u in het ziekenhuis wordt opgenomen, iemand in een wit uniform u wil gaan opereren en op uw vraag of die persoon wel bevoegd is u het antwoord krijgt: “Ja dat ben ik, want hoewel ik zelf hiervoor niet aan bevoegdheidseisen heb voldaan is er een arts die er wel voor geleerd heeft. En nu graag gaan liggen, alstublieft!”.
Het was teleurstellend dat de branche zelf niet mee wilde gaan in onze eis. En eigenlijk is het ongehoord dat een branche het zichzelf toestaat dat allerlei ongeschoolden de consument de meest moeilijke financiële constructies in de maag splitsen. Vervolgens sikkeneurt de branche dat het zo vervelend is dat zij zo’n slecht imago heeft.
De laatste tijd uiten de toezichthouder en de branche regelmatig dat men vindt dat de consument helemaal niet een zielig figuur is en dat hij ook zijn eigen verantwoordelijkheid heeft. Daar zijn wij het van harte mee eens. Maar dan moet die consument wel kunnen beschikken over de informatie die het hem mogelijk maakt om zijn eigen verantwoordelijkheid in te vullen. Per definitie staat de consument op achterstand, omdat de producten en diensten bedacht worden door professionals. Dus is het aan die professionals om meer en klantgerichtere informatie te verschaffen dan zij zelf nodig zouden hebben.
Zo zou bijvoorbeeld de consument zo goed mogelijk vooraf moeten kunnen beoordelen of degene die hem benadert voor een financiële dienst, wel bevoegd is. Daarvoor zou er een centraal bevoegdheidsregister moeten zijn: het Centraal Register Financiële Diensten (CRFD). Ik zal aan de hand van een paar voorbeelden uitleggen welke informatie uit zo’n register te halen zou moeten zijn.
Werkwijze register
Consument Klazien wordt op een avond gebeld door ‘financieel adviseur’ Jansen. Die zegt graag eens met haar te willen spreken over haar pensioensituatie. Klazien vraagt aan Jansen zijn nummer in het CRFD-register en belt of surft daar naartoe. Daar krijgt zij de volgende informatie. Jansen, A.G.M. CRFD-nr.01234567 Werkzaam bij Fin. adv. kantoor De Gouden Toekomst Niveau Afhankelijk FO / PO/ MX 1 2 3 Vermogensvorming -Vastrentend -Effecten -Onroerend goed Lenen -Hypothecair -Non-hypothecair Verzekeren -Schade X Ja PO -Leven -Privé -PSW Financieel Advies -Particulier -Bedrijf
Klazien kan (met enige aanvullende uitleg op de site) uit deze gegevens afleiden dat Jansen blijkbaar bevoegd is om over schadeverzekeringen te adviseren; en dan alleen nog op niveau 1 (bijvoorbeeld bromfietsverzekeringen). Verder blijkt uit de kolom ‘Afhankelijk’ dat Jansen een vaste relatie met een verzekeraar heeft en dat hij provisie ontvangt voor zijn diensten. (PO = provision only; FO= Fee only; MX = een mix van fee en provision. Hiervoor moeten nog goede Nederlandse termen worden bedacht.)
Klazien weet in ieder geval dat Jansen zeker niet bevoegd is verklaard om over pensioen te adviseren en ze gaat niet met hem in zee.
Wanneer Klazien door Pensioenadviesbureau Pietersen wordt benaderd, raadpleegt zij weer het register. En ziet: Pietersen, Z.K. CRFD-nr. 03456789 Werkzaam bij Fin. adv.kantoor Klaassen Niveau Afhankelijk FO / PO/ MX 1 2 3 Vermogensvorming -Vastrentend X X Nee PO -Effecten X X X Nee MX -Onroerend goed X Nee FO Lenen -Hypothecair X X X Nee MX -Non-hypothecair X X Nee PO Verzekeren -Schade X Nee PO -Leven -Privé X X X Nee MX -PSW X X X Nee MX Financieel Advies -Particulier X X Nee FO -bedrijf X Nee FO
Pietersen blijkt een onafhankelijk adviseur te zijn, met een redelijk tot goed niveau op het gehele gebied van financiële dienstverlening. Met Pietersen wil Klazien wel eens verder spreken.
