nieuws

Assurantiekantoren met als geboortejaar 1979

Archief

Niet alleen AssurantieMagazine ging in 1979 van start. In dat jaar besloten tal van mensen dat voor hen het moment was aangebroken om hun eerste stappen als zelfstandig ondernemer te zetten. Tal van nieuwe assurantiekantoren zagen het licht; de meeste begonnen op bescheiden schaal. AM sprak vijf starters uit de lichting 1979 en peilde hoe het hen in die 25 jaar is vergaan.

“Het begin van mijn kantoor kwam eigenlijk voort uit de ondergang van een ander assurantiekantoor,” aldus Jan Kraak uit Den Helder. Hij was al jaren werkzaam in de verzekeringsbranche, toen een collega-inspecteur hem tipte over een portefeuille die ter overname werd aangeboden. “De eigenaar van dat kantoor had zijn geld toevertrouwd aan ‘heer Olivier’, een beruchte oplichter. Om de verliezen te compenseren, was er nogal wat productie gesloten met het oog op snel geldelijk gewin. Het eerste jaar nadat ik de portefeuille had overgenomen, zat er dan ook een behoorlijk royementspercentage op. Gelukkig had ik bij de betreffende verzekeraar een reële prijs bedongen en afgesproken dat de provisieterugboekingen in dat eerste jaar niet voor mijn rekening zouden komen. Ik hield na dat zware eerste jaar in ieder geval een goede basis over om mijn kantoor verder uit te bouwen.”
Landmacht
Gerrit Zetzema in het Gelderse Putten zette zijn eerste stappen in de verzekeringsbranche op aandrang van zijn vrouw. “Zij was niet zo gecharmeerd van mijn toenmalige werk bij de Landmacht”, verklaart Zetzema.
In 1979 reageerde hij op een advertentie waarin op cryptische manier om verkopers werd gevraagd. “Na het afleggen van een test bleek het om het verkopen van spaarplannen te gaan. Men wilde mij graag hebben, maar ik zou een week vrij moeten nemen voor een interne opleiding. Dat zag ik helemaal niet zitten. Toen ik wilde bedanken voor de functie bleek die opleiding ook wel in één dag bij mij thuis te kunnen worden gegeven. Ze wilden me blijkbaar toch graag houden.”
Met het verkopen van de spaarplannen had Zetzema vervolgens geen enkele moeite. De zekerheid van een vaste baan was in die eerste jaren welkom, maar in 1986 zei hij de Landmacht definitief vaarwel en werd het assurantiekantoor zijn enige bron van inkomsten.
Met pa en vier broers
Gart Hamoen van Hamoen Makelaars in Assurantiën en Pensioenadviseurs in Drachten moet altijd en overal zijn voornaam gebruiken. Hij werkt sinds 1984 bij het assurantiebedrijf dat zijn vader in 1979 begon. Maar hij niet alleen, ook zijn vier broers zijn in het bedrijf werkzaam. Wie bij dit familiebedrijf vraagt naar de heer Hamoen zonder een voornaam te noemen, loopt dus de kans veelvuldig te worden doorverbonden. “Mijn vader is het bedrijf met twee van mijn broers begonnen. Hij beheerde al enige tijd een aantal portefeuilles voor anderen, maar heeft de zaak uiteindelijk in 1979 onder eigen naam voortgezet. In 1984 ben ik er bij gekomen, later zijn ook mijn twee andere broers gevolgd.”
Ook Nico Stoel is niet zelf de oprichter van Stoel Assurantiën in Bennekom. “Dat was mijn vader, die tot dan toe hoofdinspecteur was bij NOG. In 1979 kreeg hij de kans een portefeuille over te nemen en is toen voor zichzelf begonnen”. In 1984 nam Nico Stoel het kantoor van zijn vader over. “Ik wilde in ieder geval zelfstandig zijn. Naast mijn schoolopleiding had ik al wel een assurantiecursus gevolgd, waarna ik vervolgens zo van school in het kantoor van mijn vader terechtkwam. Eigenlijk heb ik er nooit aan gedacht iets anders te gaan doen.”
Reina Keek van Reikon Assurantiën in Amsterdam was al vaker werkzaam geweest bij bedrijven die net werden opgestart. “In 1979 dacht ik: wat ik voor een ander kan, kan ik ook voor mezelf. Plus: ik wilde vooral zelfstandig zijn.” Ze begon klanten te werven door folders te verspreiden en 25 jaar later heeft ze een trouwe klantenkring, die voornamelijk uit particulieren bestaat.
Persoonlijk contact
