nieuws

Aantal faillissementen stijgt tot recordhoogte

Archief

In het jaar 2003 is over meer dan zestig assurantiekantoren het faillissement uitgesproken: het hoogste aantal sinds de eeuwwisseling. Ruim negenhonderd mensen verloren hierbij hun baan. Eén troost, vooral voor de betrokken verzekeraars: de schuldenlast bij de failliete kantoren is ten opzichte van vorig jaar gedaald.

Verzekeraars hebben de afgelopen jaren fors moeten bloeden voor riante financieringen van assurantiekantoren die zijn geëindigd in een faillissement. Vorig jaar veroorzaakten 61 omgevallen intermediairbedrijven een schade van # 31,3 mln. Minder dan een derde daarvan komt voor rekening van verzekeringsmaatschappijen. Ter vergelijking: in 2002 eindigden 55 assurantiekantoren in een faillissement. Toen was de totale schade, gebaseerd op de faillissementsverslagen van de diverse curatoren # 36,8 mln, waarvan meer dan de helft voor rekening kwam van verzekeraars.
Een reden voor de geslonken schade bij verzekeraars kan zijn, dat sommige maatschappijen niet eens meer de moeite nemen een claim neer te leggen bij de curator. Zo heeft Conservatrix zich niet gemeld bij de curator van Financial Insurance Network (FIN). Dit bedrijf van Harrie Weening sloot op grote schaal polissen van Conservatrix, maar werd in een bijna net zo hoog tempo geconfronteerd met opzeggingen van die levensverzekeringen. Volgens curator Henk de Groot heeft Conservatrix de portefeuille na het faillissement in eigen beheer genomen en moet de schade (oninbare terugboekingsprovisie) in de tonnen liggen.
De FIN-curator blijft zich overigens verbazen over het in de levenbranche gehanteerde beloningssysteem van afsluitprovisie. “Dat systeem leidt tot dit soort toestanden. Er bevinden zich veel incapabele bureaus in deze wereld.”
Provisie
De belangrijkste oorzaak voor de verliezen die verzekeraars hebben geleden door omvallende tussenpersonen zijn de soms rijkelijk verstrekte financieringen. Voorbeelden van dergelijke kantoren zijn Finesse Adviesgroep (Amev) en Gritter & Sevink (SNS Reaal). Omdat deze faillissementen dateren uit december 2003 is de volle omvang van de schuldenlast hier nog onbekend (zie artikel Behaenk ontfermt zich over Gritter & Sevink). Om die reden zijn de voorlopige vorderingen in het 2003-overzicht nog niet meegenomen.
Een vorm waarin financieringen worden gegoten, is het doen van voorschotbetalingen op nog te ontvangen provisie. Daarmee is direct een tweede oorzaak voor de oninbare vorderingen van verzekeraars gegeven: de post terugboekingsprovisie. Door een hoog polisverval moet het intermediairbedrijf provisie terugbetalen en de daarvoor benodigde gelden ontbreken veelal.
Grote faillissementen in 2003 zijn die van FIN (Groningen), ANN (Nunspeet) Herman & Kuyper/Hoquwin (Winterswijk), ProFinesse (Haarlem), DF Nederland (Delft) en Spaan Adviesgroep (Nijmegen). Bij het laatste kantoor lijkt voor zo’n # 6 mln aan beleggingsgelden in rook te zijn opgegaan. De schade bij FIN ligt op bijna # 1 mln, bij ANN op # 5 mln, bij Herman & Kuyper – waar ook sprake is van verdwenen beleggingsgelden – is die schade circa # 1,5 mln en die van DF Nederland # 2 mln. ProFinesse spant de kroon met een totale schuldenlast van # 6,1 mln. De betrokken verzekeraars zijn: Conservatrix (FIN), De Goudse (Herman & Kuyper), Aegon (ProFinesse, ANN en DF Nederland), Interlloyd (ProFinesse) en IDM Bank (Spaan).
In 2002 spande Pensioen Partners (Barneveld) nog de kroon met een totale schuldenlast van # 4 mln, vrijwel volledig voor rekening van minderheidsaandeelhouder Delta Lloyd. Andere grote namen uit 2002 waren Walewein/Fred (Falcon, Delta Lloyd, SNS Reaal en ING Bank), Ferwerda & Partners (Falcon) en FPO (ING Bank, Amev en Hooge Huys). Het jaar 2001 werd beheerst door Heijloo & Molkenboer (Delta Lloyd), Noorderkroon (Aegon, Avéro Achmea en Delta Lloyd) en Integra (Delta Lloyd). Hoogvliegers in het jaar 2000 waren FRA (Avéro Achmea), Assuvast (Aegon), Breggeman (Delta Lloyd) en Bouwman Consultancy (Aegon).
Ontslagen
Uit het door AM opgestelde overzicht van assurantiefaillissementen blijkt dat 2002 een topjaar was in zowel de schuldomvang als het aantal gedwongen ontslagen. Verloren vorig jaar 913 mensen hun (deeltijd)baan als gevolg van een faillissement, een jaar eerder eiste het omvallen van assurantiekantoren bijna 1.200 arbeidsplaatsen. Het aantal ontslagen werknemers bedroeg in 2000 en 2001 respectievelijk 508 en 590.
Verder viel in 2002 de plaatsnaam Almere op: er zetelden acht van de 55 omgevallen kantoren. In de twee jaar daarvoor was dat telkens maar één keer het geval, onder meer via record-schuldenmaker Noorderkroon. In 2003 is er wederom maar één kantoor in Almere omgevallen. Het betreft Quavida Groep: 100 medewerkers en # 0,9 mln schuld.
Januari 2003: de faillissementsverkoop van Aristo Raad in Almere. Veilingmeester Cees Lubbers hamert weer een kantoormeubel af.
Stefan Lagerweij (midden) bezocht een jaar geleden nog de faillissementsveiling van Aristo Raad. Een klein half jaar later was zijn ANN Financiële Adviezen zelf aan de beurt.
Faillissementen assurantiekantoren 2000-2003 2000 2001 2002 2003 Kantoren 31 50 55 61 Werknemers 508 590 1175 913 Schuld totaal (in # mln) 26,3 33,0 36,8 31,3 Schuld verzekeraars (in # mln) 18,5 25,5 18,9 10,2

Reageer op dit artikel