blog

Vol macht

Archief

Het Verbond van Verzekeraars heeft samen met volmachtkoepel NVGA vastgesteld op welke wijze het volmachtbedrijf in elk geval níét toekomstbestendig kan zijn. Hoe het wél moet, is nog ongewis. De gedachten neigen naar een verrichtingentarief, zonder enige koppeling met de premiehoogte.

Ja, de verzekeraars zien de bui van Solvency II en de klimaatverandering al hangen. Zo’n koppeling komt weinig gelegen. Met het wegvallen van tekencommissies dalen de jaarlijkse uitgaven sowieso al meer dan € 300 mln. Daarbovenop blijft aan winstcommissies en andersoortige volmachtbeloningen nog ’s € 50 mln tot € 100 mln in de portemonnee.

 

Onder de vlag van ‘het klantbelang’ komen de verzekeraars zo betrekkelijk eenvoudig aan de door hun gewenste beknotting van het volmachtbedrijf. Eerder deze eeuw werd dat getracht door te roepen dat de schadelast in dit kanaal significant hoger ligt dan in portefeuilles die via andere kanalen zijn binnengekomen. Geen verzekeraar bleek echter in staat dit met harde cijfers te staven.

 

De macht van de gevolmachtigden, met hun soms omvangrijke distributienetwerken en omzetvolumes, is te groot geworden. Bij maatschappijen worden steeds hogere beloningen afgedwongen voor hetzelfde werk. Bovendien gaan steeds meer zogeheten provinciale posten de volmacht in. De maat is vol: die macht willen de verzekeraars breken.

 

Bureau IG&H is ingeschakeld om het volmachtbedrijf door te lichten. De ‘sensitiviteitstoets’ legt de gevoelige plekken bloot. Het eerder in dit tijdschrift tot in detail belichte praktijkgeval Cinjee/ASR kan nog worden afgedaan als uitwas; het patroon is elders in den lande in minder extreme mate terug te zien: het volmachtkanaal wordt meer en meer gebruikt vanuit productiemotief. Verzekeraars doen daar actief aan mee. Immers, in een verzadigde markt is via het volmachtkanaal nog groei te koop. Die wedloop om de gunst van het volmachtbedrijf wordt met de voorgestelde afschaffing van diverse vergoedingen ineens een stuk minder kostbaar.

 

De NVGA-achterban mag minder tevreden zijn. De meeste leden werken met bescheiden omzetten van nog geen € 5 mln premie via hun ‘huisvolmacht’. De maatregelen, inclusief de aanstaande transparantie, zullen een flinke hap uit de marges halen. De grote volmachtbedrijven lijken te vertrouwen op hun marktmacht en dus behoud van inkomsten. Zij noemen zich ook wel serviceproviders. Een bedrijfstype dat in de leven- en hypotheekmarkt grootschalig kopje onder ging na het verlies aan volumebonussen. Hun hoop op compensaties in andersoortige vergoedingen bleek ijdel. En van hoop alleen zal ook het volmachtbedrijf niet kunnen bestaan.

 

hdrost@kluwer.nl

Reageer op dit artikel