Dat de genoemde kantoren een solide basis hebben, mag blijken uit het feit dat ze nu, na 25 jaar, nog steeds bestaan. Een goed contact met de klanten blijkt telkens de doorslaggevende factor. “Ik ken al mijn klanten persoonlijk. Ze moeten zich hier wel thuis voelen, anders kunnen ze beter ergens anders naar toe gaan”, aldus Reina Keek.
Voor Gerrit Zetzema speelt het contact met de klant ook nog op een ander vlak een grote rol. “Wij richten ons op een specifieke doelgroep, waarbij het van groot belang is dat wij ook de taal van de doelgroep spreken.” Wie daarbij, gelet op het oude beroep van Zetzema aan militairen denkt, heeft het mis. Het kantoor van Zetzema richt zich namelijk op mensen van de reformatorische gezindte. Van oudsher bestaat er bij een deel van deze groep mensen weerstand om zich te verzekeren, hoewel dat volgens Zetzema de laatste jaren wel afneemt. “Zoals ik al zei, het helpt als je de taal van de mensen spreekt!”
Gart Hamoen ziet het als een groot voordeel dat zijn vader en vier broers ook in het bedrijf werkzaam zijn. “Wij zijn eigenlijk een soort huisarts. We hebben allemaal veel algemene kennis, maar gelukkig heeft ieder van ons ook een specialisme.” Op die manier bedient het kantoor landelijk een portefeuille die zowel uit particuliere als zakelijke relaties bestaat. Nog talrijker dan het aantal familieleden in het bedrijf is het aantal verzekeraars waar Hamoen zaken mee doet. Het zijn er enkele tientallen, hoewel het er de laatste jaren wel aanzienlijk minder zijn geworden. “Als er agentschappen wegvallen, dan komt dat altijd door fusies. Daar zijn er de laatste jaren nogal wat van geweest,” mijmert Hamoen.
Agentschappen
Opvallend is dat alle kantoren aangeven dat het eind jaren zeventig, begin jaren tachtig erg makkelijk was om een agentschap van een verzekeraar te krijgen. “Ze hesen de vlag voor je”, zegt Reina Keek. Ook Stoel Assurantiën heeft met het verkrijgen van agentschappen destijds geen moeite gehad. “Er is wel eens een agentschap beëindigd, maar dat ging altijd in goed overleg. Het heeft weinig zin om een hele administratie aan te houden als je bij een verzekeraar slechts enkele posten hebt lopen.”
Van productie-eisen was destijds nog geen sprake, bevestigt Jan Kraak. “Eigenlijk liepen ze de deur plat. Later probeerden ze me wel eens tot productie te verleiden door me een computer of iets dergelijks aan te bieden, maar daar ben ik nooit op ingegaan. Op die manier verlies je toch een deel van je onafhankelijkheid.”
Belangenbehartiging
Onafhankelijkheid blijkt voor alle kantoren een groot goed te zijn. Bij Hamoen gaat men met dat begrip wel erg consequent om. “Het is voor ons de belangrijkste reden om niet aangesloten te zijn bij de NVA of de NBVA”, verklaart Gart Hamoen. “Als je lid wordt van een club moet je je ook houden aan de regels van die club. Ik zeg niet dat de regels verkeerd zijn, maar wij zien het als een inbreuk op onze ongebondenheid als we ons daaraan zouden moeten onderwerpen.” Dat Hamoen toch wel waarde hecht aan een zekere vorm van belangenbehartiging mag blijken uit het lidmaatschap van MKB Nederland. Het kantoor is tevens aangesloten bij het Klachteninstituut.
Nico Stoel is evenmin aangesloten bij een van de beide standsorganisaties in de assurantiebemiddeling. “Ik heb uiteraard wel met ze gesproken, maar ze hebben me nooit kunnen overtuigen van de voordelen van een lidmaatschap. Bovendien is er nog nooit een klant geweest die me gevraagd heeft of ik lid was.”
Gerrit Zetzema daarentegen is overtuigd lid van de NBVA. Hij heeft al wel eens een klant gehad die hem er bij aanvang van de relatie met zijn kantoor naar vroeg. Zetzema hoefde naar eigen zeggen niet overtuigd te worden van het nut van een goede belangenbehartiging. “Bij de Landmacht ben ik jarenlang zelf voorzitter geweest van een belangenvereniging. Ik loop weliswaar niet alle bijeenkomsten van de NBVA af, maar ik vind het wel nuttig om een goede relatie met deze vereniging te onderhouden Een goed contact met het bestuur stelt je in de gelegenheid hen af en toe te wijzen op zaken die voor de branche wellicht van belang kunnen zijn.”
