nieuws

Bedrijfstak-cao sukkelt verder

Archief

door Gerwin van der Lei

Eind november, een halfjaar nadat de vorige cao is afgelopen, zijn de onderhandelingen over de cao voor het verzekeringsbedrijf gestart. De vorige cao is na een langdurig conflict over de invoering van de werknemersbijdrage aan de pensioenpremie uiteindelijk door de leden van de vakorganisaties geslikt. Unie-bestuurder Gerwin van der Lei is voorstander van meer maatwerk bij de ontwikkeling van arbeidsvoorwaarden. Een bedrijfstak-cao belemmert dit per definitie.
Bedrijfstak-cao’s zijn ontstaan om onderlinge concurrentie op arbeidsvoorwaarden binnen een bedrijfstak te beperken. Dit argument geldt al lang niet meer voor de cao voor het verzekeringsbedrijf, aangezien een aantal grote verzekeraars – ING, Delta Lloyd, Achmea en SNS Reaal – niet meer onder de bedrijfstak-cao valt en een ondernemings-cao heeft. Daar komt bij dat vele arbeidsvoorwaarden niet in de bedrijfstak-cao maar op een andere wijze op ondernemingsniveau worden geregeld. Denk hierbij aan de pensioenregeling, het salarisgebouw en het keuzemenu. Kortom: de arbeidsvoorwaarden verschillen al per verzekeraar.
Het in stand houden van de bedrijfstak-cao is met name in het belang van de kleine verzekeraars; voor hen is dit de efficiëntste manier om collectieve afspraken te maken. Voor de grote verzekeraars in de bedrijfstak-cao, zoals Aegon, Fortis ASR en Interpolis geldt dit argument ook wel, maar zij betalen hiervoor een hoge prijs. Zij worden immers beperkt in het ontwikkelen van een eigen arbeidsvoorwaardenbeleid, terwijl van hen nog een forse investering voor de bedrijfstak-cao wordt verlangd.
Weinig vernieuwend
De Unie vindt de bedrijfstak-cao weinig vernieuwend. Werkgevers richten zich in de onderhandelingen hoofdzakelijk op het afschaffen van cao-rechten zonder dat daar vernieuwende elementen tegenover staan. Dit leidt tot een cao-onderhandeling waarin vakorganisaties niet veel meer kunnen doen dan damage control: hoe kunnen wij de schade beperken? Hiermee zeg ik niet dat verzekeraars geen eigentijdse arbeidsvoorwaarden hebben, integendeel. De afspraken hierover worden echter op ondernemingsniveau gemaakt, veelal met de ondernemingsraad.
Bij De Unie bestaat er steeds meer behoefte aan het leveren van maatwerk bij de ontwikkeling van arbeidsvoorwaarden. Een bedrijfstak-cao belemmert deze ontwikkeling per definitie. De verzekeraars die de ontwikkeling van arbeidsvoorwaarden in de bedrijfstak te langzaam vinden gaan, zullen daarom additioneel afspraken willen maken met werknemersvertegenwoordigers: hetzij de ondernemingsraad hetzij de vakbonden. In dit overleg wordt alsnog het onderscheidende arbeidsvoorwaardenbeleid per organisatie afgesproken.
Gelet op de omvang van de verzekeringsbedrijfstak is een einde van de bedrijfstak-cao voor De Unie ook geen realistisch alternatief. Wel zou nog kritischer gekeken kunnen worden naar de inhoud van de bedrijfstak-cao. Zaken die bij alle verzekeraars gelijk zijn horen in de bedrijfstak-cao. Arbeidsvoorwaarden waarop onderscheid mogelijk is, zouden per verzekeraar geregeld moeten kunnen worden. Een overgang naar deze situatie kan gerealiseerd worden door meer cao-bepalingen aan te merken als bepalingen waar per verzekeraar afwijkende afspraken over gemaakt mogen worden. Op deze wijze is er nog enig maatwerk mogelijk in de bedrijfstak.
Onderhandelingen gestart
Ook dit jaar hebben werkgevers weer een reeks aan verslechteringen voorgesteld. Vakorganisaties mogen zich nu inspannen om de schade te beperken. Veel verslechteringen zijn gebaseerd op veranderde wetgeving. Neem de arbeidstijdenwet. Werkgevers willen nu al afspreken dat de aanstaande verslechtering van de arbeidstijdenwet wordt doorgevoerd in de cao. Voor de Wet Kinderopvang geldt hetzelfde. Werkgevers willen de aanbeveling van deze wet doorvoeren. De gunstige elementen uit de huidige cao vallen dan weg. Het enige nadelige punt van de huidige cao, een beperking in budget, zou echter gehandhaafd moeten blijven. De Unie vindt dit inconsequent.
Loonontwikkeling
Werkgevers schermen met een onderzoek waaruit zou blijken dat verzekeraars 15% boven de markt betalen. Daarnaast stellen werkgevers dat de resultaten van verzekeraars weinig ruimte voor loonsverhogingen bieden. Tot slot biedt het Sociaal Akkoord volgens werkgevers geen ruimte voor een loonsverhoging.
Ook voor wat betreft de loonontwikkeling vindt De Unie dat maatwerk geleverd moet worden. Een verantwoorde loonontwikkeling is in ieders belang. Dit betekent volgens ons dat de loonsverhoging onder meer afhankelijk is van de resultaten van de bedrijfstak. En juist bij veel verzekeraars vliegen de miljoenenwinsten je weer om de oren. Wij vinden het daarom alleszins gerechtvaardigd dat verzekeraars iets doen aan het opvangen van de grootste daling van de koopkracht in twintig jaar.
De door ons voorgestelde loonsverhoging van 1,75% zal hiervoor niet voldoende zijn, wetend dat werknemers de helft hiervan weer aan hun werkgever af mogen staan voor de eerder afgesproken invoering van de werknemersbijdrage aan de pensioenpremie.
Inzetbaarheid
Naast al deze verschillen lijken vakorganisaties en werkgevers gezamenlijk doordrongen te zijn van de noodzaak om afspraken te maken om de inzetbaarheid van medewerkers te vergroten. Met een opschuivende pensioenleeftijd in het vooruitzicht is het van extra groot belang om ervoor te zorgen dat medewerkers vitaal de eindstreep bereiken. Aan cao-partijen is het nu om dit gezamenlijke belang om te zetten in concrete afspraken.
Zodra deze cao is afgesproken worden de onderhandelingen gestart over de gewijzigde fiscale behandeling van prepensioen. Ook hier kunnen vakorganisaties niet veel meer doen dan zich inzetten om de schade te beperken. En zo sukkelt de bedrijfstak-cao verder…
Gerwin van der Lei is onderhandelaar bij vakorganisatie De Unie.

Reageer op dit artikel