nieuws

Aov-verzekeraar ontkent verzekerd belang van agrarisch bedrijf

Archief

Een agrariër heeft bij de Raad van Toezicht Verzekeringen met succes geklaagd over zijn aov-verzekeraar. Deze had de uitkering stopgezet, omdat de agrariër veranderingen in de werkzaamheden niet had gemeld en omdat het verzekerd belang zou zijn weggevallen.

De agrariër had in 1973 een arbeidsongeschiktheidsverzekering gesloten. Op het polisblad staat als verzekerd beroep: ‘landbouwer, varkenshouder’. De man had ook een melkveehouderij, maar stopte daar in 1993 mee. Op dat moment had hij een akkerbouwbedrijf van 10 hectare en een varkensmesterij van 530 stuks. Dit werd – geruime tijd voor de arbeidsongeschiktheid – verminderd tot respectievelijk 6 hectare en 260 stuks. De agrariër lichtte zijn tussenpersoon over deze inkrimping in en vroeg naar eventuele consequenties van de nevenwerkzaamheden die hij ging verrichten. Hij kreeg te horen dat dit geen probleem zou zijn voor rubriek B.
In 1995 werd de agrariër arbeidsongeschikt. De verzekeraar keerde uit volgens rubriek A (eerstejaarsrisico) en daarna volgens rubriek B (na-eerstejaarsrisico). In 1997 deelde de arbeidsongeschiktheidsverzekeraaar mee, dat de polis met terugwerkende kracht per 1993 zou worden geroyeerd en dat de ontvangen uitkeringen uit rubriek B moesten worden terugbetaald. De motivering: de verzekerde had niet gemeld dat hij was gestopt met de melkveehouderij en dat zijn overige werkzaamheden waren verminderd. Bovendien had de agrariër in 2000 laten weten dat het gezamenlijke bedrijfsresultaat over 1994 en 1995 negatief was. Hierdoor zou het verzekerbaar belang als zelfstandig ondernemer zijn komen te vervallen.
Verzekerbaar belang
De Raad van Toezicht vindt dat de agrariër niet aan de verzekeraar had hoeven melden dat hij als melkveehouder was gestopt, omdat dit beroep niet op het polisblad is vermeld. Ook verwierp de Raad het beroep van de verzekeraar op voorwaarde c. van polisartikel 21 (zie kader ‘Polisvoorwaarden’). “Volgens deze bepaling was klager gehouden jegens verzekeraar ervan melding te maken indien hij geheel of gedeeltelijk was opgehouden een beroep uit te oefenen. De bepaling houdt niet in, dat de verzekerde gehouden is het geheel of gedeeltelijk staken van zijn in de polis genoemde beroep aan verzekeraar te melden. In het onderhavige geval heeft klager weliswaar zijn in de polis genoemde werkzaamheden gedeeltelijk gestaakt, maar hij heeft daarnaast andere beroepsbezigheden gevonden. Niet gezegd kan worden dat klager geheel of gedeeltelijk heeft opgehouden een beroep uit te oefenen.”
De Raad vond ook niet dat het verzekerbaar belang is gaan ontbreken. “Het verzekerde belang in geval van een arbeidsongeschiktheidsverzekering rubriek B, bestaat hierin dat de verzekerde niet (in de zin van rubriek B) arbeidsongeschikt wordt.”
De Raad oordeelde dat de verzekeraar de uitkering moet hervatten.
Raad van Toezicht Verzekeringen, uitspraak 2001/58 Med.
Polisvoorwaarden
In de voorwaarden van de betreffende aov staat (artikel 21, ‘verplichtingen bij risicowijzging’) dat de verzekeringnemer/verzekerde, op straffe van verlies van het recht op uitkering, verplicht is de verzekeraar te melden dat “zijn beroep, op het polisblad vermeld, wijzigt of de daaraan verbonden bezigheden een verandering ondergaan”. “Indien verzuimd is hiervan kennis te geven, blijft het recht op uitkering bestaan, als naar het oordeel van de maatschappij de hiervoor bedoelde risicowijziging:
1. geen verzwaring inhoudt,2 wel risicoverzwaring inhoudt, doch dit slechts leidt tot aanpassing van de bijzondere voorwaarden en/of premieverhoging (…)3 de verzekerde, anders dan ten gevolge van arbeidsongeschiktheid, geheel of gedeeltelijk heeft opgehouden een beroep uit te oefenen (…)””In al deze gevallen heeft de maatschappij het recht andere voorwaarden te stellen (waaronder wijziging van de premie of verlaging van het verzekerde bedrag) dan wel de verzekering te beëindigen met restitutie van onverdiende premie over de nog niet verschenen termijn van het lopende verzekeringsjaar.”

Reageer op dit artikel