nieuws

AM Collegiaal drukt intermediair met neus op groeiende zorgplicht

Archief

Tijdens de studiemiddag AM Collegiaal met als thema ‘Assurantiebemiddeling: mij een zorg(plicht)?’ werden de aanwezigen door de sprekers vooral gewezen op de onduidelijkheden met betrekking tot de aansprakelijkheid van tussenpersonen die de nieuwe Wet Financiële Dienstverlening (WFD) nog openlaat. Wel duidelijk is dat de zorgplicht voor het intermediair zeker niet zal afnemen.

“Tot voor kort was de wetgeving helder: op de aansprakelijkheid van tussenpersonen was het civiel recht van toepassing”, zo opende dagvoorzitter Han Wansink de studiemiddag. “Die aansprakelijkheid is de afgelopen jaren sterk toegenomen. De WFD voegt daaraan nu alleen wat algemene vage normen toe.” Wansink vraagt zich af of de AFM als toezichthouder ook in individuele gevallen gaat optreden of alleen zal ingrijpen bij structurele misstanden. Bovendien zet hij vraagtekens bij de aanwezige sanctiemogelijkheden: “Ik ben nu bezig met het faillissement van een levensverzekeraar en krijg te maken met tientallen tussenpersonen die frauduleus hebben gehandeld, maar toch nog steeds een SER-inschrijving hebben.” Wansink vreest dat met de WFD een alternatief circuit van toetsing van het gedrag van tussenpersonen ontstaat, naast het civiele recht. “De AFM moet zich onthouden van individuele toetsing van tussenpersonen; dat ligt bij de Raad van Toezicht.”
De WFD laat tal van onduidelijkheden bestaan: “De tussenpersoon moet zorgen voor adequate informatievoorziening. Wat moeten we daaronder verstaan? En wat verstaat de wet onder de financiële dienstverlener? Is dat de verzekeraar of ook de tussenpersoon?”, zo luidden enkele van de vele grijze gebieden die Wansink noemde. “Het is vijf voor twaalf voor verzekeraars en tussenpersonen. Zij moeten niet alleen oog hebben voor de commerciële aspecten en samenwerkingsvoorwaarden, maar ook voor de juridische details”, zo sloot Wansink zijn betoog waarschuwend af.
Casus
Frank Stadermann (Stadermann Luiten) veroorzaakte met een casus over een beurspolis commotie in de zaal. Kernvraag was hoever het intermediair moet gaan in het vragen van informatie aan de verzekerde. Hij haalde daarbij een uitspraak aan van de Hoge Raad, die stelt dat de tussenpersoon moet controleren en actief handelen om te voorkomen dat verzekeraars een beroep op risicoverzwaring kunnen doen.
In de besproken casus werd voor een bedrijfspand via een beursmakelaar een brandverzekering gesloten bij een leader en vijf co-assuradeuren. Twee co-assuradeuren zeggen de post op, omdat zij zich terugtrekken van de Nederlandse markt, waarna de makelaar de betreffende percentages onderbrengt bij twee andere verzekeraars. Tot twee keer toe is dan al een poging tot brandschade gedaan, zonder dat deze tot schade heeft geleid. Om die reden zijn de pogingen nooit gemeld bij de makelaar. Na het oversluiten ontstaat echter brandschade en tijdens het onderzoek komen de eerdere pogingen tot brandstichting aan het licht.
De vraag die Stadermaan stelde, was: “Heeft het feit dat al tweemaal gepoogd is brand te stichten, consequenties voor de dekking?” Aanvankelijk werd vanuit de zaal overwegend met “nee” gereageerd, omdat de makelaar niet wist van de pogingen tot brandstichting.
Stadermann stelde echter dat de verzekeraars met succes een beroep zouden kunnen doen op verzwijging, omdat ten eerste sprake is van een nieuwe verzekeringsovereenkomst. Verder had de makelaar, de eerder aangehaalde uitspraak van de Hoge Raad indachtig, bij het oversluiten van de verzekering aan de verzekerde moeten vragen of zich nog opmerkelijke gebeurtenissen hadden voorgedaan. De meeste deelnemers vonden deze zorgplicht wel érg ver gaan. “Hoe vaak moet je dan bij je verzekerden gaan informeren?”, was één van de reacties. Stadermann repliceerde met: “U bent nu eenmaal 24 uur per dag tussenpersoon”.
Vertaalslag
Een aantal aanwezigen miste in de studiemiddag de vertaalslag van de WFD naar de praktijk. Die vertaalslag zal vooral worden gemaakt door komende jurisprudentie, concludeerden de sprekers. “De zorgplicht voor het intermediair is toch vooral een kwestie van mentaliteit. Verder blijft dossiervorming een speerpunt voor tussenpersonen. Leg al je contacten met de klant vast”, was het advies van Wansink.
Overigens kan de onder een steeds grotere zorgplicht gebukt gaande tussenpersoon zich beter niet opwerpen als letselschaderegelaar voor zijn klanten. Wansink vroeg aan de eveneens aanwezige Bavam-secretaris Willem Pel of voor schade voortvloeiend uit zulke activiteiten dekking kan worden verleend vanuit de beroepsaansprakelijkheidsverzekering. “Nee”, was het korte en duidelijke antwoord van Pel.

Reageer op dit artikel