nieuws

Beroepsethiek versus financiële prikkels

Archief

Vier jaar na het uiterst kritische oordeel van het Centraal Planbureau (CPB) over assurantietussenpersonen stelt de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) dat de concurrentie binnen het intermediaire kanaal valt of staat bij het zoek- en switchgedrag van consumenten.

Factoren die dat gedrag bepalen, zijn de hoeveelheid en de complexiteit van de informatie die nodig is om diensten van verschillende tussenpersonen met elkaar te vergelijken op onafhankelijkheid, kwaliteit en prijs. Vooral de beschikbaarheid van deze informatie laat, ondanks de komst van de financiële bijsluiter, te wensen over, aldus de toezichthouder.
“De concurrentie is optimaal als de prikkels die door consumenten worden uitgeoefend om tussenpersonen in hún belang te laten handelen, sterker zijn dan de prikkels die door verzekeraars worden uitgeoefend. Wanneer de prikkels van consumenten zwak zijn – als gevolg van gebrekkig zoekgedrag (vergelijken van aanbiedingen) en gebrekkig switchgedrag (overstappen van product of tussenpersoon) – blijven alleen niet-economische invloeden zoals beroepsethiek en klantgerichtheid over als evenwichtbrengende kracht. Wanneer het advies niet onafhankelijk is maar gestuurd wordt door de prikkels die de verzekeraar geeft, beïnvloedt dit de kwaliteit van het advies.”
Het aangekondigde onderzoek van de NMa en het CPB zal zich vooral richten op eventuele provisiegedreven verkoop van levensverzekeringen.
Provisie
In het rapport staat de NMa uitgebreid stil bij het fenomeen afsluitprovisie en de voordelen die een overstap op louter doorlopende provisie zouden bieden. “Voor de tussenpersoon leidt doorlopende provisie ertoe dat de inkomsten van zijn bedrijf stabieler worden, hetgeen de waarde van het bedrijf op langere termijn kan verhogen. Daarnaast worden overnames van portefeuilles makkelijker, omdat het terugboekingsrisico vervalt.”
De kartelautoriteit is niet onder de indruk van de tegenwerpingen dat een overstap tot liquiditeitsproblemen leidt, dat afsluitprovisie beter in verhouding staat tot het feit dat het meeste werk in het adviestraject zit en dat afsluitprovisie een noodzakelijke beloningsprikkel is om verzekeringen van een bepaalde verzekeraar te verkopen. “Kantoren die alleen schadeverzekeringen verkopen, blijken in de praktijk wel degelijk op basis van uitsluitend doorlopende provisies een rendabel bedrijf te kunnen opbouwen”, aldus de NMa.
Een nadeel van afsluitprovisie voor de consument is “de tegenvallende waarde van een levensverzekering” bij tussentijdse afkoop. “Een langere verdientermijn of doorlopende provisie kan de waardeopbouw verbeteren. Doorlopende provisie resulteert bij bepaalde producten in een lagere premie, doordat kapitaal dat is opgebouwd aan het begin van de looptijd door het rente-op-rente-effect langer kan aanwassen dan kapitaal dat in een later stadium wordt ingelegd.” Volgens de autoriteit is de consument van deze effecten doorgaans niet op de hoogte: “Hij zal derhalve geen druk uitoefenen op tussenpersonen om voor doorlopende in plaats van afsluitprovisie te kiezen”.
Verder wijst de NMa op het gevaar van oversluiten omwille van de afsluitprovisie en de belemmerende werking van afsluitprovisies op de overstap naar een andere tussenpersoon. “Wanneer de terugverdientermijn voor de provisie nog niet is verlopen, krijgt de nieuwe tussenpersoon geen provisie over de overgenomen polis, maar neemt hij wel het terugboekingsrisico over.”
Wetsovertredingen
Positief voor de intermediaire bedrijfstak is dat de NMa geen overtredingen van mededingingsregels heeft geconstateerd. “Het risico daarop is laag”, aldus de kartelwaakhond, wijzend op de lage concentratiegraad onder het intermediair en de grote verschillen tussen de diverse assurantiebedrijven. “Aandachtspunt is wel de hoge organisatiegraad en de samenwerkingscultuur binnen de sector.”
De NMa wijst daarbij op het overleg tussen het Verbond van Verzekeraars en de intermediairorganisaties NVA en NBVA in de Commissie Uitvoering Privaatrechtelijk Overleg (Cupo). Daarin werden onder meer maximumprovisies afgesproken voor schadeverzekeringen, wat in 2000 door de NMa werd betiteld als “strijdig met mededingingswetgeving”. Een steekproef heeft de autoriteit geleerd dat de destijds door het Cupo afgesproken provisiepercentages voor de meeste schadeverzekeringen nog steeds branchebreed gelden.
Reacties
De NMa benadrukt dat het rapport “voorlopige conclusies” bevat en roept alle partijen die betrokken zijn bij het intermediaire distributiekanaal voor verzekeringen op te reageren. “De sector beschikt immers bij uitstek over de informatie en ervaring die het voorlopige beeld van de NMa zou kunnen aanvullen of bijstellen”, laat de autoriteit weten. Reacties zijn tot 1 februari welkom op het e-mailadres: consultatiedocumentintermediair@nmanet.nl.
In een eerste reactie typeert de NVA het rapport als een “behoorlijke beschrijving van de markt”. Ondanks enkele verkeerde interpretaties kan de NVA heel wel leven met het “startplaatje”. Directeur Niels Mourits ziet in het rapport een ondersteuning voor het pleidooi van zowel NVA als NBVA voor een verschuiving van afsluitprovisie naar doorlopende provisie. “De NMa wordt daarmee op haar wenken bediend.”
Collega-standsorganisatie NBVA wijst erop dat de NMa “terecht veronderstelt” dat de consument niet zozeer kiest voor prijs (lage rente, lage premie), maar voor reputatie (betrouwbaarheid, zorgvuldigheid) en gemak. De NBVA hoopt dat “deze stelling wordt meegewogen in het trekken van conclusies en het wegen van eventuele maatregelen na de consultatieperiode”. De NBVA verwacht veel heil van de Wet Financiële Dienstverlening (betrouwbaarheid en zorgvuldigheid) en betere versies van de gedragscode Gidi en de financiële bijsluiter (transparantie).
Koppelverkoop door banken
Op aangeven van (intermediaire) marktpartijen gaat de NMa kijken naar de handelswijze van banken ten opzichte van het midden- en kleinbedrijf. “Het intermediair ondervindt op het gebied van verzekeringen in toenemende mate concurrentie vanuit het bancaire kanaal. Dit zou met name gelden voor klanten uit het midden- en kleinbedrijf. Banken zouden bij deze groep ondernemers vaak de koppeling van verzekeringsproducten aan het krediet als voorwaarde stellen voor het verkrijgen van krediet. Dit is een vorm van koppelverkoop, die mogelijk verboden is wanneer de bank een economische machtspositie zou hebben.”

Reageer op dit artikel