blog

Bankschroef

Archief

Bij de hypotheek van de familie M. leek de ‘M’ te staan voor Murphy’s Law: alles wat fout kón gaan, ging fout. De medische acceptatie duurde lang, de taxatie verliep stroef en tot overmaat van ramp vergat M. het financieringsvoorbehoud te verlengen. Op de dag dat de stukken compleet waren, werd de klant in gebreke gesteld. Dit betekende dat hij vanaf dat moment nog acht dagen de tijd had, voordat de hypotheekakte alsnog zou passeren. Als alles nu in één keer goed ging, dan zou de klant nog net op tijd zijn.

De bank vond echter nog een (minimale) onvolkomenheid: op het bankafschrift waarvan de hypotheeklast werd afgeschreven stond de achternaam van de tweede contractant verkeerd gespeld. Er ontbrak een letter.

De bank kon hierop geen finaal akkoord geven en men liet ons weten dat er een addendum moest komen: beide klanten moesten een verklaring tekenen waarin stond dat de hypotheekrekening écht op hun naam stond. Het dossier ging ondertussen achteraan in de rij.

 

Nog diezelfde dag zorgden we voor de verklaring. We mailden het stuk alvast naar de bank en verstuurden het tevens aangetekend per post. De bank liet al snel weten geen gescande documenten te accepteren. Men moest in het bezit zijn van een origineel en er volgende enkele spannende dagen. Elke ochtend belden we de bank en kregen hetzelfde geïrriteerde antwoord: “Als het stuk binnen is en klaar staat, dan laten we het u weten.”

 

Na vier dagen kon men bij de bank nóg niet bevestigen dat de verklaring binnen was. “Hij moet intern zoekgeraakt zijn”, zei mijn collega en we stuurden terstond een nieuw exemplaar. Twee dagen later ontvingen we bericht van de bank: onze eerste verklaring, die kennelijk toch al een tijdje geleden was binnengekomen, was akkoord bevonden. Alleen, “er was een nieuw stuk ter beoordeling binnengekomen”. (U voelt hem aankomen: onze tweede verklaring!) Ons dossier werd weer achterin de rij geplaatst. Verwerktijd: minimaal drie dagen. We legden de bank uit dat de stukken nu compleet waren, dat elke dag de klant (veel) geld kostte, maar daarvoor was men niet ontvankelijk. “Dit zijn nu eenmaal onze procedures.”

“Het lijkt verdorie wel of we hier in de Industriële Revolutie zitten”, mopperde mijn collega. “Terug naar de lopende band!” Onthutst door deze werkwijze informeerden we de klant dat de passeerdatum moest worden uitgesteld. Drie dagen later werden de stukken naar de notaris verzonden. “Jammer”, zei de notaris toen ze de boete zag die de klant moest betalen. “Dat procedures in dit soort gevallen het gezonde verstand vervangen.”

 

evuijsters@kluwer.nl

Reageer op dit artikel