blog

Koldermodel

Archief

November vorig jaar maakte De Nederlandsche Bank de uitkomst bekend van de ‘verkenning’ naar het fenomeen serviceabonnement in de assurantiewereld. We zijn inmiddels weer een half jaar verder en veel schot zit er niet in de zaak. Blijkens een brief aan FDC Lancyr volhardt de toezichthouder zelfs in zijn standpunt. Onomwonden stelt hij dat dit serviceabonnement door de DNB-beugel kan, omdat schadebehandeling er níet bij is inbegrepen.

Gek, dat we de toezichthouder hier nooit een punt van (hebben) horen maken als provisie de beloningsvorm is. Behandeling van een schade door een assurantiekantoor is ook dan een onzeker voorval. Ook dan moeten provisiecentjes gereserveerd zijn om de belofte van een redelijk en bekwaam handelend assurantietussenpersoon bij schade te kunnen inlossen. Toch ziet DNB geen enkel probleem, als de verzekeraar trouw provisie afdraagt. Maakt echter een klant elke maand een abonnementsbijdrage over, dan moet het kantoor ineens een vergunning als rechtsbijstandverzekeraar overleggen.

 

Als op zo’n kolderieke wijze wordt geredeneerd, staat ons nog heel wat te wachten. Want wat moeten de toezichthouders dan denken van een situatie waarin kantoren van FDC Lancyr schadepolissen hebben lopen bij ASR? In geval van schade betalen klanten deze FDC Lancyr-kantoren namelijk € 25 en ASR doet daar in het kader van ‘Schaderegeling Select’ nog een tegemoetkoming van € 50 bovenop. Aiaiai, als dat door de rakkers van de AFM maar niet als buitensporig wordt betiteld, als ‘perverse prikkel’. Ik sluit niks uit.

 

Op z’n minst opmerkelijk was afgelopen maand bovendien het geluid van DNB over de levensverzekeraars. Nadat eerder de autoverzekeraars een vrijbrief kregen om de premies te verhogen, herhaalde de toezichthouder dit keer openlijk zijn zorgen over het Nederlandse levensverzekeringsbedrijf. De jarenlange daling van de werkgelegenheid in de bedrijfstak zal nog wel even doorzetten, zo veel is wel duidelijk.

 

Maar DNB opperde nog een alternatief om de pijn voor de verzekeraars te verzachten: zij kunnen hun risico’s verminderen door –let wel, gedurende de looptijd (!) – de winstdeling met polishouders te verminderen of garanties te verlagen. De toezichthouder beseft nog net dat dit contractueel maar beperkt mogelijk is. “Helaas”, hoor je ze denken. “Gelukkig wel”, zou het moeten zijn. Aan aanbieders van ‘garanties-tot-aan-de-deur’ hoeft DNB namelijk geen vergunningen te verlenen. Dat heeft helemaal niets te maken met “het toezicht van DNB dat dient ter bescherming van de belangen van verzekerden”.

 

 

hdrost@kluwer.nl

Reageer op dit artikel