nieuws

Beursperikelen

Archief

De massale opzeggingen van industriële en commerciële polissen deed de organisatie van beursmakelaars en -verzekeraars VNAB eind vorig jaar de noodklok luiden

Beschadiging van het beursimago en daardoor fors omzetverlies stonden op het spel, met als ultieme consequentie het verdwijnen van de co-assurantietekening uit ons land. “Als deze prolongatieronde niet lukt, is het voor de Nederlandse co-assurantiemarkt definitief over en uit”, liet VNAB-voorzitter Rolf van der Wal weten in zijn lobby richting verzekeraars om het naderende onheil te voorkomen. Met de jaarwisseling achter de rug lijkt de waarschuwing van de VNAB zijn uitwerking niet te hebben gemist. Hoewel de prolongatie-onderhandelingen moeizamer verliepen dan ooit en vaak pas op het allerlaatste moment tot een akkoord leidden, konden de meeste bedrijfsmatige risico’s worden gedekt. De vrees voor onverzekerbaarheid van duizenden bedrijven werd niet bewaarheid. Wél zijn gemiddelde premies in branches als Brand en Aansprakelijkheid explosief gestegen en dekkingscondities aanmerkelijk aangescherpt ten gunste van de maatschappij. Verzekeraars slaan dus letterlijk munt uit de – zeker sinds 11 september – ingrijpend gewijzigde marktomstandigheden. De verharde opstelling van verzekeraars is te billijken. Jarenlang hebben zij forse verliezen moeten incasseren in de nationale co-assurantiemarkt, die min of meer werd gedicteerd door makelaars. Maatschappijen moesten de aangeboden risico’s maar slikken of anders stikken. Capaciteit was altijd voorhanden, hetzij in eigen land, hetzij in het buitenland. Onnodig te zeggen, dat door dit kortzichtig (acceptatie)beleid van zowel makelaars als verzekeraars de bedrijven bepaald niet werden gestimuleerd om aan (brand)preventie te doen. Met als gevolg dat tientallen risicovolle bedrijven als zijnde ‘brandende huizen’ nu niet meer te verzekeren zijn. De makelaars krijgen wat dat betreft een koekje van eigen deeg te slikken. De opstelling van verzekeraars – mede het gevolg van grote terughoudendheid onder herverzekeraars – is nodig om de co-assurantiemarkt gezond te maken en zo haar voortbestaan te garanderen. Dit neemt niet weg dat op langere termijn verzekeraars op hun beurt moeten waken voor een doorschieten in premies en voorwaarden, waardoor makelaars (nood)gedwongen elders dekking moeten zoeken. Co-assurantie is en blijft een coproductie. Daarom verdient wellicht het advies van voormalig ‘beursgoeroe’ Joop Waterreus (AM 22, pag.12) opvolging om als grote beursverzekeraars een consortium te vormen. Deze bundeling van vakkennis en dekkingscapaciteit kan voldoende draagvlak vormen voor een verantwoord tegenspel aan makelaars, zonder daarbij het risico te lopen dat de verzekeraars tegen elkaar worden uitgespeeld. Wim Abrahamse wabrahamse@kluwer.nl

Reageer op dit artikel