nieuws

Avéro beleeft goed eerste jaar op co-assurantiebeurs

Archief

Volgens Fred Willemze, manager co-assurantie bij Avéro Achmea in Capelle aan den IJssel, valt het nog wel mee met de capaciteitsproblemen op de co-assurantiemarkt. Bij Avéro zelf, dat het beursjaar 2003 afsluit met een positief resultaat, ligt de nadruk vooral op winstgevendheid en niet op het genereren van omzet: “Wij sluiten geen compromissen waar het de verzekeringstechniek betreft”.

De co-assurantietak van Avéro telt 21 mensen en bestaat voornamelijk uit de vroegere beursafdeling van het vorig jaar door Achmea overgenomen Royal & SunAlliance. Daarnaast is een deel van de medewerkers afkomstig van Centraal Beheer. Begin januari vorig jaar zijn alle intermediaire zaken van Achmea overgedragen aan Avéro, dat voorheen niet actief was op de co-assurantiemarkt.
De aanpassingen in de co-assurantiecontracten waren afgelopen jaar niet zo extreem als de voorgaande twee jaren, toen veel contracten op de tocht werden gezet of fors werden aangepakt. “Niettemin denk ik dat de balans tussen premie en schade in de co-assurantiemarkt nog steeds niet goed is”, zegt Willemze. “Er hebben weliswaar flink wat partijen de markt verlaten, maar in verschillende branches is nog niet echt sprake van een capaciteitsgebrek. Wel zijn de ratings van bijvoorbeeld Standard & Poor’s voor veel partijen binnen de co-assurantiemarkt naar beneden gegaan.”
Onverzekerbaarheid
Toch is er sprake van een kanteling van kopersmarkt naar een aanbiedersmarkt, vindt Willemze. “Het spannende is dat bepaalde delen van de markt onverzekerbaar dreigen te worden. Juweliers en dakdekkers zijn bekende voorbeelden, maar ook de aansprakelijkheid van veevoederproducenten ligt uiterst gevoelig. Voor de brand- en aansprakelijkheidsbranche in zijn geheel kun je zeggen dat bedrijven die, ondanks aanbevelingen, niets gedaan hebben aan preventie en risicomanagement tegen problemen oplopen. Zo kennen we een risico van # 40 mln dat slechts voor 20% capaciteit heeft weten te vinden. Jarenlang zijn er preventie-eisen gesteld terwijl het bedrijf er bewust niets mee deed. Steeds werd het risico weer geaccepteerd, maar nu niet. Je ziet dit vooral terug bij bedrijven die niets aan preventie doen of daarin een onacceptabele achterstand hebben. De souplesse bij verzekeraars is weg. Gelukkig, zeg ik dan. Er moet bij verzekeren wel sprake blijven van een onzeker voorval.”
Zware risico’s
Moeilijke risico’s worden door de provinciale markt en volmachtbedrijven steeds meer doorgeschoven naar de co-assurantiemarkt. “Het gaat dan altijd om zware risico’s, hetzij qua volume, hetzij qua schadekans. Dat is vooral voor kleinere bedrijven, zoals dakdekkers, lastig. Voor ons als Avéro Achmea telt mee dat wij gewend zijn maatwerk te leveren; daarbij hoort een bepaald kostenniveau in de organisatie. Je vraagt je dan af hoe te kleine risico’s in de co-assurantiemarkt passen. Kun je daar iets mee? Dat is steeds het spanningsveld.”
Vroeger bepaalde de leidende verzekeraar de voorwaarden en gingen de volgende verzekeraars daarin mee, maar dat komt niet meer voor onder de huidige marktomstandigheden. Soms tot ergernis van de beursmakelaars, die nu met meerdere partijen moeten onderhandelen. “Het komt nu voor dat een verzekeraar met een aandeel van 10% in de staart de prijs verhoogt of de condities aanscherpt”, zegt Willemze. “Er worden nu geen risico’s meer ‘volgend’ in dekking genomen en in de brandtekening wordt niets geaccepteerd zonder een inspectierapport. De assurantiemakelaar wil het liefst tegen zijn klant zeggen dat hij de dekking voor 100% heeft geregeld, maar als de laatste verzekeraar zijn poot stijf houdt, zit hij met een gat van 10%. Dan begrijp ik de frustratie van de makelaar wel, maar wij hebben ook ons eigen acceptatiebeleid dat gericht is op continuïteit. Wat dat betreft is het spel van vraag en aanbod bloedserieus geworden. Er is geen verzekeraar die zich nog negatieve resultaten kan permitteren.”
Resultaten vergelijken
Het eerste jaar binnen de co-assurantiemarkt is voor Avéro Achmea positief verlopen. “In alle branches hebben we positieve resultaten geboekt en vertrouwen gewonnen binnen de markt. Onze combined ratio’s liggen ruim onder de 100%. Toch is het tot het laatst spannend gebleven. In de eerste helft van vorig jaar vielen er iedere week één of meer grote brandschades en hoopte je dat je ‘er niet op zat’. Veel collega’s binnen de brandmarkt hebben het jaar niet met zwarte cijfers kunnen afsluiten.”
Willemze pleit ervoor dat de beursverzekeraars individueel de mogelijkheid krijgen om hun resultaten te vergelijken met die van de co-assurantiemarkt als geheel. Die cijfers zijn nu onvoldoende voorhanden. Willemze hoopt dat de co-assurantiemarkt – via de VNAB en ABZ – er gezamenlijk aan gaat werken dat de cijfers op anonieme basis beschikbaar komen. “Je moet als markt toch weten hoe je opereert en je eigen resultaten daarmee kunnen benchmarken? Nu moet je afgaan op geruchten die je in de markt hoort hoe men het heeft gedaan. Als het waar is wat ik hoor, komt een aantal verzekeraars van een koude kermis thuis.”
Hoewel over het algemeen sprake is van stijgende beurspremies, lijkt zich aan de bovenkant van de markt een tegengestelde tendens af te tekenen. “Bij de grote internationale programma’s, die voor een belangrijk deel buiten de assurantiebeurzen omgaan, zijn er weer nieuwe of opnieuw geactiveerde toetreders, zoals AIG en FM (het vroegere Factory Mutual). Daar lijken de prijzen weer iets te dalen.” Volgens Willemze zijn ook binnen de co-assurantiemarkt enkele verzekeringscontracten in premie verlaagd. “Maar wanneer dat niet duidelijk verzekeringstechnisch wordt onderbouwd, werken wij daar niet aan mee.”
Avéro wil winstgevend blijven en is daarom terughoudend geweest in het tekenbeleid, aldus Willemze. “Wij willen ook over vijf jaar nog in de co-assurantiemarkt actief zijn. We hebben daarom wel omzet laten lopen, want wij sluiten geen compromissen als het de verzekeringstechniek betreft.”
Fred Willemze: “De balans tussen premie en schade is nog steeds niet goed”.

Reageer op dit artikel