De toekomst
Een geschiedenis van 25 jaar vormt voor een bedrijf al een aardige periode om op terug te kijken. Maar wat verwacht men van de komende 25 jaar? Zijn er plannen tot uitbreiding of gaat men door op de ingeslagen weg? Nico Stoel is er duidelijk over. “Voor zover uitbreiding mogelijk is, wil ik het wel allemaal zelf kunnen blijven doen, zonder extra personeel.”
Dat personeel is er al wel bij Hamoen, waar in totaal vijftien mensen werkzaam zijn. “Onze toekomst ziet er goed uit en we zouden best nog wel iets willen uitbreiden. Om die reden zijn we onlangs ook gestart met bancaire activiteiten. Het zou mooi zijn als we die groei kunnen bereiken door efficiency-verbetering, zonder personeelsuitbreiding.”
WFD
Voor de invoering van de Wet Financiële Dienstverlening (WFD) zijn de meeste kantoren niet bang. “Ik heb de organisatie van mijn kantoor wat anders ingericht en doe nog meer aan dossiervorming” aldus Nico Stoel. “Ik ben in 1985 al gaan automatiseren, en ach, cursussen volgen moest altijd al.”
Gart Hamoen geeft aan dat het kantoor twee jaar geleden is begonnen met het digitaliseren van de werkstroom. “We hopen over een jaar volledig digitaal te werken, van de binnenkomende post tot het digitale dossier.” Ook hier blijkt weer het voordeel dat de vijf broers hebben: de studiebelasting kan over meerdere hoofden verdeeld worden.
Gerrit Zetzema voorziet geen grote problemen voor de toekomst. Zijn zoon is inmiddels bij het bedrijf in dienst getreden. “Ik kan met de huidige bezetting prima uit de voeten. Ik heb capabele mensen in dienst, die voldoende deskundig zijn op verschillende gebieden.”
Het 25-jarig bestaan van J. Kraak Assurantiën wordt bereikt als de naamgever van het kantoor de pensioengerechtigde leeftijd al weer een paar jaar is gepasseerd. Jan Kraak is al een tijdje aan het freewheelen, zoals hij het zelf noemt. “Begrijp me niet verkeerd, ik ben er voor mijn klanten als ze me nodig hebben. Het is niet voor niets dat ik twee jaar geleden, toen ik 65 werd, besloot om nog een aantal jaren door te gaan. Zolang ik in goede gezondheid verkeer, voel ik er niets voor om te stoppen met werken.” Hij maakt daarbij wel duidelijk dat grootse veranderingen aan hem niet meer zijn besteed. “Ik ga op mijn leeftijd echt niet meer studeren, hoor. Ik had er vroeger als inspecteur al een hekel aan als er druk werd uitgeoefend en nu kan ik het me permitteren daar niet meer gevoelig voor te zijn.” Ook als dat betekent, dat hij wellicht moet stoppen met werken? “Als ik er toe gedwongen word, het zij zo, maar voorlopig…..”
Een feestje?
Bij AssurantieMagazine laten we het 25-jarig bestaan niet ongemerkt voorbijgaan. Maar wat doen de leeftijdgenoten?
“We zitten er nog een beetje op te broeden,” reageert Gart Hamoen. “Het zou mooi zijn als we aan het jubileum een commerciële actie kunnen koppelen. Het moet iets zijn waar de klant ook voordeel van heeft. Daar moet ik alleen nog eens goed naar kijken, want zoiets gaat erg snel erg veel geld kosten!”, aldus een lachende Hamoen.
Nico Stoel gaat niets bijzonders doen aan het 25-jarig bestaan van zijn kantoor. “Ik zal er wel aan denken hoor, maar zelf ben ik natuurlijk pas twintig jaar bezig.” Jan Kraak weet het ook zeker: hij doet er niets aan. “Ik was in december 45 jaar getrouwd, dat vond ik pas een mijlpaal om te vieren!”
Reina Keek wil het jubileum niet ongemerkt voorbij laten gaan, maar weet nog niet wat ze precies gaat doen. Als ze het viert, wil ze er wel haar klanten bij betrekken, want zonder hen zou het er niet zo glansrijk hebben uitgezien. “Misschien doe ik het wel net als de vorige keer, met een borrel, een hapje en een bandje.” De vorige keer, dat was het 12,5-jarig bestaan? “Nee, 12,5 jaar, dat vond ik zo stoffig. Toen heb ik gewoon het 13-jarig bestaan van mijn kantoor gevierd.”
Reina Keek over het verkrijgen van agentschappen in haar begintijd: “Ze hesen de vlag voor je”.
De zes van Hamoen in Drachten, van links naar rechts Tim, Niels, Kees, Bert, Rein en Gart Hamoen.

Reageer op dit artikel