Ten slotte een derde voorbeeld. Financieringskantoor Gerritsen biedt Klazien aan om haar aan een voordelige lening te helpen. Inmiddels weet Klazien de weg en kijkt met wie zij van doen heeft. Ze ontdekt in het register: Gerritsen, J.L. CRFD-nr. 567890 Werkzaam bij Gerritsen Financieringen Niveau Afhankelijk FO / PO/ MX 1 2 3 Vermogensvorming -Vastrentend -Effecten -Onroerend goed Lenen -Hypothecair X X X Nee PO -Non-hypothecair X X X Nee PO Verzekeren -Schade -Leven -Privé -PSW Financieel Advies -Particulier -bedrijf
In eerste instantie lijkt alles in orde. Maar omdat Gerritsen blijkbaar niet bevoegd is verklaard op het gebied van vermogensvorming en levensverzekeringen zal hij niet mogen adviseren over bijvoorbeeld een effectenhypotheek of een persoonlijke lening met aflossing door middel van een spaar- of laat staan een beleggingsverzekering. Als Gerritsen zich wel op dat pad wil gaan bewegen, zal hij daarvoor de bevoegdheid moeten gaan krijgen. Hij zal dus binnen de modules ‘Vermogensvorming’ en ‘Verzekeren’ aan de nodige eisen moeten voldoen. Dat hoeft niet per se door ellenlange opleidingen (met eventueel voor hem nutteloze zijpaden). Het kan zelfs zijn dat hij in de praktijk de nodige kennis opdoet of opgedaan heeft. Hij moet slechts de toets van een onafhankelijk toetsingsinstituut kunnen doorstaan.
Vanuit deze opzet kan de branche (waarmee de totale branche van sparen, beleggen, lenen en verzekeren wordt bedoeld) modulair deskundigheidseisen opstellen. Zo’n opzet heeft voordelen ten opzichte van het traditionele denken vanuit verzekerings- , bank- of vermogensbeheerwereld, waarbij opleidingen en toetsingseisen elkaar overlappen. Iemand, die zijn bevoegdheid heeft gehaald op het gebied van effecten hoeft dan slechts aan modules ‘Lenen’ en/of ‘Verzekeren/Leven/ Privé’ te voldoen en kan vervolgens adviseren over en bemiddelen in effectenhypotheken en/of beleggingsverzekeringen.
Medewerkers hoeven slechts voor het terrein waarop zij werkzaam zijn aan bevoegdheidseisen te voldoen. Net zoals in een ziekenhuis er andere eisen worden gesteld aan de ziekenverzorgende, de verpleegkundige of arts hoeft iemand die alleen maar over autoverzekeringen adviseert niet de Wet IB 2001 te kennen of te weten hoe de ‘hefboom’ werkt bij beleggen met geleend geld.
Veel efficiënter
Naast het feit dat de consument bij een dergelijk register zelf mede kan beoordelen of hij door een bevoegde wordt benaderd (en bij afwijkingen aan de bel kan trekken) heeft het ook voor de branche zelf voordelen. Elk (daartoe door de AFM bevoegd verklaard) toetsingsinstituut kan na het afnemen van de toets de gegevens opgeven aan het CRFD. Noch de getoetste persoon zelf noch de instelling waar hij bij werkt hoeft daarnaar om te kijken. Deze procedure kan ook gevolgd worden bij de toetsen in het kader van de permanente educatie.
Op het moment dat een bedrijf een medewerker wil aantrekken, hoeft het slechts het register te raadplegen om te zien op welke terreinen die aspirant-medewerker bevoegd is verklaard. Voor de toezichthouder werkt het veel efficiënter dan op grond van de naar buiten gebrachte plannen. Volgens die plannen (deskundigheidseisen op bedrijfsniveau) moet de AFM per bedrijf nagaan hoe die bedrijven de vakbekwaamheid onder het personeel organiseren. Ga daar maar aan staan! Met het register op persoonsniveau hoeft de financiële instelling slechts enkele personeelsgegevens aan de AFM door te geven en die kunnen gematched worden met de gegevens in het centraal register.
Er hoeven niet talloze aparte keurmerken te worden opgezet. Bij de nu al bestaande grote diversiteit – die zich alleen maar lijkt uit te breiden – hecht de consument daaraan toch geen waarde. Als financiële instellingen zich willen onderscheiden in de door ons voorgestelde opzet, dan kan dat gemakkelijk doordat zij bijvoorbeeld kunnen zeggen: “Onze medewerkers hebben ten minste CRFD-niveau 2!”
Een dergelijk register opzetten op bedrijfsniveau (zoals nu de bedoeling lijkt) wordt slechts een fopspeen. Een landelijk werkende instelling met vele kantoren (zoals bijvoorbeeld de Meeùs Groep, De Hypotheker of Rabobank; overigens willekeurig gekozen) zal ongetwijfeld voor alle brancheonderdelen bevoegd worden verklaard. Maar stelt u zich eens voor: een kantoordirecteur moet zijn targets halen en zet een call-center met ongeschoolden in om aandelenleaseproductie te maken. De consument die het deskundigheidsregister op bedrijfsniveau raadpleegt kan alleen constateren dat dit bedrijf inderdaad aandelenlease mag aanbieden. Hij moet er dan maar van uitgaan dat het goed zit, omdat hij niet kan nagaan of de medewerker met wie hij in zijn specifieke geval van doen heeft, wel bevoegd is.
Kortom, alles pleit ervoor om een bevoegdheidsregister op persoonsniveau op te gaan zetten. Het enige ‘nadeel’ daarvan is dat die personen moeten gaan laten zien dat zij aan de toetsingscriteria voldoen. Maar had dat al niet veel eerder moeten gebeuren?

Reageer op dit artikel